Geen uitkeringsbelofte, dan ook geen verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen

Pensioenfondsen willen geen uitkering meer beloven. Volgens Theo Gommer komt de verplichtstelling voor bedrijven om zich aan te sluiten bij hun bedrijfstakfonds hiermee op losse schroeven te staan.

Pensioenfondsen willen af van hun uitkeringsbelofte, zo kopte Het Financieele Dagblad  (20 januari 2016) in een interview met Pensioenfederatie topman Gerard Riemen. We moeten overstappen op gewoon individuele spaarpotten en we zien op pensioendatum wel hoeveel pensioen dat oplevert, stelt hij. Ook zegt hij dat het niet meer uit te voeren en niet meer uit te leggen is als de belofte niet kan worden nagekomen.

Dat de pensioenkassen echt niet zo goed gevuld zijn, blijkt wel uit de internationale stresstest die Europees toezichthouder EIOPA onlangs hield. Sterker nog, Nederlandse pensioenfondsen zijn zelfs extra gevoelig voor realistische ontwikkelingen zoals een langdurig lage markrente en volatiele beurskoersen. Dit wordt ruiterlijk onderschreven door DNB.

De vraag is dan ook gerechtvaardigd of de huidige verplichtstelling, dus géén vrije keus qua pensioenuitvoerder, maar gedwongen winkelnering, nog langer in stand kan blijven. Natuurlijk is de afschaffing van de verplichte winkelnering bij het ‘eigen’ bedrijfstakpensioenfonds een eerste stap. En waarom moeten de sociale partners nog bepalen wie de pensioenuitvoerder wordt? Waarom kan dat niet op werkgeversniveau, zoals – ook al weer decennia lang – in de vrije markt, waarbij de werkgever zelf zijn uitvoerder mag kiezen. Bedrijfstakwerkgevers zijn toch niet minder deskundig dan werkgevers die niet onder de bedrijfstak vallen? Onzin dus, geen argument meer te bedenken waarom de sociale partners nog langer moeten kiezen.

Drijvende Bokken

Een eerste toets voor afschaffing van de gedwongen winkelnering kan gevonden worden in de argumenten die het Europees Hof heeft gegeven in de allesbepalende ‘verplichtstellings’arresten Drijvende Bokken, Brentjens en Albany in 1999.

In eerste instantie dient een verplicht Bpf een bepaald pensioenniveau te verzekeren. Het Hof geeft allereerst aan dat ‘de sociale functie van belang is (gezien het – relatief – lage wettelijke overheidspensioen in Nederland).’

Verder geeft ze als rechtvaardiging dat er solidariteit is bij een Bpf, er geen medische waarborgen mogen worden gesteld, er sprake is van premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid, overname premiebetaling bij faillissement, een indexatie(streven) en – essentieel – de financiering plaatsvindt op basis van de doorsneepremie-systematiek. Dat betekent dat alle deelnemers een gelijk percentage van hun salaris aan pensioenpremie betalen.

Geconcludeerd kan dan worden dat dit bij verplichtgestelde Bpf-regelingen voordelen heeft ten opzichte van de vrije markt én resulteert in een volwaardig pensioen.

Echter, als ik nu Bpf’en leg langs de meetlat van het Hof ontstaat een onthutsend beeld. Geen uitkeringsgarantie, zelfs niet langer de zekerheid van een adequaat pensioen volgens de EIOPA, niet eens een belofte daartoe. Geen solidariteit, hooguit in het zelfgekozen langlevenrisico. Maar ook dat wordt ‘onderuit’ gehaald door alle plannen inzake doorbeleggen na pensioendatum. Medische waarborgen mogen ook al sinds 1997 niet meer in de vrije markt. Premievrijstelling kan uiteraard meeverzekerd worden – die zit ook gewoon ingebakken in de premie bij Bpf’en.  Daar wordt dus gewoon voor betaald. Het indexatie-streven is er ongetwijfeld nog, maar kan eveneens niet nagekomen worden en de doorsneepremie heeft geen toegevoegde waarde als het om individuele spaarpotten gaat. En gaat het niet langer, dan gaat de indexatie er dus gewoon (tijdelijk) af en/of de premie omhoog.

De conclusie moet dus zijn dat de houdbaarheid van de huidige verplichtstelling, voor de duidelijkheid, de verplichte onderbrenging bij een aangewezen pensioenfonds, er niet meer kan zijn. Dat is wat anders dan een verplichtstelling binnen een bedrijfstak, maar dan wel met vrije keus voor een werkgever qua uitvoerder. Nu vele bedrijfstakpensioenfondsen ook nog eens overwegen om samen te gaan in een Algemeen pensioenfonds (APF), maar dan wel met gescheiden vermogens, ontstaat ook vanuit die hoek zware druk over de houdbaarheid van de verplichtstelling (zie hierover ook het artikel – als mede-auteur- ‘Kamer doorbreekt solidariteit pensioenen’,  Het Financieele Dagblad 26 juni 2015). Dit is inmiddels bevestigd door de Raad van State. Tot slot, uitgaande van een komende, verdere afkalving van de verplichtstelling, doet de wetgever er verstandig aan om serieus een algemene (basis)pensioenplicht – en dan ook voor zelfstandigen – te overwegen. De werkgever of zzp-er kiest dan zelf zijn uitvoerder. Marktmechanisme wordt leidend en niet langer de verouderde heilige huisjes.

Informatie

  • Verzekeringstechniek, Toezicht, Pensioen Algemeen
  • Vrijdag 26 februari 2016

KennisHub

KennisHub Pensioen- &
Life Event Advisering

  • Inspirerende Masterclasses
  • Praktijkgerichte Workshops
  • PE Artikelen & Casuistiek
  • Artikelen & Blogs
  • Stel je vraag
  • PE-geaccrediteerd
  • Mix & Match
  • Jaarlijks PE-certificaat
  • 21 dagen op proef

€ 35 p/m

Volgende licenties: 20% korting Meer Informatie

Eerst aankijken? Word Free Member

  • Wekelijkse nieuwsbrief
  • Artikelen & Blogs
  • 5+ gratis vaktechniek artikelen p/m
  • Schrijf je in voor Masterclasses & Workshops
  • Toegang tot FinSourceOne

Gratis

Volgende Free Members: 100% korting Meer Informatie