Advocaat-Generaal laat zich uit over werkingssfeer van StiPP

Inzake de kwestie die Stichting Pensioenfonds Personeelsdiensten (StiPP) en onderneming C4C al enige tijd verdeeld houdt, is de Advocaat-Generaal overgegaan tot het opstellen van het Parket bij de Hoge Raad. In dit Parket komt de Advocaat-Generaal tot de volgende constateringen:

De allocatiefunctie (het bij elkaar brengen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt) bevat twee varianten:

    1. In de ruime zin des woords wordt met de allocatiefunctie niet meer bedoeld dan dat de werkgever zich bedrijfs- of beroepsmatig bezig houdt met de terbeschikkingstelling van werknemers aan opdrachtgevers;
    2. De traditionele allocatiefunctie, waarmee wordt bedoeld het actief bij elkaar brengen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt van (in de regel) werk van tijdelijke aard, ook wel aangeduid als het opvangen van “ziek of piek”.

In de parlementaire geschiedenis omtrent de inwerkingtreding van de wetgeving omtrent de uitzendovereenkomst (artikel 7:690 BW) komt het begrip allocatiefunctie diverse malen aan de orde. In de meeste gevallen wanneer de allocatiefunctie aan de orde komt, lijkt het volgens de Advocaat-Generaal te gaan om de functie in de ruime zin des woords. Er zijn echter ook passages te vinden waarin wordt gewezen op de traditionele functie. De Advocaat-Generaal concludeert echter dat het de bedoeling lijkt te zijn geweest om aan te sluiten bij de allocatiefunctie in de ruime zin des woords. In de conclusie van de Advocaat-Generaal d.d. 17 juni 2011 in een andere kwestie leek de Advocaat-Generaal juist naar een uitleg in de traditionele vorm te neigen. Vervolgens concludeert de Advocaat-Generaal dat uit de rechtspraak een zekere verdeeldheid voortvloeit. Zo lijkt Rechtbank Amsterdam van mening te zijn dat de beperkte uitleg toegepast moet worden, maar oordeelt Gerechtshof Amsterdam in de lijn van de ruime uitleg. Een zelfde verdeeldheid heerst in de literatuur. Op grond van een bestudering van alle aanwezige informatie komt de Advocaat-Generaal tot een tussenconclusie dat het bij de definitie van de uitzendovereenkomst (7:690 BW) gaat om de ruimere functie dan de traditionele allocatiefunctie. Vervolgens gaat de Advocaat-Generaal in op de vraag omtrent de leiding en het toezicht. De Advocaat-Generaal is van mening dat hierbij niet gekeken moet worden naar vakinhoudelijke instructies. Het hangt af van de aard van de opdracht van de inlener aan de werkgever en de daarover gemaakte afspraken tussen inlener en werkgever of sprake is van toezicht en leiding. De feitenrechter moet aan de hand van de feiten en omstandigheden beoordelen bij wie toezicht en leiding liggen en in zijn motivering aangeven welke factoren redengevend zijn. De omstandigheden bij C4C maken niet dat leiding en toezicht bij C4C liggen. De A-G komt derhalve tot de conclusie dat de cassatiegronden verworpen moeten worden en dat derhalve sprake is van een terechte aansluiting van C4C bij StiPP. Indien de Hoge Raad de conclusie van de Advocaat-Generaal overneemt, kan StiPP haar brede uitleg van de werkingssfeer blijven hanteren. Dit tot groot ongenoegen van veel werkgevers. Parket bij de Hoge Raad, 15 april 2016,ECLI:NL:PHR:2016:238

Informatie

  • De gewone werknemer, Leidraden, Pensioen Algemeen
  • Maandag 2 mei 2016

KennisHub

KennisHub Pensioen- &
Life Event Advisering

  • Inspirerende Masterclasses
  • Praktijkgerichte Workshops
  • PE Artikelen & Casuistiek
  • Artikelen & Blogs
  • Stel je vraag
  • PE-geaccrediteerd
  • Mix & Match
  • Jaarlijks PE-certificaat
  • 21 dagen op proef

€ 35 p/m

Volgende licenties: 20% korting Meer Informatie

Eerst aankijken? Word Free Member

  • Wekelijkse nieuwsbrief
  • Artikelen & Blogs
  • 5+ gratis vaktechniek artikelen p/m
  • Schrijf je in voor Masterclasses & Workshops
  • Toegang tot FinSourceOne

Gratis

Volgende Free Members: 100% korting Meer Informatie