Geen verplichte Zvw-verzekering; boetes ten onrechte opgelegd

X,  gehuwd met Y, is door zijn Zwitserse werkgever gedetacheerd naar het buitenland. Zij hebben samen drie kinderen en zijn woonachtig in Nederland. X verricht geen beroepswerkzaamheden. Y reisde ten minste één keer per week vanuit het buitenland naar het gezin in Nederland. X, Y en de kinderen zijn sinds 2010 verzekerd voor ziektekosten bij een Franse verzekeringsmaatschappij via de Zwitserse werkgever van Y. CAK heeft X op 30 april 2014 schriftelijk gemaand om binnen drie maanden voor haarzelf en voor haar kinderen een zorgverzekering op grond van de Zvw af te sluiten. Daarbij heeft CAK gewezen op de gevolgen indien X niet binnen de genoemde termijn deze aanmaningen zou opvolgen, zoals het opleggen van een boete. Bij besluiten van 24 juni 2014 heeft de Sociale Verzekeringsbank (SVB) vastgesteld dat X en haar drie kinderen vanaf 26 augustus 2013 verzekerd zijn voor de AWBZ, omdat zij ingezetenen van Nederland zijn. Daarbij is vermeld dat AWBZ verzekerden verplicht zijn in Nederland een zorgverzekering in de zin van de Zvw af te sluiten. Bij besluiten van 4 september 2014 heeft het Zorginstituut aan X voor haar en haar drie kinderen elk afzonderlijk een boete van € 332,25 opgelegd, omdat zij heeft verzuimd binnen drie maanden na de aanmaning voor haarzelf en haar kinderen zorgverzekeringen in de zin van de Zvw af te sluiten. Het door X hiertegen bij CAK ingediende bezwaar werd afgewezen omdat niet is voldaan aan de verzekeringsplicht op grond van de Zvw. Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft de beroepen tegen de bestreden besluiten ongegrond verklaard. In hoger beroep bij de CRvB heeft X gesteld dat de bestreden besluiten zijn genomen in strijd met Europese regelgeving en in het bijzonder met bepalingen inzake het vrij verkeer van diensten, zoals die zijn uitgewerkt in diverse Europese richtlijnen. De CRvB onderzoekt of toepassing van het Europese recht, en met name EU Vo 883/2004, leidt tot een ander oordeel dan het oordeel van de Rechtbank en concludeert dat dat het geval is. Met de afgegeven E101 verklaring heeft het bevoegde Zwitserse orgaan bevestigd dat Y in die periode onderworpen is (gebleven) aan de sociale zekerheidswetgeving van Zwitserland. In deze situatie is Zwitserland dan ook de bevoegde lidstaat als bedoeld in artikel 17 van EU Vo 883/2004. CAK heeft daarom ten onrechte als vaststaand aangenomen dat X en de kinderen verplicht waren een zorgverzekering op grond van de Zvw af te sluiten. CAK heeft ten onrechte de boetes opgelegd.

Informatie

  • Internationaal, Pensioen Algemeen
  • Maandag 27 november 2017

KennisHub

KennisHub Pensioen- &
Life Event Advisering

  • Inspirerende Masterclasses
  • Praktijkgerichte Workshops
  • PE Artikelen & Casuistiek
  • Artikelen & Blogs
  • Stel je vraag
  • PE-geaccrediteerd
  • Mix & Match
  • Jaarlijks PE-certificaat
  • 21 dagen op proef

€ 35 p/m

Volgende licenties: 20% korting Meer Informatie

Eerst aankijken? Word Free Member

  • Wekelijkse nieuwsbrief
  • Artikelen & Blogs
  • 5+ gratis vaktechniek artikelen p/m
  • Schrijf je in voor Masterclasses & Workshops
  • Toegang tot FinSourceOne

Gratis

Volgende Free Members: 100% korting Meer Informatie