Artikel DUS Bondgenoten (FNV): Pensioenonzekerheid

De kredietcrisis brengt het veelgeroemde Nederlandse pensioenmodel aan het wankelen. Onze pensioenen blijken helemaal niet zo zeker.

110 miljard euro Nederlands pensioengeld is het afgelopen jaar verdampt. De meeste pensioenfondsen hebben te weinig geld om aan hun toekomstige verplichtingen te voldoen. De fondsen hebben bij de Nederlandsche Bank herstelplannen ingediend hoe ze binnen vijf jaar de boel weer op orde willen krijgen.

Dat kan door de premies te verhogen en pensioenen niet te indexeren. Door beleggingen aan te passen en te hopen dat de komende vijf jaar de economie weer uit het dal kruipt en de rente stijgt. Door de maatregelen lijden veel werknemers en gepensioneerden koopkrachtverlies. Als het herstel van de economie langer dan een paar jaar op zich laat wachten en de rente laag blijft, moeten in het ergste geval de pensioenen worden verlaagd, het beruchte ‘afstempelen’.

Het zijn schokkende berichten uit pensioenwalhalla Nederland, waar we altijd netjes hebben gespaard voor onze oudedag. Ineens blijken die pensioenen niet zo in beton gegoten als we dachten. “Honderd procent zekerheid bestaat niet,” zegt Willem Noordman, verantwoordelijk voor pensioenen in het bestuur van FNV Bondgenoten. “Dat hadden we beter moeten uitleggen aan werknemers en gepensioneerden. Maar pensioen is ingewikkelde materie. En wie hecht er waarde aan zo’n verhaal als er meer dan voldoende geld in de pot zit en er jaren achtereen is geïndexeerd? Want zo was de situatie nog maar kort geleden.”

De waarde van de pensioenfondsen wordt gemeten aan de dekkingsgraad. Bij een dekkingsgraad van 100 procent is er precies genoeg geld voor alle toekomstige pensioenverplichtingen. Veel pensioenfondsen zijn onder de 100 gezakt, maar opmerkelijk zijn de grote verschillen. Het pensioenfonds van de Rabobank heeft een dekkingsgraad van 128 procent, hoog genoeg om te indexeren. Daar staat een magere 87 procent van het pensioenfonds Metalektro (PME) tegenover. Het Shell pensioenfonds halveerde in één jaar tijd van 180 naar 85.

De verschillen in dekkingsgraad duiden niet automatisch op het verschil tussen een goed en een slecht fonds. De directeur van het Rabobank pensioenfonds heeft zelf toegegeven dat hij de kredietcrisis óók niet heeft zien aankomen. Dat zijn fonds het zo goed heeft gedaan, was omdat alle Rabobank alle risico’s voor het bedrijf wilde afdekken. Dat kostte een lieve duit aan verzekeringspremie – zo’n 200 miljoen euro – maar het bleek de perfecte bescherming in crisistijd. Het Shell pensioenfonds was zo rijk dat het zich extra risicovolle aandelen kon permitteren. Dat pakte helemaal verkeerd uit. Nu moet Shell fors bijstorten. Hoewel sommige pensioenfondsen echte blunders hebben gemaakt, worden de verschillen in dekkingsgraad door pensioendeskundigen vooral verklaard door ‘toeval’ en de aard van het pensioenfonds.

Een ‘jong’ pensioenfonds met veel actieve werknemers en weinig gepensioneerden kan risicovoller beleggen – dus meer aandelen – dan een fonds met veel oudere werknemers en gepensioneerden. Immers, hoe meer ouderen, hoe meer geld er jaarlijks wordt uitgekeerd, hoe meer zekerheid er moet zijn dat dat geld er op korte termijn ook echt is. Juist de risicovolle beleggers hebben nu het lid op de neus gekregen.

Tot de jaren negentig waren de meeste pensioenfondsen saaie spaarders. De pensioenpremies werden ‘veilig’ belegd in vastgoed en obligaties met een paar procent rendement per jaar. De afgelopen decennia is steeds meer geïnvesteerd in risicovolle producten. In aandelen, maar ook in zogenaamde ‘hedge funds’ en private investeringsmaatschappijen die bedrijven opkopen en met winst verkopen. De nieuwe beleggingen hadden een veel hoger rendement waardoor de pensioenpremies laag konden blijven en er toch bijna jaarlijks werd geïndexeerd. Maar de risicovolle beleggingen maakten de pensioenen ook kwetsbaarder, zo blijkt nu pijnlijk.

“Voor meer zekerheid over onze pensioenen hadden we meer moeten sparen dan we de afgelopen jaren in Nederland hebben gedaan,” zegt pensioendeskundige Theo Gommer van Akkermans & Partners. “Er is te veel vertrouwd op de mooie rendementen van aandelen. Maar die rendementen waren zo hoog vanwege het hogere risico. Als je dat risico wil uitsluiten moeten de pensioenpremies omhoog of de pensioentoezeggingen omlaag.”

Sinds de kredietcrisis is er veel discussie over het pensioenstelsel. Hebben de pensioenfondsen niet te veel belegd in risicovoller producten? Is het stelsel wel toekomstvast? Over de voordelen van collectieve pensioenregelingen waarbij daadwerkelijk wordt gespaard voor pensioenen is bijna iedereen het wel eens. De vrees is echter dat het stelsel onbetaalbaar wordt doordat mensen steeds ouder worden en dus langer pensioen ontvangen. De huidige generatie gepensioneerden heeft vaak te weinig pensioenpremie betaald in verhouding tot het aantal jaren dat ze pensioen krijgt.

De afgelopen jaren is het pensioenstelsel al drastisch gewijzigd. Eindloonregelingen hebben plaatsgemaakt voor goedkopere middelloonregelingen. Ondernemingspensioenfondsen hebben om boekhoudkundige redenen hun pensioenregelingen aangepast, zodat bij pensioentekorten niet het bedrijf het risico loopt, maar de werknemers. Als er te weinig geld is, past het bedrijf niet langer het tekort bij.

De kredietcrisis is waarschijnlijk aanleiding voor verdere aanpassingen, die deels al in de lucht hingen. Het toezicht op de pensioenfondsen wordt verscherpt, pensioenbesturen worden professioneler en kleine pensioenfondsen zullen fuseren om de kosten te drukken. Er leven ideeën om de aanvullende pensioenen (dus alles bovenop de AOW) te splitsen in een ‘zeker’ basispensioen en een deel dat afhankelijk is van het rendement van het pensioenfonds. “Het huidige pensioenstelsel kan niet ongewijzigd blijven,” denkt Theo Gommer. “Er is geen reden voor paniek over de huidige situatie, maar ik verwacht wel dat het bestaande verzorgingssysteem zal plaatsmaken voor een systeem dat meer uitgaat van de hoeveelheid geld die wordt gespaard en niet van vaste pensioentoezeggingen.”

“Discussie is goed,” vindt Willem Noordman. “Maar we moeten geen beslissingen nemen op het dieptepunt van de markt. Het is nog veel te vroeg. Het is heel pijnlijk dat premies nu omhoog gaan en pensioenen worden bevroren, maar het gemiddelde Nederlandse pensioenfonds heeft ook nu nog een dekkingsgraad van 95 procent. Dat is hartstikke goed.”

De discussie zal de komende jaren vooral gaan over hoeveel pensioenzekerheid Nederlandse werknemers en gepensioneerden willen en welke prijs ze bereid zijn daarvoor te betalen. Meer zekerheid betekent hogere premies en lagere pensioenen en de vraag is of werkend Nederland daarop zit te wachten. Noordman: “Een les van de kredietcrisis is dat we mensen moeten vragen wat ze willen met hun pensioen. Ik denk dat mensen nu wel geïnteresseerd zijn in deze moeilijke materie. Meer zekerheid kán, maar voor een prijs. En die prijs moet eerlijk worden verdeeld: over gepensioneerden en werknemers en over ouderen en jongeren.”

Dekkingsgraad
Bij een dekkingsgraad van 100 procent heeft een pensioenfonds precies genoeg geld om alle toekomstige pensioenen te betalen. Tot eind 2007 hadden pensioenfondsen gemiddeld een dekkingsgraad van 144 procent, ruim genoeg voor alle pensioenen én indexatie. Eind 2008 zaten ze op 95. Die daling is veroorzaakt door een unieke combinatie van dalende beleggingen en dalende rente. Bijna alle soorten beleggingen zijn afgelopen jaar in de waarde gedaald. Pensioenfondsen hebben daardoor veel geld verloren. Een lage rente betekent bovendien dat pensioenfondsen meer geld moeten hebben om aan toekomstige verplichtingen te voldoen. Immers, als de rente 1 procent is 100 euro volgend jaar 101 euro waard. Bij 5 procent rente is dat 105 euro. Dus een hoge rente maakt een pensioenfonds relatief rijker.

Indexatie
Indexatie van pensioenen betekent dat het pensioen wordt aangepast aan de inflatie. Als de inflatie drie procent is, wordt het pensioen met drie procent verhoogd. Dat is belangrijk voor gepensioneerden, maar ook voor werknemers. Als tijdens de pensioenopbouw niet wordt geïndexeerd, bouwt een werknemer namelijk te weinig rechten op.

Indexatie maakt pensioenen toekomstvast. In principe zijn ze dat namelijk niet. Een werknemer bouwt alleen nominale rechten op, bijvoorbeeld een pensioen van 500 euro per maand (bovenop de AOW). De dekkingsgraad van een pensioenfonds is gebaseerd op die nominale rechten. Indexatie – en dus koopkrachtbehoud – is een extraatje dat alleen kan worden betaald uit hoger dan verwachte rendementen op beleggingen.

Beschikbarepremiepensioenen
Sommige bedrijven en sectoren hebben geen collectief pensioen maar een regeling waarbij de input bepalend is voor het pensioen van elke werknemer. Als je dat qua uitvoer en beheer niet goed regeld, zijn het vaak dure regelingen. Daarnaast is een belangrijk aandachtspunt het moment waarop de beleggingen worden omgezet in vastrentende waarden zoals obligaties en het moment waarop de pensioenuitkering wordt aangekocht. De markrente op dat moment is dan bepalend. Door hier meer aandacht voor te hebben kan de ergste pijn voorkomen worden. De Pensioenwet heeft het life cycle-beleggen geïntroduceerd (mindeer risicovol naarmate de pensioenleeftijd dichterbij komt), de fiscale wetgever staat toe dat het moment van aankoop flexibeler wordt en de uitvoerders moeten de werknemer meer en beter op de eigen verantwoordelijkheid wijzen. De werknemer moet deze dan ook wel nemen. Als het pensioengeld dus gewoon goed collectief wordt beheerd kan een beschikbare premieregeling de zelfde uitkomsten opleveren dan andere regelingen.

Dekkingsgraden enkele grote pensioenfondsen per eind 2008
(tenzij anders vermeld)

Rabobank 128 (begin februari)
spoorwegen 124
Philips 120
landbouw 113 (eind maart)
openbaar vervoer 109
ING 107
Unilever 104
detailhandel 97
Akzo Nobel 96
metalektro (PME) 90
metaal en techniek (PMT) 87
Shell 85 (eind november)

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Donderdag 26 maart 2015

KennisHub

KennisHub Pensioen- &
Life Event Advisering

  • Inspirerende Masterclasses
  • Praktijkgerichte Workshops
  • PE Artikelen & Casuistiek
  • Artikelen & Blogs
  • Stel je vraag
  • PE-geaccrediteerd
  • Mix & Match
  • Jaarlijks PE-certificaat
  • 21 dagen op proef

€ 35 p/m

Volgende licenties: 20% korting Meer Informatie

Eerst aankijken? Word Free Member

  • Wekelijkse nieuwsbrief
  • Artikelen & Blogs
  • 5+ gratis vaktechniek artikelen p/m
  • Schrijf je in voor Masterclasses & Workshops
  • Toegang tot FinSourceOne

Gratis

Volgende Free Members: 100% korting Meer Informatie