Betaalde lijfrentepremies zijn niet altijd geheel aftrekbaar. Wat is de aftrekruimte in 2021?

Om voor aftrek van lijfrentepremies in aanmerking te komen, moet een klant een box 1-lijfrente hebben afgesloten. Op zo’n lijfrente moeten dan ook premies of ‘inlegbedragen’ zijn betaald. Is er niks betaald, dan is er ook niets aftrekbaar. Als een klant lijfrentepremies heeft betaald, wil dat niet zeggen dat het hele bedrag aftrekbaar is. De Wet IB 2001 kent zijn begrenzingen. Als de klant nog voor 2021 voor lijfrentepremie-aftrek in aanmerking wil komen, moet hij tijdig de premies betalen. Het is aan te raden vooraf de aftrekruimte te bepalen.

Lijfrente

Voor veel mensen is een lijfrente aantrekkelijk omdat door middel van zo’n product fiscaal gefacilieerd kan worden gespaard voor de oude dag. Dat kan via een lijfrenteverzekering, maar ook middels een lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht. De op een lijfrente betaalde bedragen zijn onder voorwaarden en binnen wettelijke grenzen aftrekbaar in box 1. Dat kan in bepaalde gevallen een leuke belastingmeevaller opleveren. Echter, voordat een klant bedragen op zijn lijfrente stort, is het raadzaam eerst zijn aftrekruimte te kennen. Als hij de op zijn lijfrente betaalde bedragen nog als aftrekpost in de aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2021 wil opvoeren dan heeft hij daarvoor tot en met uiterlijk 31 december 2021 de tijd. Beter is het iets eerder te betalen.

Aftrek van betaalde bedragen; toegestane lijfrentevormen

Betaalde lijfrentebedragen zijn pas als uitgaven voor inkomensvoorzieningen in box 1 aftrekbaar als die bedragen zijn betaald voor een van de volgende toegestane lijfrentevormen:

  • Een levenslange oudedagslijfrente
  • Een tijdelijke oudedagslijfrente en
  • Een nabestaandenlijfrente

Deze lijfrentevarianten kunnen worden gesloten in zowel een verzekeringsvorm, als een bancaire variant. De bancaire lijfrentevarianten zijn de lijfrentespaarrekening, de lijfrentebeleggingsrekening en het lijfrentebeleggingsrecht.

De voor een toegestane lijfrente betaalde bedragen zijn alleen aftrekbaar als deze is gesloten bij een toegelaten lijfrenteaanbieder (professionele verzekeraar, bank of beleggingsonderneming).

Attentiepunt

Premies voor een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule zijn niet aftrekbaar, ten minste niet als dat contract niet is aangepast aan een van de genoemde box 1-vormgevingen. Zo’n contract kan voor aftrek nog steeds worden aangepast voor de toekomst, maar nooit voor het verleden!

Aftrekruimten onder de Wet IB 2001

De bedragen die zijn betaald voor een bij een toegelaten aanbieder ondergebrachte toegestane lijfrentevorm zijn aftrekbaar binnen de wettelijke begrenzingen en maxima van de Wet IB 2001. Er moet dan sprake zijn van een pensioentekort.

Het pensioentekort is in de Wet IB 2001 ‘vertaald’ in een forfaitaire formule. Dit wordt ook wel de jaarruimte genoemd. Er kan gebruik worden gemaakt van de jaarruimte als de klant aan het begin van het kalenderjaar 2021 jonger is dan de AOW-leeftijd. 

Niet-benutte jaarruimten van de zeven aan het kalenderjaar (betaaljaar) voorafgaande jaren kunnen worden ingehaald in dat kalenderjaar. Voor het kalenderjaar 2021 gaat het dus om niet-benutte jaarruimten in de jaren 2014 tot en met 2020. Deze aftrekruimte komt bovenop de jaarruimte en heet reserveringsruimte. De jaar- en reserveringsruimte kennen wettelijke begrenzingen en maxima en zijn niet overdraagbaar tussen partners! De maximale jaarruimte voor 2021 is € 13.236 en de maximale reserveringsruimte is € 7.489 als de klant jonger is 56 jaar en 4 maanden. Voor oudere personen geldt een maximum van € 14.785.

Het bedrag dat maximaal mag worden afgetrokken, geldt voor alle box 1-lijfrenteproducten die een klant heeft tezamen, dus niet per lijfrenteproduct!

Digitaal Hulpmiddel Lijfrentepremie van Belastingdienst

Op de site van de Belastingdienst zijn digitale rekenhulpen voor bepaling van de hoogte van jaarruimte en reserveringsruimte beschikbaar. Medio juli 2021 is het ‘Hulpmiddel Lijfrentepremie’ voor belastingjaar 2021 online beschikbaar gesteld op de website van de Belastingdienst. Deze digitale rekenhulp kan worden gebruikt bij de bepaling van de maximale aftrekruimte voor de jaren 2016 tot en met 2021. Daarnaast is op de website van de Belastingdienst een separaat ‘Hulpmiddel Lijfrentepremie’ voor de jaren van vóór 2016 beschikbaar.

Tip

Om de reserveringsruimte zo optimaal mogelijk te gebruiken kan het beste met het oudste jaar worden begonnen. Let er daarbij op dat de jaarruimte van 2021 uiterlijk in 2028 kan worden benut. Na het zevende jaar gaat een niet-benutte jaarruimte namelijk verloren!

Businesscase

Gegevens case

Meneer Derksen is geboren op 9 oktober 1963 en werkt full-time als directeur ‘OV-fiets’ bij de Nederlandse Spoorwegen. Via deze werkgever bouwt hij pensioen op bij het pensioenfonds openbaar vervoer voor zijn oudedag. Per jaar worden pensioenrechten opgebouwd. Over de hoogte van de pensioenaangroei 2020 is informatie te vinden in het Uniform Pensioen Overzicht 2021 dat aan Derksen is verstrekt door het pensioenfonds. Hieruit valt onder meer de factor A te halen. Die is nodig voor berekening van zijn jaarruimte.

Derksen is in het verleden regelmatig van baan gewisseld. Daarom heeft hij in zijn pensioenopbouw een pensioenbreuk opgelopen. Om zijn pensioengat op te vullen heeft Derksen in 2002 een gemengde lijfrenteverzekering afgesloten tegen jaarlijkse premiebetaling (€ 1.200 per jaar). Verzekerd zijn een levenslange oudedagslijfrente bij in leven zijn en een nabestaandenlijfrente bij zijn voortijdig overlijden. De lijfrente van Derksen voldoet aan de voorwaarden om voor premieaftrek in aanmerking te komen.

Derksen heeft in 2021 een prijs in de loterij gewonnen. Hij wil een gedeelte van dat geld gebruiken voor zijn lijfrente en daarin een extra bedrag storten.

Uit de aangifte IB/PVV over 2020 van Derksen zijn de volgende gegevens overgenomen
Loon voor loonheffing €      78.935,00
Ontvangen alimenatie-uitkeringen€      12.000,00
Geclaimde reisaftrek €            423,00


De factor A (pensioenopbouw) voor 2020 was € 1.212,00.

Aan de aangifte IB/PVV over 2019 zijn de volgende gegevens ontleend            
Loon voor loonheffing€      75.476,00
Ontvangen alimentatie€      12.000,00
Geclaimde reisaftrek€            423,00


De factor A (pensioenopbouw) voor 2019 was € 1.098,00. In de aangifte IB/PVV 2020 heeft Derksen de jaarlijks verschuldigde lijfrentepremie afgetrokken.

Vragen

  1. Wat is de totale jaarruimte voor de heer Derksen voor het jaar 2021? Kan hij meer aftrekken dan de door hem betaalde reguliere jaarpremie?
  2. Indien mogelijk, maak in de uitwerking onderscheid tussen de jaarruimte en de reserveringsruimte en geef per soort ruimte aan hoeveel de aftrekruimte voor 2021 bedraagt.

Uitwerking

De premiegrondslag voor berekening van de jaarruimte van de heer Derksen bedraagt voor 2021 (gegevens 2020) 
Fiscaal jaarloon€ 78.935,00
Bij: Periodieke alimentatie-uitkeringen€ 12.000,00 +/+
Af: Reisaftrek€       423,00 -/-
Af: AOW-franchise 2021€ 12.672,00 -/-
Premiegrondslag jaarruimte 2021€ 77.840,00

 

Volgens de formule van de jaarruimte, heeft de heer Derksen een pensioentekort. Voor de heer Derksen bedraagt de jaarruimte 2021 echter maximaal
13,3% van € 77.840€ 10.353,00
Af: 6,27x € 1.212€   7.599,00 -/-
Jaarruimte 2021€   2.754,00

 

De niet-benutte jaarruimte voor het jaar 2000 bedraagt                                               
Fiscaal jaarloon€ 75.476,00
Bij: Periodieke alimentatie-uitkeringen€ 12.000,00 +/+
Af: Reisaftrek€       423,00 -/-
Af: AOW-franchise 2020€ 12.472,00 -/-
Premiegrondslag jaarruimte 2020€ 74.581,00
            0,133 x
 €   9.920,00
Af: Pensioenopbouw NS:
6,27 x € 1.098,00 =
€   6.884,00 -/-
Jaarruimte 2020€  3.036,00
Reeds afgetrokken in 2020€  1.200,00 -/-
Niet-benutte jaarruimte 2020€  1.836,00

 

Voor de heer Derksen bedraagt de reserveringsruimte voor het jaar 2021 (totaal niet-benutte jaarruimten 2020 tot en met 2014) in totaal € 1.836. Aangezien dit bedrag blijft onder 17% van de premiegrondslag van 2021 en tevens onder het voor 2021 geldende maximum van € 14.785 (Derksen valt in de leeftijdscategorie 56 jaar + 4 maanden en ouder) is dit bedrag derhalve in beginsel binnen de reserveringsruimte aftrekbaar in het jaar 2021.

In 2021 bedraagt de totale lijfrentepremie-aftrekruimte voor de heer Derksen: € 4.590 (= € 2.754 + € 1.836). Deze uitkomst is gebaseerd op het Hulpmiddel Lijfrentepremie van de Belastingdienst. De uitkomst van deze berekening gaat uit van de in de case vermelde bedragen. Als van dat hulpmiddel gebruik wordt gemaakt, is het aan te raden voordat die digitale omgeving wordt afgesloten, eerst een print te maken van de berekende aftrekruimte. Na het sluiten van het hulpmiddel gaan de ingevulde gegevens en berekeningen namelijk verloren.

Het aftrekbedrag dat het hulpmiddel heeft berekend mag niet zonder meer worden overgenomen in de aangifte IB/PVV over 2021 van de klant. Dat mag alleen als hij de premies ook daadwerkelijk in 2021 heeft betaald. Naast de reguliere jaarpremie kan Derksen op zijn lijfrente – binnen de voor hem bestaande aftrekruimte – dus nog extra een bedrag van € 3.390 storten. Dat moet hij tijdig doen, te weten voor het einde van het jaar 2021.

Tot slot

Alvorens een klant bedragen op zijn lijfrente gaat storten, is het verstandig vast te stellen wat zijn aftrekruimte voor een bepaald jaar is. Dat geldt ook voor 2021. Daarbij kan sinds juli 2021 de “hulp worden ingeroepen” van de digitale rekenhulp van de Belastingdienst. Wil een klant nog in 2021 bedragen storten op een lijfrente en wil hij weten wat zijn aftrekruimte voor dat jaar is? Hou dan zijn aangifte IB/PVV van 2020 of zijn inkomensgegevens over 2020 bij de hand.

Als de klant in loondienst was of zelf vrijwillig pensioenpremies betaalde dan heeft hij de opgaaf van zijn pensioenaangroei in 2020 nodig. Deze heeft hij als het goed is al van zijn pensioenfonds ontvangen. Als voor een klant de reserveringsruimte moet worden berekend dan zijn zijn inkomensgegevens en pensioenopbouw van de afgelopen 7 jaar nodig.

In december 2020 is het concept-wetsvoorstel 'Wet toekomst pensioenen' ter internetconsultatie aangeboden. Een van de concrete voorstellen is om het bestaande verschil in fiscale premieruimte tussen werknemerspensioenen en lijfrenten weg te nemen door het percentage van de maximale premieruimte voor beide voorzieningen te verhogen naar 30% van een bepaalde grondslag. De jaarruimte-premiegrens is nu 13,3%. Als de voorstellen kracht van wet krijgen, betekent dit dus een aardige verruiming van de lijfrente-aftrekruimte voor een klant.

Meer weten?
Wil je meer weten over de complexe materie rond lijfrenten, schrijf je dan in voor onze Masterclass - Lijfrenten in de praktijk: do's & don'ts op 11 november 2021. Tijdens de masterclass informeren wij je over de belangrijkste ins en outs. Zodat je helemaal up-to-date bent!

Permanente Educatie: al onze E-learning, Masterclasses, Workshops en Vaardigheidstrainingen zijn geaccrediteerd voor Permanente Educatie.

Informatie

  • Lijfrente, Vermogensstructurering, Directeur-grootaandeelhouder, IB-ondernemer
  • EQF 6
  • 0,5 PE punt(en)
  • Dinsdag 28 september 2021

KennisHub

KennisHub Pensioen- &
Life Event Advisering

  • Inspirerende Masterclasses
  • Praktijkgerichte Workshops
  • PE Artikelen & Casuistiek
  • Artikelen & Blogs
  • Stel je vraag
  • PE-geaccrediteerd
  • Mix & Match
  • Jaarlijks PE-certificaat
  • 21 dagen op proef

€ 35 p/m

Volgende licenties: 20% korting Meer Informatie

Eerst aankijken? Word Free Member

  • Wekelijkse nieuwsbrief
  • Artikelen & Blogs
  • 5+ gratis vaktechniek artikelen p/m
  • Schrijf je in voor Masterclasses & Workshops
  • Toegang tot FinSourceOne

Gratis

Volgende Free Members: 100% korting Meer Informatie