Hoge Raad inzake premievrijgemaakte vaste termijnverzekering

Op 19 november 2021 heeft de Hoge Raad arrest gewezen (21/01829) in een zaak die al eerder voor de Hoge Raad (19/03758) heeft gediend. De zaak werd door de Hoge Raad verwezen naar Gerechtshof Den Haag. In de zaak stond de herkwalificatie van een premievrijgemaakte vaste termijnverzekering centraal.

Actualiteit

Het Haagse hof heeft in zijn uitspraak van 20 april 2021 (BK-20/00644) geoordeeld dat de verzekeringsovereenkomst, na de premievrijmaking, voor de heffing van de IB niet (meer) kan worden aangemerkt als een overeenkomst van levensverzekering. Immers, als gevolg van de premievrijmaking is het overlijdensrisico en daarmee het verzekeringselement volgens het hof verdwenen uit de overeenkomst en resteert een overeenkomst die voor de heffing van de IB moet worden aangemerkt als een spaarcontract.

Voorts oordeelt het hof dat het verschil in aard tussen een overeenkomst mét en een overeenkomst zónder overlijdensrisico immers zo groot is dat op deze overeenkomst vóór en na de premievrijmaking niet dezelfde fiscaalrechtelijke bepalingen van toepassing kunnen zijn. Het Haagse verwijzingshof concludeert dat de uitkering in het betreffende jaar (2013) is gedaan uit hoofde van een overeenkomst die op dat moment voor de heffing van de IB moet worden aangemerkt als een spaarcontract en dat de heffing over de uitkering in 2013 volgens de bepalingen van de Wet IB 2001 verloopt, tenzij de Invoeringswet Wet IB 2001 anders bepaalt.

Ingevolge hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel AK, lid 2 van die Invoeringswet worden de inkomsten uit vermogen gesteld op het bedrag dat in aanmerking zou zijn genomen indien de lopende termijn (van rente) op 31 december 2000, tegen de waarde in het economische verkeer die daar op dat moment aan zou kunnen worden toegekend, zou zijn genoten. De renteaangroei tussen 16 maart 1995 en 31 december 2000 wordt in 2013 tot het inkomen in box 1 gerekend. De belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof Den Haag cassatie ingesteld.

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak van het hof. Bij de beoordeling van de klachten is het niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is op 19 november 2021 gepubliceerd.

Meer weten?
Wil je meer weten over actuele pensioenontwikkelingen, schrijf je dan in voor:

Daar gaan we uitgebreid in op de actuele ontwikkelingen rondom pensioen en overige inkomensvoorzieningen.

Permanente Educatie: al onze E-learning, Masterclasses, Workshops en Vaardigheidstrainingen zijn geaccrediteerd voor Permanente Educatie

Informatie

  • Lijfrente
  • Maandag 6 december 2021

KennisHub

KennisHub Up-to-date

Hét abonnement om je kennis en vaardigheid met focus op (o.a.) Pensioen, Collectief Pensioen, Lijfrente, Echtscheiding, Estate Planning en Life Events, up-to-date te houden én door te ontwikkelen. Praktijk gericht, fiscaal georiënteerd, boordevol actualiteiten en PE-geaccrediteerd.

€ 28

p/m (vanaf) Meer Informatie
  • Goed voor 30+ PE-punten/uren per jaar
  • Volg tot 10 actualiteiten sessies per jaar
  • Onbeperkt inspirerende Masterclasses
  • Schrijf je in voor praktijkgerichte Workshops
  • Lees PE-geaccrediteerde artikelen vanuit je luie stoel
  • Stel je vraag aan onze experts
  • 100% online, geen reistijden en verloren uren
  • 21 dagen op proef en beslis daarna pas