Instemming Ondernemingsraad alleen nodig als de regeling verandert

Onlangs stuurde Jetta Klijnsma van SZW een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer over een verduidelijking van de instemmingsplicht van de ondernemingsraad (OR) indien het gaat om, kort gezegd, een wijziging van de pensioenovereenkomst tussen de werkgever en de werknemer.

Het is een goede zaak dat de rol van de OR wordt verduidelijkt want thans zijn er allerlei interpretatieverschillen.

Het is echter de vraag of deze nieuwe wet deze verschillen wegneemt. Een aantal dingen valt op ons op, en het belangrijkste willen we hier bespreken.

Eerst wat achtergrond. Indien werkgever en werknemer de pensioenovereenkomst hebben vastgesteld, wordt bekeken wie deze overeenkomst gaat uitvoeren. Dan kan in de tweede pijler een pensioenfonds, een premiepensioeninstelling, een verzekeraar of een (EU) buitenlandse entiteit zijn die op grond van de daar geldende regelgeving een tweede pijler pensioen mag uitvoeren. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld een Belgisch Pensioenfonds, een Organisatie voor de Financiering van Pensioen (OFP).

In het nieuwe OR voorstel wordt nu bepaald dat in principe de onderbrenging naar een Nederlandse uitvoerder in beginsel niet instemmingsplichtig is, maar de onderbrenging naar een buitenlandse uitvoerder altijd wél instemmingsplichtig is.

Dit is naar onze mening een directe discriminatie naar nationaliteit die het EU-recht al tientallen jaren verbiedt. Indien de regering van mening is dat de keuze voor een buitenlandse uitvoerder OR instemmingsplichtig is omdat de pensioenovereenkomst daardoor verandert, moet dat ook automatisch voor, zeg, een overgang van een Nederlandse verzekeraar naar een Nederlands pensioenfonds gelden. Immers, een verzekeraar moet een toezegging met 99,5% zekerheid nakomen, en een Nederlands pensioenfonds moet de toezegging met een zekerheid van 97,5% nakomen.

Wij denken echter dat een verandering van de financiering van de regeling (of dit nu in Nederland of buiten Nederland gebeurt) niet eo ipso tot een verandering van de regeling en de pensioentoezegging zal leiden. Als de toezegging maar wordt nagekomen!

Laten wij weer eens naar België kijken. De financiering van de toezegging gebeurt daar anders, misschien zelfs flexibeler, dan in Nederland. Zo wordt gekeken naar onder andere de leeftijd van de deelnemers, een eventuele bijstortingsverplichting, en de disconteringsvoet die hoort bij een bepaalde toezegging en een geschikte buffer die rekening houdt met mogelijk toekomstige negatieve deviaties. Indien een regeling al geen garanties bevat (bijvoorbeeld bij een Nederlandse CDC-regeling) valt nauwelijks in te zien hoe de regeling en/of toezegging verandert als een Belgische uitvoerder deze uitvoert. Dat kan natuurlijk anders zijn, maar wij pleiten ervoor dat per geval te bekijken, zowel nationaal als internationaal.

Bij een overgang naar een andere uitvoerder zou naar onze mening aangetoond moeten kunnen worden dat de pensioenen die de deelnemers krijgen naar verwachting tenminste hetzelfde zullen zijn. Dat niet alleen voor het totaal, maar ook voor belangrijke deelgroepen (bijvoorbeeld, jongeren en ouderen). Indien onderdeel van de regeling moet hierbij ook rekening gehouden worden met de verwachte jaarlijkse aanpassingen van pensioenen aan de prijsontwikkeling (of andere maatstaf). Op het moment dat de pensioengelden die de deelnemers naar verwachting op hun bankrekening bijgeschreven gaan krijgen tenminste gelijkwaardig zijn, is er geen sprake van een wijziging van de regeling. Anders gezegd, de overeengekomen pensioenregeling wordt gewoon gestand gedaan. Dus is er ook geen aparte toestemming nodig. Als de pensioenbedragen die de deelnemers kunnen verwachten duidelijk anders zouden worden door een andere manier van financieren dan zou een oplossing gezocht kunnen worden in hoe het hele financieringsstelsel wordt opgezet. Hier zijn voorbeelden van voorhanden. Dit is overigens ook waar de Belgische toezichthouder streng op toetst. Gelijkwaardigheid kan en moet aangetoond worden met een goed onderbouwde ALM-analyse. Is er uiteindelijk geen gelijkwaardigheid, dan kan gesproken worden van een wijziging van de regeling. En dat is een wijziging van de arbeidsvoorwaarden. Logisch dat in dat geval, of de regeling nu in eigen land of elders wordt uitgevoerd, instemming voor wijziging van de regeling nodig is.

Het is natuurlijk waar dat, zoals de regering aangeeft, er geen geharmoniseerd EU toezichtkader op pensioenfondsen bestaat. Nederland heeft dat overigens zelf altijd tegengehouden. Maar in de jaren '80 van de vorige eeuw werd al door het EU Hof bepaald dat gebrek aan harmonisatie geen discriminatoire maatregel rechtvaardigt.

Het zou een mooi signaal zijn gedurende het Nederlandse EU Voorzitterschap deze discriminatoire bepaling uit de wet te halen. En dat niet alleen, want anders loopt de vigerend voorzitter van de EU de kans te worden teruggefloten op het overtreden van een basisprincipe waarop de EU gegrondvest is.

Prof. dr. mr. H. (Hans) van Meerten, E: H.vanMeerten@uu.n

(Falco) R. Valkenburg AAG, RBA, E: hello@falcovalkenburg.eu, T: +31 6 22 78 50 29

 

Informatie

  • De gewone werknemer, Pensioen Algemeen
  • Maandag 8 februari 2016

KennisHub

KennisHub Pensioen- &
Life Event Advisering

  • Inspirerende Masterclasses
  • Praktijkgerichte Workshops
  • PE Artikelen & Casuistiek
  • Artikelen & Blogs
  • Stel je vraag
  • PE-geaccrediteerd
  • Mix & Match
  • Jaarlijks PE-certificaat
  • 21 dagen op proef

€ 35 p/m

Volgende licenties: 20% korting Meer Informatie

Eerst aankijken? Word Free Member

  • Wekelijkse nieuwsbrief
  • Artikelen & Blogs
  • 5+ gratis vaktechniek artikelen p/m
  • Schrijf je in voor Masterclasses & Workshops
  • Toegang tot FinSourceOne

Gratis

Volgende Free Members: 100% korting Meer Informatie