Oeso: Pension at a Glance 2015

Deze zesde editie van het tweejaarlijks verschijnende rapport biedt, als gewoonlijk, een goed vergelijkend overzicht van de ontwikkelingen in het pensioenbeleid in OESO landen (en G20 landen).

Daarnaast zijn er vier hoofdstukken die een meer diepgaande analyse laten zien over respectievelijk, de meest recente pensioenhervormingen, de eerste pijler pensioenen en armoedebestrijding, de gevolgen van onderbrekingen in het arbeidsverleden voor de pensioenopbouw - en uitgaven en de vervangingsgraad van pensioenen op de lange termijn. Deze vier thema’s zijn gekozen voor dit rapport omdat het volgens de OESO de grootste uitdagingen voor de pensioenstelsels van de komende tijd zullen zijn.

Uit het rapport blijkt dat de economische crisis in ongeveer de helft van de OESO landen heeft geleid tot pensioenhervormingen die gericht zijn op het financieel houdbaar maken van de stelsels op de lange termijn. Zo is in veel landen, met het oog op de vergrijzing, de pensioengerechtigde leeftijd verhoogd naar 67 jaar. De OESO verwacht dat die in 2060 gemiddeld op 66 jaar zal liggen. Ook heeft er in de OESO landen (tussen 2004 en 2014), gemiddeld een stijging met 7 procentpunten in de participatiegraad van mensen tussen 55 en 64 jaar plaatsgevonden. In veel landen is de gemiddelde effectieve pensioenleeftijd daar echter onder gebleven.

Daarnaast hebben veel OESO landen pogingen gedaan om de houdbaarheid van de pensioenstelsels te verbeteren via het instellen van minder gunstige indexatieregels, belastingverhogingen en via een verhoging van de bijdrage voor DB systemen. Tegelijkertijd zijn in een derde van de OESO landen maatregelen genomen om de vangnetfunctie voor de meest kwetsbare gepensioneerden te versterken. De OESO wijst erop dat een streng indexatiebeleid in eerste pijler prijs-geïndexeerde pensioenregelingen een negatief effect kan hebben op de vervangingsgraad en dus kan bijdragen aan armoede onder ouderen. Nederland heeft een relatief hoge vervangingsgraad, samen met Denemarken, Luxemburg en Turkije.

Alle pensioenstelsels in OESO landen zullen in toenemende mate geconfronteerd worden met atypische, niet stabiele, loopbanen van werknemers met gevolgen voor de opbouw en de betaalbaarheid ervan. De verschillen in pensioenregelingen tussen OESO landen zijn echter groot, net als de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt zelf. In Nederland bijvoorbeeld verlaat ongeveer 15% van de werknemers voortijdig de arbeidsmarkt als gevolg van ziekte of arbeidsongeschiktheid terwijl dat in Italië rond de 3% ligt. Onderzoek van de OESO laat zien dat het effect van verkorte of onderbroken loopbanen op de pensioenopbouw door verschillende mechanismen (pensioen gebaseerd op woonprincipe zoals de AOW, of pensioen gebaseerd op dewerk jaren met het hoogste loon) kan worden afgezwakt, terwijl die door andere (werkloosheid, zorg voor kinderen) juist kan leiden tot disproportioneel grote verliezen. De OESO onderstreept daarom het belang van een goede balans tussen maatregelen die prikkels geven om zo lang mogelijk door te werken en maatregelen die de negatieve gevolgen voor de pensioenuitkering mitigeren voor mensen die genoodzaakt zijn om korter te werken.

Informatie

  • De gewone werknemer, Pensioen Algemeen
  • Zondag 6 december 2015

KennisHub

KennisHub Pensioen- &
Life Event Advisering

  • Inspirerende Masterclasses
  • Praktijkgerichte Workshops
  • PE Artikelen & Casuistiek
  • Artikelen & Blogs
  • Stel je vraag
  • PE-geaccrediteerd
  • Mix & Match
  • Jaarlijks PE-certificaat
  • 21 dagen op proef

€ 35 p/m

Volgende licenties: 20% korting Meer Informatie

Eerst aankijken? Word Free Member

  • Wekelijkse nieuwsbrief
  • Artikelen & Blogs
  • 5+ gratis vaktechniek artikelen p/m
  • Schrijf je in voor Masterclasses & Workshops
  • Toegang tot FinSourceOne

Gratis

Volgende Free Members: 100% korting Meer Informatie