Actualisering besluit inzake toepassing artikelen 9, 10 en 15 successiewet: artikel 10 gesplitste aankoop

De successiewet kent een aantal fictiebepalingen waarbij voordelen die ontstaan na het overlijden maar strikt genomen geen erfrechtelijke verkrijgingen toch belast zijn. In een recent geactualiseerd besluit over deze fictiebepalingen bevestigt de staatssecretaris standpunten en breidt deze uit onder andere uit over toepassing van artikel 10 van de Successiewet. Voor financiële planners een goede update. Het gaat dan om situaties waarin na het overlijden van de vruchtgebruiker het bloot eigendom aanwast tot vol eigendom. In artikel 10 van de Successiewet is een wetsfictie opgenomen dat de waardestijging van bloot naar vol eigendom door het overlijden gezien wordt als erfrechtelijke verkrijging. Voor 1 januari 2010 was dit niet het geval en kon zo de aanwas vrij van erfbelasting verkregen worden. Bij wijze van overgangsrecht is wel nog het uitgangspunt dat alleen waardestijgingen vanaf 1 januari 2010 meetellen. Deze wetsfictie is niet alleen van toepassing op het moment dat de vol eigendom bezitter het bloot eigendom overdraagt onder voorbehoud van vrucht, maar ook van toepassing bij a) de gesplitste aankoop van goederen en b)een splitsing na aankoop van vol eigendom. Een voorbeeld van a) is de aankoop van het bloot eigendom van een woning door het kind en het vruchtgebruik door de ouders. Een voorbeeld van b) is de aankoop in eerste instantie van een vol eigendom door het kind en vervolgens de splitsing waarbij de ouders het vruchtgebruik van woning krijgen en de kinderen het bloot eigendom. Als artikel 10 Successiewet toepassing vindt, mag de verkrijger het door hem of haar opgeofferde bedrag in mindering brengen op diens fictieve verkrijging.  Het gaat dan in de twee varianten om a) de koopsom betaald voor het bloot eigendom aan de derde van wie het gekocht is en bij b) de opoffering ten tijde van de splitsing. Dat bedrag mag vervolgens verhoogd worden met 6% enkelvoudige rente.  Als een kind 10 jaar geleden voor het bloot eigendom van een pand waarvan het volle eigendom € 200.000 € 80.000 betaalde en de zestigjarige alleenstaande vader derhalve voor het vruchtgebruik € 120.000 (factor 10 bij leeftijd 60 en 6%) , mag het kind als extra opoffering 60% x 200.000 = € 120.000 in aanmerking nemen. De totale opoffering is dan dus € 200.000 waard en per saldo telt de aanwas tot het vol eigendom daardoor niet mee al fictieve erfrechtelijke verkrijging. Zou er nog maar 5 jaar zijn verstreken dan was de totale opoffering maar € 60.000 plus € 80.000 = € 140.000 en telt de waardestijging voor de verkrijging van €140.000 naar € 200.000 wel mee als fictieve erfrechtelijke verkrijging.

Informatie

  • Algemeen, Financieel Management, Diversen, Pensioen Algemeen
  • Vrijdag 4 november 2016

KennisHub

KennisHub Pensioen- &
Life Event Advisering

  • Inspirerende Masterclasses
  • Praktijkgerichte Workshops
  • PE Artikelen & Casuistiek
  • Artikelen & Blogs
  • Stel je vraag
  • PE-geaccrediteerd
  • Mix & Match
  • Jaarlijks PE-certificaat
  • 21 dagen op proef

€ 35 p/m

Volgende licenties: 20% korting Meer Informatie

Eerst aankijken? Word Free Member

  • Wekelijkse nieuwsbrief
  • Artikelen & Blogs
  • 5+ gratis vaktechniek artikelen p/m
  • Schrijf je in voor Masterclasses & Workshops
  • Toegang tot FinSourceOne

Gratis

Volgende Free Members: 100% korting Meer Informatie