Compensatie transitievergoeding na twee jaar ziekte

Op 1 juli 2015 is de Wet Werk en Zekerheid (Wwz) ingevoerd. Die wet verplicht werkgevers onder meer om werknemers bij ontslag een transitievergoeding te betalen. Vooral in het midden- en kleinbedrijf wordt de verplichting een transitievergoeding te betalen aan iemand die ook al twee jaar is doorbetaald in verband met ziekte, als een te zware last ervaren. Ook als er moet worden gereorganiseerd vanwege tegenvallende bedrijfsresultaten of de werkgever zijn bedrijf wil beëindigen, kan het zo zijn dat de transitievergoedingen die hiermee gepaard gaan, de reorganisatieplannen en een bedrijfsbeëindiging in de weg staan. Daarom is op 11 juli 2018 een wet gepubliceerd die in deze gevallen compensatie verleent. Deze wet treedt in werking op 1 april 2020. Een nadere uitwerking wordt gegeven in de Regeling compensatie transitievergoeding, die op 26 februari 2019 is gepubliceerd.

De wet geldt voor alle werkgevers, ongeacht hun grootte, en heeft betrekking op verschuldigde transitievergoedingen bij:

  • Ontslag na langdurige ziekte
  • Ontslag op bedrijfseconomische gronden

Compensatie transitievergoeding bij ontslag na langdurige ziekte

Als een dienstverband na langdurige ziekte wordt beëindigd, kan een werkgever worden gecompenseerd voor de verstrekte transitievergoeding. Eventueel door de werkgever betaalde transitie- en inzetbaarheidskosten die op de transitievergoeding in mindering zijn gebracht mogen hierbij worden opgeteld. Maximaal kan niet meer gecompenseerd worden dan de transitievergoeding waarop recht bestond direct nadat de periode van 104 weken loondoorbetaling door de werkgever was verstreken. Als een werkgever daarna de werknemer nog in een slapend dienstverband heeft gehouden en de werknemer hierdoor recht heeft op een hogere transitievergoeding wordt deze verhoging dus niet gecompenseerd. Meestal zal geen sprake zijn van een hogere transitievergoeding door het slapende dienstverband. Transitievergoedingen zijn vanaf 1 januari 2020 in de meeste gevallen een stuk lager dan daarvoor.

De compensatie geldt in de volgende situaties:

  • Een tijdelijke arbeidsovereenkomst waarbij de werknemer bij beëindiging ziek is en recht heeft op een ZW-uitkering
  • Arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde of bepaalde tijd die vanwege het niet langer kunnen werken, na 104 weken worden opgezegd of ontbonden
  • Beëindiging met wederzijds goedvinden van een arbeidsovereenkomst wegens langdurige arbeidsongeschiktheid (vergoeding, gemaximeerd tot het bedrag aan wettelijke transitievergoeding)

Compensatie transitievergoeding bij ontslag op bedrijfseconomische gronden

Transitievergoedingen, die betaald moeten worden aan ontslagen boventallige werknemers, kunnen er voor zorgen dat de wijzigingen niet of niet volledig kunnen worden doorgevoerd vanwege het ontbreken van de financiële middelen. Bij bedrijfsbeëindiging kan het de werkgever beperken in zijn mogelijkheden om voor zichzelf een pensioenvoorziening te regelen. Daarom wordt het voor kleine werkgevers (tot 25 werknemers) ook mogelijk de betaalde transitievergoedingen gecompenseerd te krijgen.

In het nieuwe besluit is wel vastgelegd, dat bij cao kan worden bepaald dat bij ontslag om bedrijfseconomische redenen (inclusief bedrijfsbeëindiging) geen transitievergoeding verschuldigd is indien de werknemer op grond van die cao recht heeft op:

  • Voorzieningen die bestaan uit maatregelen om werkloosheid te voorkomen
  • Voorzieningen die de duur van werkloosheid beperken
  • Een redelijke financiële vergoeding

De (gekapitaliseerde) waarde van dergelijke voorzieningen hoeft niet gelijkwaardig te zijn aan de transitievergoeding waar een individuele werknemer recht op zou hebben gehad.

Financiering

De compensatieregeling wordt voor transitievergoedingen verstrekt in de periode 1 juli 2015 t/m 31 december 2019 betaald uit het Algemeen werkloosheidsfonds (Awf). Als gevolg van de invoering van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra), die op 1 januari 2020 is ingegaan, wordt de compensatie vanaf deze datum uit het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) betaald. Behandeling van aanvraag en uitbetaling van de compensatie wordt door het UWV gedaan.

De verwachte kosten in 2020 bedragen € 871 miljoen, in 2021 € 448 miljoen en voor de jaren daarna ongeveer € 228 miljoen per jaar. Door de terugwerkende kracht van de wet zijn de bedragen in 2020 en 2021 beduidend hoger dan in de jaren daarna.

De Awf-premie is in 2019 daarom al verhoogd met 0,75%, in 2020 is de AOF-premie structureel verhoogd met circa 0,3%.

In de compensatieregeling worden enkele antimisbruikbepalingen opgenomen, om te voorkomen dat de compensatie hoger wordt dan wat uiteindelijk betaald had moeten worden door de werkgever op grond van de loondoorbetalingsplicht of de transitievergoeding.

Administratieve lasten

De compensatieregeling zal inzake administratieve lasten voor werkgevers naar verwachting beperkt zijn. Veel van de bij UWV aan te leveren gegevens zijn al bekend bij het UWV en al voorhanden voor het berekenen van de te betalen transitievergoeding. Andere gegevens die noodzakelijk zullen zijn, zoals een opgave van het betaalde loon tijdens ziekte, kunnen door de werkgever eenvoudig worden verkregen uit de eigen loonadministratie.

Inwerkingtreding met terugwerkende kracht

De wet treedt in werking op 1 april 2020.

Voor het deel van de regeling, dat ziet op compensatie van een transitievergoeding op bedrijfseconomische gronden, wordt uitgegaan van 1 januari 2021 als ingangsdatum. De uitwerking in lagere wetgeving (besluit) is nog niet definitief.

Vanwege de benodigde voorbereidingstijd bij het UWV kon de compensatieregeling in verband met langdurige ziekte niet eerder ingaan. Bij het compenseren van betaalde transitievergoedingen na ontslag wegens arbeidsongeschiktheid geldt daarom een terugwerkende kracht tot 1 juli 2015. Iedere werkgever die dus in deze situatie eerder een transitievergoeding heeft betaald kan compensatie aanvragen en dit bedrag dus terugontvangen. Een belangrijk doel van de wet was om een einde te maken aan de praktijk, waarin arbeidsongeschikte werknemers door middel van een ‘slapend dienstverband’ in dienst worden gehouden om daarmee het betalen van een transitievergoeding te voorkomen. Inmiddels ligt er ook een uitspraak van de Hoge Raad waarin wordt bevestigd dat slapende dienstverbanden in deze situatie niet zijn toegestaan, als aan verschillende voorwaarden wordt voldaan.

Informatie

  • Inkomen
  • Woensdag 25 maart 2020

KennisHub

KennisHub Pensioen- &
Life Event Advisering

  • Inspirerende Masterclasses
  • Praktijkgerichte Workshops
  • PE Artikelen & Casuistiek
  • Artikelen & Blogs
  • Stel je vraag
  • PE-geaccrediteerd
  • Mix & Match
  • Jaarlijks PE-certificaat
  • 21 dagen op proef

€ 35 p/m

Volgende licenties: 20% korting Meer Informatie

Eerst aankijken? Word Free Member

  • Wekelijkse nieuwsbrief
  • Artikelen & Blogs
  • 5+ gratis vaktechniek artikelen p/m
  • Schrijf je in voor Masterclasses & Workshops
  • Toegang tot FinSourceOne

Gratis

Volgende Free Members: 100% korting Meer Informatie