Geen pensioenindexatie indien het pensioen volgens Boon/Van Loon is ‘afgekocht’.

De vrouw voert in hoger beroep aan, dat de door haar te ontvangen contante waarde van de pensioenaanspraken van de man bij ABP en Walgemoed, die de rechtbank op € 5.483,-- heeft vastgesteld, moet worden vermeerderd met de indexering. Zij wijst in dit verband op de uitspraak van de Hoge Raad van 6 oktober 2006 (ECLI:NL:HR:2006:AW6163).

De man voert aan dat partijen zijn gescheiden vóór 1 mei 1995, zodat de door hem opgebouwde ouderdomspensioenaanspraken en het daaraan gekoppelde weduwenpensioen in de gemeenschap van goederen vielen. De man stelt, dat het waardeverschil tussen het opgebouwde ouderdoms- en weduwenpensioen ten tijde van de scheiding voor verrekening in aanmerking komt en dat indexering alleen van toepassing is op het moment dat de vrouw aanspraak zou kunnen maken op maandelijkse uitkeringen uit hoofde van opgebouwde pensioenaanspraken, en daarvan is volgens de man geen sprake.

Het Hof oordeelt dat partijen vóór 1 mei 1995 gescheiden zijn, zodat de pensioenrechten moeten worden verrekend conform het Boon/Van Loon- arrest. Dit arrest biedt verschillende mogelijkheden tot verrekening van de pensioenrechten, waaronder: - het opleggen van een voorwaardelijke uitkering, die aan het leven van beide echtgenoten gebonden is, opeisbaar wordt naarmate de pensioentermijnen opeisbaar worden en kan worden uitgedrukt in een percentage daarvan, - ook kan de te verrekenen waarde bijvoorbeeld in de vorm van een door de pensioengerechtigde te bekostigen lijfrenteverzekering worden verrekend.

Het Hof oordeelt dat partijen, in het onderhavige geval, in de procedure bij de rechtbank er voor hebben gekozen, dat de man de te verrekenen opgebouwde waarde van de pensioenaanspraken diende af te kopen met een eenmalig aan de vrouw te betalen bedrag. Dit bedrag is gebaseerd op de contante waarde van die aanspraken per echtscheidingsdatum. Het Hof oordeelt, dat ook dit een toelaatbare wijze van verrekening is in het kader van het Boon/Van Loon- arrest. Daarbij past volgens het Hof niet dat dit bedrag vervolgens geïndexeerd dient te worden. Indexering is in dit kader slechts redelijk wanneer partijen de pensioenrechten verdelen door middel van een voorwaardelijke uitkering zoals hierboven bedoeld. Hetgeen ook aan de orde was in de uitspraak van de Hoge Raad van 6 oktober 2006.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19 april 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:3059

Informatie

  • Scheiden & Einde relatie, De gewone werknemer, Civieljuridische Aspecten, Pensioen Algemeen
  • Maandag 13 juni 2016

KennisHub

KennisHub Pensioen- &
Life Event Advisering

  • Inspirerende Masterclasses
  • Praktijkgerichte Workshops
  • PE Artikelen & Casuistiek
  • Artikelen & Blogs
  • Stel je vraag
  • PE-geaccrediteerd
  • Mix & Match
  • Jaarlijks PE-certificaat
  • 21 dagen op proef

€ 35 p/m

Volgende licenties: 20% korting Meer Informatie

Eerst aankijken? Word Free Member

  • Wekelijkse nieuwsbrief
  • Artikelen & Blogs
  • 5+ gratis vaktechniek artikelen p/m
  • Schrijf je in voor Masterclasses & Workshops
  • Toegang tot FinSourceOne

Gratis

Volgende Free Members: 100% korting Meer Informatie