Inkoop buitenlandse dienstjaren na waardeoverdracht fictief of feitelijk?

Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen (CAP) heeft op 18 juni 2021 V&A 08-71 aangepast. Die aanpassing ziet op de vraag of inkoop van pensioengevende diensttijd na waardeoverdracht van een vóór 8 juli 1994 bij een buitenlandse werkgever buiten concernverband opgebouwd pensioen naar de pensioenregeling van een Nederlandse werkgever mogelijk is.

Op 8 juli 1994 werd het wettelijk recht op waardeoverdracht bij wisseling van dienstbetrekking ingevoerd. Met de inwerkingtreding van de Wet fiscale behandeling van pensioenen (1999) werd op 18 mei 1999 artikel 10a Uitvoeringsbesluit Loonbelasting 1965 (UBLB 1964) over de pensioengevende diensttijd ingevoerd. Daarin is bepaald dat jaren vanaf 8 juli 1994 doorgebracht in dienstbetrekking bij vorige inhoudingsplichtigen niet kunnen worden ingekocht. Op deze regel bestaan 2 uitzonderingen:

Uitzondering 1: Artikel 10a, lid 1, onderdeel f UBLB 1965

In geval van waardeoverdracht van pensioenkapitaal als bedoeld in de artikelen 32, vierde lid, 32a of 32b, van de Pensioen- en spaarfondsenwet (PSW), thans de artikelen 70a, 71, 74, 75, 85 t/m 88 en 91 Pensioenwet (PW) naar de (pensioenuitvoerder van de) huidige inhoudingsplichtige, mogen de uit die waardeoverdracht voortvloeiende dienstjaren meetellen als diensttijd voor de huidige pensioenregeling (fictieve dienstjaren). Daarnaast biedt de tekst van onderdeel f de mogelijkheid in plaats van de fictieve dienstjaren, de werkelijk bij de overdragende inhoudingsplichtige doorgebrachte diensttijd in aanmerking te nemen voor zover deze jaren op basis van een adequate diensttijdadministratie kunnen worden vastgesteld. In beginsel behoeft bij wisseling van dienstbetrekkingen binnen concernverhoudingen geen waardeoverdracht plaats te vinden omdat de pensioenopbouw bij dezelfde pensioenuitvoerder wordt voortgezet. Bij deze “interne waardeoverdracht” is onderdeel f UBLB 1965 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 10a, lid 2 UBLB 1965

Hier is de mogelijkheid opgenomen om dienstjaren die vóór 8 juli 1994 bij vorige inhoudingsplichtigen in dienstbetrekking zijn doorgebracht in te kopen. Daarbij kunnen alleen werkelijke dienstjaren worden ingekocht, voor zover er feitelijk een pensioentekort aanwezig is, afgemeten aan de actuele pensioenregeling. De bewijslast voor de inkoop van dienstjaren bij een vorige inhoudingsplichtige ligt bij de werknemer. Dienstjaren in het buitenland tellen, met uitzondering van de vóór 8 juli 1994 in het buitenland doorgebrachte dienstjaren als gevolg van uitzending naar een met de vorige inhoudingsplichtige “verbonden lichaam” overeenkomstig artikel 10a Wet Vpb 1969 (1/3 belang), niet mee.

De aanpassing van V&A 08-71, ziet op de volgende situatie.

Een werknemer heeft vóór 8 juli 1994 gewerkt bij een buitenlandse werkgever buiten concernverband en daar pensioen opgebouwd. De waarde van het aldaar opgebouwde pensioen wordt overgedragen naar de pensioenregeling bij zijn huidige, Nederlandse werkgever. Deze waardeoverdracht vindt plaats tegen een lager bedrag dan de overdrachtswaarde zou zijn geweest als die dienstjaren in het buitenland bij de Nederlandse werkgever zouden zijn doorgebracht. De vraag is nu of het verschil in overdrachtswaarde kan worden ingekocht.

Het CAP geeft aan dat dit verschil niet kan worden ingekocht op grond van artikel 10a UBLB 1965. Artikel 10a, lid 1, onderdeel f UBLB 1965 kan niet worden toegepast omdat inkoop van feitelijke buitenlandse diensttijd buiten concernverband niet wordt genoemd.

Evenmin kan een beroep worden gedaan op artikel 10a, tweede lid, UBLB 1965, omdat het verschil in overdrachtswaarde in feite ziet op het verschil in feitelijke en fictieve dienstjaren, terwijl lid 2 ziet op alleen als buitenlandse dienstjaren die vóór 8 juli 1994 in het buitenland bij een met de vorige inhoudingsplichtige verbonden lichaam zijn doorgebracht. Dienstjaren buiten concernverband, zoals hier het geval is, komen niet in aanmerking.

Conclusie

Pensioengevende dienstjaren doorgebracht bij buitenlandse werkgevers buiten concernverband blijven altijd beperkt tot de fictieve dienstjaren die worden berekend op basis van het ontvangen pensioenkapitaal. Feitelijke diensttijd kan niet worden ingekocht.

Ook in onderdeel 2.3 van het Besluit Loonheffingen, inkomstenbelasting, internationale aspecten van pensioenen en stamrechten (9 oktober 2015, nr. DGB2015/7010M) en in onderdeel 4 van het (inmiddels vervallen) Besluit van 22 april 2004, was dit al aangegeven.

Informatie

  • Toekomstvoorzieningen
  • Maandag 21 juni 2021

KennisHub

KennisHub Pensioen- &
Life Event Advisering

  • Inspirerende Masterclasses
  • Praktijkgerichte Workshops
  • PE Artikelen & Casuistiek
  • Artikelen & Blogs
  • Stel je vraag
  • PE-geaccrediteerd
  • Mix & Match
  • Jaarlijks PE-certificaat
  • 21 dagen op proef

€ 35 p/m

Volgende licenties: 20% korting Meer Informatie

Eerst aankijken? Word Free Member

  • Wekelijkse nieuwsbrief
  • Artikelen & Blogs
  • 5+ gratis vaktechniek artikelen p/m
  • Schrijf je in voor Masterclasses & Workshops
  • Toegang tot FinSourceOne

Gratis

Volgende Free Members: 100% korting Meer Informatie