Afkoopregeling bij afkoop van lijfrente ingeval van langdurige arbeidsongeschiktheid

Ingeval een nieuw regimelijfrente wordt afgekocht is in beginsel altijd revisierente verschuldigd. Volgens de hoofdregel is dan standaard 20% revisierente verschuldigd over de waarde van de afgekochte lijfrente-aanspraak. Op deze hoofdregel bestaan, los van de zogenoemde tegenbewijsregeling, twee uitzonderingen: de afkoopregeling voor kleine lijfrenten en de afkoopregeling bij langdurige arbeidsongeschiktheid. Deze laatste regeling is enige tijd geleden in belangrijke mate versoepeld.

Bij afkoop van een lijfrenteverzekering die is afgesloten onder het regime van de pré-Brede Herwaardering (uiterlijk op 31 december 1991) en waarop het oude fiscale regime ingevolge de geldende overgangsbepalingen nog volledig van toepassing is, is de ontvangen afkoopsom – in beginsel volledig – progressief belast in box 1. Als zo’n pré-Brede Herwaarderingslijfrente waarop het oude fiscale regime van vóór 1 januari 1992 nog volledig van toepassing is wordt afgekocht, is nooit revisierente verschuldigd. Dit is alleen anders als zo’n oude lijfrente op een gegeven moment is omgezet in een nieuw regimelijfrente.

Ingeval een nieuw regimelijfrente (op of na 1 januari 1992 afgesloten) wordt afgekocht leidt een dergelijke afkoop voor de heffing van inkomstenbelasting in principe tot het in aanmerking nemen van negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen in box 1. Die negatieve uitgaven worden met ingang van 1 januari 2016 gesteld op de afkoopwaarde van de lijfrente-aanspraak. Over die afkoopwaarde is dan inkomstenbelasting verschuldigd. Op de hoofdregel dat bij afkoop van een nieuw regimelijfrente negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking worden genomen, bestaan twee uitzonderingen:

  1. De afkoopwaarde bedraagt in 2021 niet meer dan € 4.547 (afkoopregeling kleine lijfrenten)
  2. De lijfrente is afgekocht bij langdurige arbeidsongeschiktheid en de afkoopsom is in 2021 niet meer dan € 42.260 (afkoopregeling bij langdurige arbeidsongeschiktheid)

In deze twee situaties worden geen negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen in box 1 in aanmerking genomen en er is dan ook geen revisierente verschuldigd. De afkoopsom wordt als een (reguliere) termijn van lijfrente aangemerkt. Deze termijn is voor de heffing van inkomstenbelasting progressief belast in box 1. Op de versoepelende regeling bij langdurige arbeidsongeschiktheid wordt hierna verder ingegaan.

Bij een gedeeltelijke afkoop van een nieuw regimelijfrente blijft het resterende deel van die lijfrente overigens op reguliere wijze onder het box 1-lijfrenteregime vallen. Voor de versoepelde regeling bij afkoop bij langdurige arbeidsongeschiktheid gelden drie cumulatieve wettelijke voorwaarden (zie artikel 3.133, lid 9 Wet IB 2001). Het gaat dan om de volgende voorwaarden:

  1. De verzekeringnemer, dan wel, indien deze is overleden, de gerechtigde tot de lijfrenteaanspraak moet langdurig arbeidsongeschiktheid zijn
  2. De belastingplichtige mag nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt
  3. Er mag niet meer worden opgenomen/afgekocht dan een bepaald wettelijke (maximum) bedrag

Om de regeling zo eenvoudig mogelijk te houden, hoeft tot een bedrag van € 42.260 (bedrag 2021) geen (nadere) inkomenstoets plaats te vinden. Wordt er meer dan dat bedrag afgekocht dan is het maximum verbonden aan het inkomen van de belastingplichtige in de afgelopen twee jaren. Op grond van de Wet IB 2001 is de versoepelde regeling geen ‘in-zoverre-bepaling’. Dat wil zeggen dat, indien de toetsgrens wordt overschreden, er op grond van artikel 3.133, lid 9 Wet IB 2001 revisierente is verschuldigd over de volledige afkoopsom.

Met de wettelijke regeling was niet iedereen even gelukkig, getuige de voor een tweetal rechtbanken gevoerde procedures (Rechtbank Noord-Nederland: AWB 18/507 en Rechtbank Gelderland: AWB 16/7859). In beide procedures was onder meer in geschil of de versoepelde regeling bij afkoop van een lijfrente bij langdurige arbeidsongeschiktheid een ‘in-zoverre-bepaling’ betreft of niet. Beide rechtbanken concludeerden dat dat niet het geval is.

De uitspraken hebben voor de procederende belastingplichtigen een positief ‘staartje’ gekregen. In vervolg op genoemde uitspraken is op 16 september 2020 namelijk het wijzigingsbesluit lijfrenten van 8 september 2020, nr. 2020-16039 (Stcrt. 2020, 47727), gepubliceerd. In dat besluit is een goedkeuring van de staatssecretaris van Financiën opgenomen die met zich meebrengt dat de wettelijke regeling bij afkoop van een nieuw regime lijfrente in geval van langdurige arbeidsongeschiktheid moet worden uitgevoerd als een ‘in-zoverre-bepaling’.

Die ‘in-zoverre-bepaling’ houdt het volgende in. Bij een nieuw regimelijfrente die in verband met langdurige arbeidsongeschiktheid wordt afgekocht tot een hoger bedrag dan het wettelijk toegestane maximum als bedoeld in artikel 3.133, lid 9, onderdeel c Wet IB 2001 (bedrag 2021: € 42.260) is alleen voor het bedrag dat uitkomt boven dit maximum (het excedent) revisierente verschuldigd. Daarmee is de versoepelde regeling als het ware een ‘in-zoverre-bepaling’ geworden. Uiteraard moet dan nog wel worden voldaan aan de overige fiscale vereisten van de versoepelde afkoopregeling! De goedkeuring is met ingang van 17 september 2020 in werking getreden, maar kan ook voor oudere jaren worden ingeroepen (ambtshalve vermindering).

Ingeval een langdurig arbeidsongeschikte over inkomenvervangend geld wil beschikken, biedt de versoepelde regeling bij afkoop van een nieuw regimelijfrente een fiscaal-aantrekkelijke optie. De regeling is eenvoudig opgezet. De geldende voorwaarden moeten echter wel goed in de gaten worden gehouden. Nu de versoepelde regeling een ‘in-zoverre-regeling’ is geworden, is de regeling voor langdurig arbeidsongeschikten een stuk aantrekkelijker geworden. Bedraagt de afkoopsom € 1 meer dan de wettelijke afkoopgrens, dan is alleen over die € 1 revisierente verschuldigd.

Meer weten?
Wil je meer weten over de werking van de versoepelde afkoopregeling bij langdurige arbeidsongeschiktheid, schrijf je dan in voor onze online Masterclass - Lijfrenten in de praktijk: do's en don'ts. In circa 2 uur informeren wij je over de belangrijkste ins en outs. Zodat je helemaal up-to-date bent!

Op integratieve en praktische wijze wordt een verdieping gegeven aan dit onderwerp, waardoor je een nog betere gesprekspartner en adviseur wordt. Na het volgen van deze Masterclass ben je op de hoogte van de laatste fiscale ontwikkelingen op het gebied van lijfrenten en kun je veel voorkomende praktijkdossiers op dat terrein moeiteloos, snel en op efficiënte wijze afhandelen. Zodat je jouw klant optimaal kunt bedienen.

Permanente Educatie: al onze E-learning, Masterclasses, Workshops en Vaardigheidstrainingen zijn geaccrediteerd voor Permanente Educatie.

Informatie

  • Toekomstvoorzieningen, Pensioen
  • Dinsdag 15 juni 2021

KennisHub

KennisHub Pensioen- &
Life Event Advisering

  • Inspirerende Masterclasses
  • Praktijkgerichte Workshops
  • PE Artikelen & Casuistiek
  • Artikelen & Blogs
  • Stel je vraag
  • PE-geaccrediteerd
  • Mix & Match
  • Jaarlijks PE-certificaat
  • 21 dagen op proef

€ 35 p/m

Volgende licenties: 20% korting Meer Informatie

Eerst aankijken? Word Free Member

  • Wekelijkse nieuwsbrief
  • Artikelen & Blogs
  • 5+ gratis vaktechniek artikelen p/m
  • Schrijf je in voor Masterclasses & Workshops
  • Toegang tot FinSourceOne

Gratis

Volgende Free Members: 100% korting Meer Informatie