Het voorschot op polis

De levensverzekering is, naast een instrument van voorzorg en sparen, ook een middel tot kredietverstrekking. Een ervan is het voorschot op polis. Dit artikel analyseert de mogelijkheden en beperkingen van deze techniek. 

Vastgoedfinanciering met de 2de pijler 

Er zijn 3 methodes om een levensverzekering in de 2de, 3de en zelfs 4de pijler aan te wenden om een vastgoedproject te financieren: 

  • Voorschot op polis 
  • Wedersamenstelling van een krediet op eindvervaldag 
  • Inpandgeving van een verzekering 

Dit artikel legt de focus op voorschot op polis, hoewel een aantal spelregels ook voor de twee andere formules van toepassing zijn. De fiscale regelgeving bijvoorbeeld is van toepassing op alle drie vormen van vastgoedfinanciering.

Wat is voorschot op polis? 

In een pensioenverzekering in tak 21 wordt steeds een wiskundige reserve opgebouwd. Die is inderdaad wiskundig in de zin dat ze nauwkeurig kan worden berekend. En de wiskundige reserve is wel degelijk een reserve in die zin dat deze wordt opgebouwd om op eindvervaldag het voorziene kapitaal te kunnen uitkeren.

Dat houdt in dat er op ieder moment bij de verzekeraar een bepaald kapitaal ter beschikking staat. Het is tegen dat kapitaal dat een voorschot op polis mogelijk is. Wat men eigenlijk doet is het eigen spaargeld in een pensioenverzekering ontlenen, of, in bankiersterminologie uitgedrukt, een back-to-back lening.

De techniek van voorschot op polis heeft geen directe impact op het spaarcontract zelf. De polis wordt niet beëindigd en de premiestortingen komen er niet door in het gedrang, althans niet in beginsel.  

De reserve staat dus garant voor de terugbetaling van het krediet en net daarom kan er nooit de volle 100 % van de reserve ontleend worden. Want bij uitkering van het pensioencontract worden er diverse fiscale en parafiscale inhoudingen aangerekend. In de 2de pijler is dat vrij omvangrijk: 

  • Een bijzondere sociale bijdrage van 3,55 % 
  • Een solidariteitsbijdrage van 0 tot 2 % 
  • Een belasting op het verzekerd kapitaal tussen 20 en 10 % 
  • Een verhoging op die belasting gelijk aan de gemeentetaks 

Omdat op de eindvervaldag de netto uitkering, die moet dienen om het voorschot op polis te delgen, lager ligt dan het verzekerd kapitaal - de reserve op eindvervaldag zeg maar - is het bedrag dat men kan ontlenen lager dan die reserve. Afhankelijk van het concrete dossier zullen verzekeraars een voorschot toelaten tussen 60 en 95 % van de opgebouwde pensioenreserve. Parameters die daar een rol in spelen zijn: 

  • Fiscaliteit van het pensioencontract 
  • Looptijd van de polis 
  • Leeftijd van de betrokkene 

In de 3de pijler liggen de fiscale inhoudingen anders, maar ook hoger. Want bij vervroegde uitkering kan de verzekeraar een wederbeleggingskost aanrekenen, te verhogen met de fiscale penalisatie wegens afkoop van een 3de pijler verzekering, nl 33 %.

Een voorschot op polis op een levensverzekering met louter een uitkering bij vroegtijdig overlijden is weinig of niet zinvol. Er wordt immers in dit type levensverzekeringen maar een beperkte of geen wiskundige reserve opgebouwd.

Voorwaarden 

Technische voorwaarden

Er moet uiteraard een wiskundige reserve aanwezig zijn in een verzekeringsovereenkomst, wil een voorschot op polis mogelijk zijn. De wiskundige reserve in een pensioenverzekering is eigenlijk het resultaat van iedere premiestorting, na aftrek van kosten, verhoogd met interest. Deze grafiek (grafiek 1) maakt dit duidelijk: 

Het voorschot mag 60 tot 95 % van de reserve bedragen, afhankelijk van het product en de fiscaliteit op einddatum. Het voorschot is altijd gebaseerd op de verworven reserves, niet op de verwachte prestaties. In de grafiek 1 is de verwachte prestatie iets meer dan € 52 000, terwijl de verworven reserve bv op 46 jaar € 20 000 bedraagt. Het is ook logisch dat beide sommen verschillend zijn, want op ieder moment van het contract is de verworven reserve lager dan de verwachte prestatie, tenzij op eindvervaldag wanneer beide gelijk worden.  

Ter illustratie geven we het maximaal ontleenbaar percentage van de reserve op, zoals toegepast door een grote Belgische verzekeraar. Dat maximum wordt als volgt bepaald: 

X % van de contractuele reserve + Y % van de reserve opgebouwd door de winstdeling geïnvesteerd in tak 21 = maximaal voorschot 

De percentages X en Y worden bepaald door het fiscaal regime van het verzekeringscontract.

Fiscaal regime van het contract​ 

​x% van de contractuele reserve ​ 

y% van de reserve W.D. (enkel tak 21)​ 

 

Voor 62 jaar​ 

Na 62 jaar​ 

 

VAPZ - RIZIV - VAP loontrekkende zorgverstrekker​ 

90 %​ 

90 %​ 

90 %​ 

​POZ zelfstandige  

​80 % 

80 %​ 

90 %​ 

IPT zelfstandige 
Groep zelfstandigen​ 

70 %​ 

77 %​ 

90 %​ 

IPT loontrekkende 
Pension@work (loontrekkenden)​ 

70 %​ 

77 %​ 

90 %​ 

Top Manager loontrekkenden 

70 %​ 

77 %​ 

90 %​ 

Bron : AG Insurance brochure vastgoedfinanciering, maart 2020 

Kredietvoorwaarden

Er wordt een onderhandse lening onderschreven tussen verzekeraar en kredietnemer. De verzekeraar keert het voorziene kredietbedrag uit volgens de voorwaarden van de lening. Dat kan betekenen dat bij verbouwingen er facturen moeten worden voorgelegd. Bij aankoop van een onroerend goed kan bijvoorbeeld een aankoopcompromis worden gevraagd.

De kredietnemer en verzekeraar bepalen in overleg de voorwaarden van het voorschot: 

  • De interest 
  • De manier en frequentie van betaling 
  • De manier en datum van aflossing 

Een wat bijzondere vorm van krediet die in de techniek van voorschot op polis mogelijk is, is de kapitalisatie van de interest. Er zijn verzekeraars die toelaten dat de klant op het ontleende bedrag zelfs geen interest betaald. Het lijkt gratis geld, maar dat is het uiteraard niet. Want de interest wordt dan toegevoegd aan de uitstaande schuld. Daardoor zal het percentage van het mogelijk te ontlenen bedrag voor dit type van contracten ten andere lager liggen. De uitstaande schuld stijgt namelijk ieder jaar.

Rentevoeten

Het is normaal dat op een lening een interest verschuldigd is. Alleen is dat bij een voorschot op polis niet zo voor de hand liggend. Want er zijn diverse formules op de markt, verschillend per verzekeraar, waar de kredietnemer zelfs géén interest verschuldigd is.

Dit lijkt vreemd en een verklaring daarvoor vraagt wat meer duiding. Op iedere pensioenverzekering in tak 21 wordt namelijk naast een kapitaalsgarantie door de verzekeraar ook interest aangeboden. Dat kan een gegarandeerde interest zijn. Die bedraagt in april 2020 bijvoorbeeld meestal 0,5 %. Daarboven op komt winstdeelname. Dit is een aandeel in de technisch-financiële resultaten van de verzekeraar. Verzekeraars beleggen de reserves van hun pensioenklanten immers op lange termijn en halen daardoor aantrekkelijke rendementen. Zo werd in 2018 er nog gemiddeld 2,6 % op de markt behaald (Bron: Assurinfo Nr. 35, 24 oktober 2019).  

Een verzekeraar kan er nu voor kiezen om géén interest meer toe te kennen op een pensioenverzekering waar een voorschot op polis werd genomen. In plaats van interest te betalen op het ontleende bedrag, geeft de kredietnemer in de plaats daarvan het recht op om interest op het pensioencontract te genieten. De rentevergoeding van de verzekeraar bestaat dan uit de uitgespaarde gegarandeerde renten en winstdeelname.

Dit lijkt een interessant idee: een lening zonder interest. Toch is er wat nuance nodig. Het recht op interest op de pensioenverzekering kan namelijk op de totale reserve gelden. Het kredietbedrag zal echter nooit die totale reserve kunnen bedragen. Het voordeel van een interestloze lening geldt slechts voor het ontleende bedrag, terwijl het nadeel van de ingeleverde interest op de totale pensioenreserve kan gelden. Een extreem voorbeeld kan dit nog verduidelijken: 

  • Wiskundige reserve op 1/1/20XX: € 100 000 
  • Ontleend bedrag op 1/1/20XX: € 10 000 
  • Interest op het ontleend bedrag voor één jaar: € 280 
  • Winstdeelname op de reserve: € 2 000 
  • Gegarandeerd rendement op de reserve (0,75 %): € 750 

Het voordeel van een interest die niét moet worden betaald, nl € 280, weegt niet op tegen het verlies van interestvorming op het pensioenkapitaal, nl € 2 750. Deze cijfers zijn overigens gebaseerd op de toegepaste interesten op voorschot op polis van AG Insurance, maart 2020, alsook de gegarandeerde rentevoet en de winstdeelname in 2019 van dezelfde verzekeraar. Dat wil niet zeggen dat een andere verzekeraar dezelfde politiek voert. Want dat is niet het geval en dat maakt een vergelijking tussen verzekeraars bijzonder lastig.

Anderzijds heeft de consument niet veel keuze. Meestal zal een voorschot op polis worden genomen op een lopend contract, bij de huidige verzekeraar en dan is er geen of nauwelijks keuzevrijheid. Wanneer iemand evenwel in het kader van bijvoorbeeld een IPT een forse koopsomstorting overweegt, met als doel om kort na storting een voorschot op polis op te nemen, heeft deze wél een keuze. En dan kan als keuzecriterium naast de gebruikelijke elementen ook de politiek inzake voorschot op polis in aanmerking worden genomen.

Fiscale voorwaarden

Wordt een voorschot genomen op een verzekeringscontract, waar een fiscaal voordeel aan gekoppeld is, dan legt de fiscus een bijkomende beperking op. Die komt uiteraard bovenop de bestaande beperkingen inzake het fiscaal voordeel op premiestortingen. Dat houdt in dat, indien de hierna beschreven fiscale regel niet gerespecteerd is, het fiscaal voordeel op de premiestorting kan worden geweigerd.

Het voorschot op polis moet de financiering van vastgoed betreffen, gelegen in België of in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte. Welke houding er t.o.v. de UK zal worden ingenomen is bij het uitschrijven van dit artikel niet duidelijk. De volle impact van brexit is namelijk nu nog niet gekend. De Europese Economische Ruimte omvat namelijk alle landen van de Europese Unie, samen met Liechtenstein, Noorwegen en IJsland. In beginsel hoort de UK daar niet meer bij sinds brexit. Ook het chalet in de Zwitserse Alpen kan niet via voorschot op polis worden gefinancierd.

Ieder type van vastgoedproject is mogelijk. Het mag een privéwoning betreffen, een handelspand, garage, bouwgrond, het maakt niet uit. Ook het doel van de financiering is erg ruim: verwerven, bouwen, renoveren of verbeteren van het vastgoed. Een nieuw dak op de privé woning is dus prima. De aanleg van een zwembad bij de villa aan de Cote d’Azur is toegelaten. De financiering van een machine, auto of andere roerende goederen is niet mogelijk via voorschot op polis.

Is er géén fiscaal voordeel op de premiestorting gekoppeld aan de verzekeringsovereenkomst, dan vervalt uiteraard deze fiscale beperking. Een levensverzekering in de 4de pijler kan dus wel de cottage in de UK financieren, hoewel dit nog steeds afhankelijk is van de aanvaardingspolitiek inzake kredieten van de verzekeraar.  

En tak 23?

Het appetijt bij verzekeraars om op basis van een tak 23 levensverzekering een voorschot op polis toe te kennen is bijzonder klein. Daar is ook een goede reden voor, want de waarde van de polis is op ieder moment eigenlijk een onzekerheid. Niets belet dat die waarde van de ene op de andere dag met 5 % of meer daalt of stijgt. Die onzekerheid levert een onzekerheid op inzake de pandwaarde van de betrokken polis. Daarom is een voorschot op polis op basis van een tak 23 verzekering niet alleen heel moeilijk te bekomen, maar ook ten sterkste af te raden. De kans is reëel dat de waarde van de polis op eindvervaldag niet volstaat om de uitstaande schuld te delgen.

Eén verzekeraar formuleert het zelfs zeer sec: Op de reserve in tak 23 kan geen voorschot worden toegekend.

Voordelen 

De financiering van vastgoed via voorschot op polis kent heel wat voordelen. We overlopen de voornaamste: 

De bankier komt het niet te weten. Dit argument kan erg belangrijk zijn. Omdat een voorschot op polis niet hypothecair hoeft te zijn, komt de bankier in beginsel niets te weten over het krediet. Dat kan in bijzondere omstandigheden nuttig zijn.

Elk project in vastgoed kan. Er kan een investering in een opbrengsteigendom mee worden gefinancierd, maar evengoed het zwembad aan de privé woning of het appartement aan een Spaanse costa.

Er zijn minder kosten. Ook dit kan tellen: omdat de lening niet hypothecair is, zijn er geen schattingskosten, noch dossierkosten of kosten van de notaris.  

Een soepele formule van terugbetaling. Er kan op vrije en vrijwillige basis worden afgelost, of volgens een schema met de verzekeraar afgesproken.

De aflossing kan ten laste van een vennootschap vallen. Dat kan , want als de premie in het kader van een IPT of groepsverzekering wordt gestort, wordt de basis van het krediet eigenlijk door een bedrijf betaald. Een bestuurder van vennootschappen kan bijvoorbeeld een IPT gebruiken om daarmee het appartement op Tenerife te financieren. De aflossing van het krediet gebeurt dan door de vennootschap.

Er is automatisch bescherming voor de nabestaanden. Een moderne levensverzekering voorziet immers in de uitkering van ten minste de wiskundige reserve bij vroegtijdig overlijden van de verzekerde. Die laat aldus geen schulden door het voorschot op polis na, omdat die door de uitkering van de levensverzekering worden afgelost. 

Er zijn maar weinig formaliteiten vereist. De toekenning en uitbetaling van een voorschot op polis verloopt doorgaans veel vlotter dan een gewoon krediet. Dat is ergens ook logisch want men ontleent op basis van het eigen geld.

Een alternatief op afkoop. Afkopen van een pensioenverzekering is eigenlijk nooit een goed idee. Men verliest het gewaarborgd rendement uit het verleden, er zijn uitstapkosten en de fiscus eist zijn deel op, dat 33 % kan bedragen! De verzekeringnemer kan echter in dusdanig moeilijk financieel vaarwater verzeilen, dat ieder financieel tegoed moet worden verzilverd. Een voorschot op polis is dan een beter alternatief dan afkopen. De polis blijft bestaan en, naar gelang de gekozen renteformule, blijft het rendement uit het verleden bestaan. Of het wordt terug opgepikt na vroegtijdige aflossing. En de hoge kosten bij afkoop worden vermeden. Als laatste argument geldt dat in de 2de pijler afkoop zelfs niet toegelaten is, op enkele grote uitzonderingen na.

Nadelen 

Er zijn natuurlijk ook nadelen verbonden aan het voorschot op polis.  

Cashflow bij pensionering. Dat nadeel mag niet uit het oog verloren aan. Want indien er niet vroegtijdig wordt afgelost, zal de pensioenuitkering de uitstaande schuld delgen. Maar daardoor blijft er minder pensioenkapitaal over om de wensen en noden van de verzekerde na pensionering te kunnen financieren. De verzekeringnemer moet hier zeker op worden gewezen, al was het maar als motivator om toch vervroegd af te lossen.

Interest betalen. Dat ligt voor de hand. Op quasi iedere kredietvorm moet interest worden betaald. 

Interest verliezen. Dat is het alternatief. Er zijn formules op de markt waar de kredietnemer geen interest wordt aangerekend, met als nadeel dat de gegarandeerde rentevoet en/of winstdeelname tijdelijk niet wordt toegekend op de ontleende som. Dat kan virtueel de kost van het voorschot op polis overigens behoorlijk verhogen; ook dit element moet aan de klant worden meegegeven.

Een buitenbeentje: de RIZIV polis 

De RIZIV polis is een verzekeringsovereenkomst die voorbehouden is aan medische en paramedische beroepen. Het is een buitenbeentje want de premie wordt niet betaald door de verzekeringnemer maar door het RIZIV. Die premie kan overigens oplopen: voor een geconventioneerd voltijds arts bijvoorbeeld bedroeg de premie € 4 941,34 voor 2019. Een RIZIV polis kan worden onderschreven bij een klassieke verzekeringsmaatschappij, of bij een organisme voor financiering van pensioenen of OFP. Dit is een bijzondere rechtsvorm die een pensioenfonds moet aannemen. 

Ook deze polis komt in aanmerking voor een voorschot op polis. En ook hier verschilt de aanpak tussen de verschillende aanbieders.

Conclusie 

Een voorschot op polis is een weinig gekende maar interessante formule tot financiering van de aankoop, onderhoud of behoud van een onroerend goed. Er zijn heel wat goede argumenten om een voorschot op polis te overwegen, maar doorgaans moet de betrokken levensverzekering al wat jaartjes lopen om voldoende reserve te hebben opgebouwd.

Informatie

  • Levensverzekering (Tak 21)
  • 0.5 uur
  • EQF 6
  • 0.5 PE punt(en)
  • Donderdag 16 april 2020

KennisHub

KennisHub Pensioen- &
Life Event Advisering

  • Inspirerende Masterclasses
  • Praktijkgerichte Workshops
  • PE Artikelen & Casuistiek
  • Artikelen & Blogs
  • Stel je vraag
  • PE-geaccrediteerd
  • Mix & Match
  • Jaarlijks PE-certificaat
  • 21 dagen op proef

€ 35 p/m

Volgende licenties: 20% korting Meer Informatie

Eerst aankijken? Word Free Member

  • Wekelijkse nieuwsbrief
  • Artikelen & Blogs
  • 5+ gratis vaktechniek artikelen p/m
  • Schrijf je in voor Masterclasses & Workshops
  • Toegang tot FinSourceOne

Gratis

Volgende Free Members: 100% korting Meer Informatie