Afkoopsom uit (loon)stamrecht belast in Nederland

Tot 1 januari 2014 was het mogelijk om een ontslagvergoeding te ontvangen in de vorm van een voor de heffing van LB vrijgesteld (loon)stamrecht. Als zo’n stamrecht voortijdig wordt afgekocht dan is de waarde van het stamrecht belast als loon uit vroegere dienstbetrekking. In een recente uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland is een uitkering ineens (afkoopsom) uit een stamrecht aan de orde geweest.

X heeft in het verleden voor diverse in de Verenigde Staten (VS) gevestigde bedrijven gewerkt. Tot het einde van de laatste dienstbetrekking in de VS in 2011 heeft X is de VS gewoond. Als gevolg van een wereldwijde reorganisatie bij het laatste bedrijf is X in 2011 ontslagen. X werd overgeplaatst naar H BV. Met die BV heeft X vanaf 1 december 2011 tot 6 januari 2012 een dienstbetrekking gehad, maar X heeft in die periode geen werkzaamheden behoeven te verrichten. X heeft nadien ook geen werkzaamheden in Nederland meer verricht.

De ontvangen ontslagvergoeding is in 2012, onder gebruikmaking van de toen geldende stamrechtvrijstelling, ondergebracht in een Nederlandse stamrecht-BV die daartoe is opgericht. Daarbij is inhouding van loonheffing achterwege gebleven. Het stamrechtkapitaal is vervolgens in 2014 in één keer uitgekeerd c.q. afgekocht door de stamrecht-BV. Ten aanzien van de afkoopsom is door de stamrecht-BV loonheffing over 80% van de waarde afgedragen.

De stamrecht-BV heeft bezwaar gemaakt tegen de inhouding en afdracht van de betreffende loonheffing en heeft uiteindelijk beroep ingesteld bij de Rechtbank Noord-Holland. In geschil is de heffingsbevoegdheid van Nederland over de door de stamrecht-BV gedane afkoopsom. De rechtbank overweegt dat X de aan hem in 2012 betaalde ontslagvergoeding in datzelfde jaar heeft ondergebracht in een Nederlandse stamrecht-BV. Het stamrecht is op dat moment met toepassing van de stamvrijstelling onbelast gebleven. Het belastbare feit in deze belastingzaak was de uitkering van het stamrechtkapitaal in één keer in 2014. De uitkering uit het stamrecht is gedaan door een in Nederland gevestigde inhoudingsplichtige en wordt genoten door een inwoner van Nederland. Dit betreft volgens de rechtbank een louter nationale situatie. Nederland is volgens de rechtbank dus heffingsbevoegd. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

N.B.: In de procedure doet de stamrecht-BV een beroep op de arresten van de Hoge Raad van 11 juni 2004, nrs. 37.714 en 38.112 alsmede op het per 15 juli 2014 geactualiseerde commentaar op het OESO-Modelverdrag. Omdat de rechtbank van mening is dat sprake is van een louter nationale situatie, kunnen de aangehaalde arresten en het geactualiseerde commentaar op het OESO-Modelverdrag volgens de rechtbank onbesproken blijven. Tijdens een eventueel hoger beroep zal moeten blijken of de rechtbank het bij het rechte eind heeft. Uit de uitspraak van de rechtbank blijken te weinig feiten om iets concreets over het oordeel van de rechtbank te zeggen.

Informatie

  • Toekomstvoorzieningen, Internationaal, Pensioen Algemeen
  • Maandag 25 april 2016

KennisHub

KennisHub Pensioen- &
Life Event Advisering

  • Inspirerende Masterclasses
  • Praktijkgerichte Workshops
  • PE Artikelen & Casuistiek
  • Artikelen & Blogs
  • Stel je vraag
  • PE-geaccrediteerd
  • Mix & Match
  • Jaarlijks PE-certificaat
  • 21 dagen op proef

€ 35 p/m

Volgende licenties: 20% korting Meer Informatie

Eerst aankijken? Word Free Member

  • Wekelijkse nieuwsbrief
  • Artikelen & Blogs
  • 5+ gratis vaktechniek artikelen p/m
  • Schrijf je in voor Masterclasses & Workshops
  • Toegang tot FinSourceOne

Gratis

Volgende Free Members: 100% korting Meer Informatie