De positie van de (ex-)partner van een DGA die wil uitfaseren

De op 1 april 2017 in werking getreden Wet uitfaseren pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen (verder Wet Uitfaseren) biedt de DGA de mogelijkheid om op een fiscaal gunstige wijze van zijn of haar in eigen beheer opgebouwde pensioenaanspraken af te komen. Hierbij kan de keuze gemaakt worden tussen het afkopen van de fiscale waarde of het omzetten hiervan in een oudedagsverplichting.

 

Belangrijk onderdeel bij de praktische uitwerking van het uitfaseren is dat de (gewezen) partner medewerking dient te verlenen. De (gewezen) partner zal zich daarbij ongetwijfeld de vraag stellen of, hoe en in welke mate hij of zij voor de noodzakelijke medewerking gecompenseerd wordt in verband met het potentieel verlies van uitkeringsrechten en eventueel bij echtscheiding zelf te verkrijgen pensioenaanspraken. Deze compensatie is één van de meest besproken en tevens één van de minst duidelijke aspecten van het uitfaseren van in eigen beheer opgebouwde pensioenaanspraken. De praktijk laat zien dat de positie van de DGA en die van de ex-partner steeds vaker onderwerp van discussie worden. De verwachting is dat er nog de nodige rechtszaken zullen volgen. Een kort overzicht.

 

Rechtbank Oost-Brabant, 20  september 2017

Op 20 september 2017 liet de Rechtbank Oost-Brabant[1] zich al uit over de vraag of een DGA mee moet werken aan het converteren van zijn pensioenrechten bij scheiding in een eigen recht voor de ex-partner, zodat zij zelf een keuze kon maken in het kader van de Wet Uitfasering. Allereerst is de Rechtbank van mening dat de vordering tot het verplicht mee laten werken aan conversie met grote terughoudendheid moet worden beoordeeld. Uit jurisprudentie tot op heden blijkt dat de aanwezigheid van gestelde bijzondere omstandigheden onvoldoende reden waren om conversie afdwingbaar te maken. Hoewel een wetswijziging als de Wet Uitfasering Pensioen in Eigen Beheer een bijzondere omstandigheid is, die verder gaat dan de omstandigheden in de jurisprudentie tot op heden, is ook de wet onvoldoende om tot een verplichte conversie te komen.

 

De Rechtbank overweegt verder dat conversie een technische omzetting van aanspraken is, die gevolgen heeft voor beide voormalige partners, waarbij met name sprake is van een (financiële) verandering in de (toekomstige) aanspraken van de man, waarop hij zich niet heeft kunnen voorbereiden. Om die reden is conversie ook als mogelijkheid in de Wet VPS opgenomen, nadat partners hierover overeenstemming hebben bereikt. Het is geen recht van een van beide partners. Het voert dan ook, volgens de Rechtbank, te ver om de gevolgen van de conversie voor rekening van de man te laten komen. Toewijzing van de gevorderde conversie is dan ook niet redelijk en billijk.

 

 

 

Hoewel conversie een oplossing kan zijn, indien beide (voormalig) partners een andere keuze willen maken in het kader van de Wet Uitfasering Pensioen in Eigen Beheer, blijkt uit deze uitspraak, dat conversie niet op grond van die wet door een van de beide partners afgedwongen kan worden. Dit is nog altijd in de lijn met de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding (verder Wet VPS), maar niet in lijn met de voorgenomen wijziging van deze wet.

 

Rechtbank Amsterdam, 31 januari 2018

Rechtbank Amsterdam[2] heeft zich vervolgens op 31 januari 2018 uitgelaten over de vraag of een ex-partner mee moet werken aan het omzetten van het pensioen in eigen beheer in een oudedagsverplichting. In de betreffende casus oordeelde de Rechtbank dat de eisen van redelijkheid en billijkheid die de rechtsverhouding tussen ex-echtgenoten beheersen met zich brengen dat de inmiddels gewezen partner van een DGA verplicht is mee te werken aan het omzetten van in eigen beheer opgebouwde pensioenaanspraken in een aanspraak ingevolge een oudedagsverplichting.

 

De DGA heeft volgens de Rechtbank namelijk belang bij het gebruik kunnen maken van de mogelijkheden die de Wet uitfaseren biedt. De belangen van de gewezen partner worden door de Rechtbank wel onderkend en benoemd, maar de belangen van de DGA prevaleren. Niet alleen het ouderdomspensioen werd omgezet in een oudedagsverplichting, maar ook de aanspraak op (bijzonder) partnerpensioen. Dit is echter wel een eigen recht van de ex-partner. Daar gaat de Rechtbank aan voorbij.

 

Rechtbank Rotterdam, 4 juni 2018

Recentelijk gepubliceerd is de uitspraak van Rechtbank Rotterdam[3] over de vraag of de DGA aanspraak kan maken op een schadevergoeding als de ex-partner niet meewerkt aan het uitfaseren. De vrouw verzoekt in de procedure dat de man dan wel de onderneming binnen een bepaalde termijn over moeten gaan tot afstorting van de aan haar toekomende pensioenrechten in het kader van de Wet VPS. Rechtbank heeft de man de gelegenheid geboden om zich uit te laten over de Wet Uitfasering. Daaruit blijkt dat de vrouw niet wil meewerken aan afkoop als geen overeenstemming omtrent de compensatie bestaat. Deze werd tot op heden niet bereikt. Rechtbank dringt er bij partijen toch op aan om overeenstemming te bereiken. Wordt die niet bereikt, dan zal de Rechtbank het verzoek tot afstorting behandelen.

 

In dat kader vordert de man van de vrouw een schadevergoeding omdat zij niet wil meewerken aan afkoop. Het grote voordeel van de afkoopoptie kon genoten worden in 2017 (34,5% korting). De korting in 2018 is al beduidend lager (25%). Deze schadevergoeding dient in mindering te strekken op de vergoeding die in het kader van de afkoop zal worden bepaald, zo stelt de man. De Rechtbank heeft echter overwogen dat het een keuze van de vrouw is om haar toestemming te verlenen of niet. De vrouw is niet gehouden haar medewerking te verlenen.

 

Bovendien heeft zij recht op een vergoeding bij de afkoop van het pensioen in eigen beheer en hadden partijen hierover geen overeenstemming. Een grondslag voor het verzoek tot schadevergoeding van de man ontbreekt, zodat dit zal worden afgewezen. Het is de vraag of uit de twee laatste uitspraken geconcludeerd kan worden dat een ex-partner mee moet werken aan omzetting, maar niet aan afkoop, of dat dit toch afhankelijk blijft van de feiten en omstandigheden.

 

Conclusie

Bovenstaande uitspraken laten in ieder geval zien dat de Wet Uitfasering een actueel onderwerp in de jurisprudentie is. Zoals reeds aangegeven, is het de verwachting dat dit slechts een begin is. Het is derhalve van belang om voor beide partijen inzichtelijk te maken wat het belang bij omzetting (dan wel afkoop) is en wat hierbij de mogelijkheden zijn en goede afspraken te maken omtrent de compensatie. Hierbij is veel mogelijk met ook zeker voordelen voor de ex-partner. Die moet hier alleen wel van overtuigd worden! 

 

 



[1] Rechtbank Oost-Brabant, 20 september 2017, C/01/291668 / HA ZA 15-236

[2] Rechtbank Amsterdam, 31 januari 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:1755

[3] Rechtbank Rotterdam, 4 juni 2018

Informatie

  • Algemeen, Fiscale Aspecten, Financieren, Toekomstvoorzieningen, Uit elkaar gaan
  • Dinsdag 11 december 2018

KennisHub

KennisHub Up-to-date

Hét abonnement om je kennis en vaardigheid met focus op (o.a.) Pensioen, Collectief Pensioen, Lijfrente, Echtscheiding, Estate Planning en Life Events, up-to-date te houden én door te ontwikkelen. Praktijk gericht, fiscaal georiënteerd, boordevol actualiteiten en PE-geaccrediteerd.

€ 28

p/m (vanaf) Meer Informatie
  • Goed voor 30+ PE-punten/uren per jaar
  • Volg tot 10 actualiteiten sessies per jaar
  • Onbeperkt inspirerende Masterclasses
  • Schrijf je in voor praktijkgerichte Workshops
  • Lees PE-geaccrediteerde artikelen vanuit je luie stoel
  • Stel je vraag aan onze experts
  • 100% online, geen reistijden en verloren uren
  • 21 dagen op proef en beslis daarna pas