Leidt de opschuiving van de AOW leeftijd tot een onevenredige zware last?

Met ingang van 1 januari 2013 is artikel 7a AOW ingevoerd, als gevolg waarvan de aanvangsleeftijd van de pensioenopbouw en de pensioengerechtigde leeftijd stapsgewijs zijn verhoogd. Door deze verhoging vangt de AOW-leeftijd later aan. Dit kan financiële problemen geven. Zo ook voor eiseres in de onderhavige zaak. Wat was er aan de hand?  

Eiseres is in september 2011 met vervroegd pensioen gegaan en ontvangt daardoor een lager pensioen. Op 21 juni 2017 bereikte zij de AOW-leeftijd en ontvangt zij een AOW. Eiseres stelt dat zij destijds niet kon voorzien dat de AOW-leeftijd zou worden verhoogd en dat zij door de versnelde verhoging onevenredig financieel nadeel ondervindt. Zij heeft immers 9 maanden geen AOW gehad. Voor de overbruggingsregeling op grond van de Tijdelijke regeling overbruggingsuitkering AOW (OBR) komt zij niet in aanmerking. Eiseres heeft de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (hierna verweerder) verzocht haar vanaf de dag dat zij 65 jaar werd een AOW-uitkering toe te kennen. Haar aanvraag is door verweerder afgewezen.

Rechtbank Noord-Holland, 18 december 2017, ECLI:NL:RBNHO:2017
De rechtbank verwijst naar de uitspraken van de CRvB van 18 juli 2016, waarin is geoordeeld dat met de invoering van artikel 7a AOW en de daarmee gepaard gaande verschuiving van de aanvangsleeftijd van de AOW sprake is van een inmenging in het eigendomsrecht. De CRvB heeft geconcludeerd dat de verhoging van de AOW-leeftijd in het algemeen proportioneel is te achten en in het algemeen niet leidt tot een schending van het bepaalde in artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM. Dit laat echter onverlet dat in concrete gevallen mogelijk wel sprake kan zijn van een onevenredige zware last als bedoeld in de rechtspraak van het EHRM en daarmee schending van artikel 1 van het Eerste Protocol. Of sprake is van een onevenredig zware last moet van geval tot geval op basis van een deugdelijk feitenonderzoek worden beoordeeld.

In een aantal uitspraken van de CRvB van 18 juli 2016 is de vraag beantwoord of in die gevallen sprake was van een onevenredige zware last. (Zie ook mijn artikel van 5 december 2016) Daarbij is overwogen dat de stelling dat sprake is van een kleine groep die te maken heeft met een inkomensterugval waarvoor niet van overheidswege wordt gecompenseerd, niet kan leiden tot een ongerechtvaardigde inbreuk op het eigendomsrecht. Daarbij is van belang geacht dat de overheid voor de schrijnende gevallen compenserende maatregelen met een beperkte middelentoets heeft getroffen (de OBR). De OBR is bedoeld om mensen compensatie te bieden die op of voor 1 januari 2013 al deelnamen aan een vut-, prepensioen of daarmee vergelijkbare regeling die eindigt bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd, voor wie het AOW-pensioen het belangrijkste deel van het besteedbaar inkomen is en die zich niet hebben kunnen voorbereiden op de verhoging van de AOW-leeftijd. De regeling kent dan ook een inkomens- en vermogenstoets, waarbij pensioen en een eigen huis buiten beschouwing blijven. Van mensen met een inkomen/vermogen boven de gestelde grenzen wordt verondersteld dat zij voldoende financiële reserves hebben om het tijdelijk inkomensverlies op te vangen. De omstandigheid dat iemand zijn spaargeld heeft moeten aanspreken of een tijd een beroep op de bijstand heeft moeten doen, lijdt niet tot het oordeel dat sprake is van een onevenredige zware last.

Verweerder voert het beleid dat sprake is van een onevenredige zware last als betrokkene in aanmerking komt voor een overbruggingsuitkering op grond van de OBR. Bij eiseres zou geen sprake zijn van een onevenredige zware last omdat haar inkomen in de maand waarin zij 64,5 jaar oud is, boven de gestelde grens uitkomt.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder aansluiting heeft kunnen zoeken bij de beperkte middelentoets van de OBR en hierbij de andere door eiseres gestelde schadeposten (9 maanden gemis aan AOW-uitkering, nadelige financiële effecten van de ABP-versleepregeling en fiscale nadelen) buiten beschouwing heeft kunnen laten. Volgens de rechtbank komt eiseres, gelet op de hoogte van de inkomsten, die na haar 65ste onveranderd zijn gebleven, niet aanmerking voor de overbruggingsuitkering. Hiermee wordt dan ook verondersteld dat zij in staat is het tijdelijk inkomensverlies op te vangen. Eiseres heeft niet onderbouwd dat dit niet zo zou zijn. Verweerder hoefde daaromtrent niet zelf onderzoek te doen. Ook in beroep is niet onderbouwd dan wel gebleken dat eiseres vanwege het inkomensverschil in die 9 maanden, een onevenredige zware last heeft moeten dragen. De aanvraag is dan ook op goede gronden afgewezen.

Rechtbank Midden-Nederland, 13 december 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:6348
Eerder oordeelde de Rechtbank Midden-Nederland echter anders. Eiseres in die zaak heeft in 2017 de 65-jarige leeftijd bereikt. Zij ontvangt echter pas vanaf 2018 een AOW en heeft daardoor enkele maanden geen inkomen. Eiseres verzoekt de Raad van Bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (hierna: verweerder) om vanaf haar 65ste in aanmerking te laten komen voor een AOW-uitkering. Dit verzoek wordt echter afgewezen. Volgens verweerder draagt eiser geen onevenredige zware last. Bij de beoordeling van de vraag of eiseres een onevenredige zware last draagt zijn volgens verweerder de voorwaarden van de Tijdelijke regeling overbruggingsuitkering AOW (OBR) van doorslaggevende betekenis. Nu eiseres geen overbruggingsuitkering kan krijgen omdat zij niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 4, eerste lid, aanhef en onder a, van de OBR, is er volgens verweerder geen sprake van een onevenredige zware last. Eiser is echter van mening dat er geen individuele belangenafweging heeft plaatsgevonden.

De CRvB heeft in enkele uitspraken van 18 juli 2016 overwogen, dat met de invoering van artikel 7a van de AOW en de daarmee gepaard gaande verschuiving van de aanvangsleeftijd sprake is van inmenging in het eigendomsrecht, als bedoeld in artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM (EP), van eiseres. De CRvB heeft daarbij geconcludeerd dat verhoging van de AOW-leeftijd in het algemeen proportioneel is te achten en in het algemeen niet leidt tot een schending van artikel 1 van het EP. Dit laat volgens de CRvB onverlet “dat het mogelijk is dat de toepassing van artikel 7a van de AOW in concrete gevallen leidt tot een onevenredige zware last en tot een schending van artikel 1 van het EP. Of sprake is van een onevenredig zware last moet van geval tot geval op basis van een individueel feitenonderzoek worden beoordeeld. Door de verhoging van de aanvangsleeftijd van appellant met vijf maanden, waardoor het begin van de pensioenopbouw van appellant navenant is opgeschoven, is aan de voorkant van de pensioenopbouw een inbreuk gemaakt op zijn eigendomsrecht. Of deze verhoging van de aanvangsleeftijd voor appellant tot een onevenredige zware last leidt, moet worden bezien in het kader van de besluitvorming die betrekking heef top de toekenning van het AOW-pensioen en de ingangsdatum van dat pensioen. Op dat moment kan de hoogte van de schade worden vastgesteld. Deze besluitvorming heeft inmiddels plaatsgevonden nu bij besluit van 14 januari 2016 aan appellant een AOW-pensioen is toegekend met ingang van 28 mei 2016. Appellant kan zijn beroep op schending van artikel 1 van het EP en de vraag of in zijn geval sprake is van een onevenredige zware last in de procedure tegen dat besluit aan de orde stellen”.

Verweerder heeft aansluiting gezocht bij de OBR. De rechtbank beschouwt echter de enkele toetsing aan de voorwaarden van de OBR niet als het door de CRvB vereiste deugdelijk individueel feitenonderzoek naar het bestaan van een onevenredige zware last. Bij deze toetsing worden namelijk uitsluitend de voorwaarden van artikel 4 OBR betrokken. Alle overige omstandigheden blijven buiten toepassing, zoals de individuele lasten, eventuele andere effecten van de gewijzigde inkomenspositie en andere mogelijke relevante individuele omstandigheden. Bij de vraag of sprake is van een onevenredige zware last dient volgens de RB ook het arrest Nagy vs. Hongarije te worden betrokken, waarin is overwogen: “(…) the fair balance test cannot be based solely on the amount or percentage of the reduction suffered, in the abstract. In a number of cases the Court has endeavoured to assess all the relevant elements against the specific background (…). In so doing, the Court has attached importance to such factors as the discriminatory nature of the loss of entitlement (…); the absence of transitional measures (…); the arbitrariness of the condition (…), as well as the applicant’s good faith. An important consideration is whether the applicant’s right to derive benefits from the social-insurance scheme in question has been infringed in a manner resulting in the impairment of the essence of his of her pension rights (…)”.

De rechtbank overweegt dat het enkele feit dat in voorkomende gevallen een beroep kan worden gedaan op een overgangsmaatregel, naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer leidt tot de conclusie dat er geen sprake kan zijn van een onevenredige zware last voor eiseres. Eiseres verkeert immers in de situatie dat zij niet in aanmerking komt voor een overbruggingsuitkering op grond van de OBR. Van deze situatie moet worden uitgegaan bij het onderzoek naar het al dan niet aanwezig zijn van een onevenredige zware last voor eiseres. Het bestreden besluit is daarom volgens de rechtbank in strijd met artikel 3:2 AWB niet zorgvuldig voorbereid. Voor herstel van het gebrek is nader onderzoek door verweerder nodig. Verweerder zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak.

 

 

 

 

 

Informatie

  • Pensioen Algemeen, Sociale zekerheid
  • Maandag 15 januari 2018

KennisHub

KennisHub Pensioen- &
Life Event Advisering

  • Inspirerende Masterclasses
  • Praktijkgerichte Workshops
  • PE Artikelen & Casuistiek
  • Artikelen & Blogs
  • Stel je vraag
  • PE-geaccrediteerd
  • Mix & Match
  • Jaarlijks PE-certificaat
  • 21 dagen op proef

€ 35 p/m

Volgende licenties: 20% korting Meer Informatie

Eerst aankijken? Word Free Member

  • Wekelijkse nieuwsbrief
  • Artikelen & Blogs
  • 5+ gratis vaktechniek artikelen p/m
  • Schrijf je in voor Masterclasses & Workshops
  • Toegang tot FinSourceOne

Gratis

Volgende Free Members: 100% korting Meer Informatie