Oprenting van de ODV deel 2: De uitkeringsfase

Hierbij deel 2 van het vierluik over de ODV.

Regelmatig ontvangen wij vragen over het vaststellen van het saldo van de Oudedagsverplichting (ODV) aan het einde van het boekjaar, de rentelast en de hoogte van de ODV-uitkering. Daarbij kwamen ook misverstanden en fouten naar boven. Vandaar dat wij hebben besloten om in een viertal blogs kort stil te staan bij de berekeningssystematiek van de ODV. Deel 1 behandelde de oprenting van de ODV in de uitstelfase, deel 2 behandelt de oprenting van de ODV in de uitkeringsfase, in deel 3 wordt stilgestaan bij de gevolgen voor het oprenten van de ODV bij overlijden van de DGA in de uitstelfase dan wel de uitkeringsfase en tenslotte wordt in deel 4  aandacht besteed aan de ODV bij scheiding.

Dat aan het berekenen van de ODV enkele haken en ogen waren verbonden, werd ook door de belastingdienst onderkend. Op 29 september 2017 publiceerde het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen (CAP) de eerste versie van de systematiek voor de oprenting van de Oudedagsverplichting (ODV) in het kader van de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer (Wet uitfasering PEB) met een nadere toelichting in V&A 17-027. Op 14 mei 2019 volgde een nieuwe versie van V&A 17-027 en de laatste versie dateert van 1 januari 2020. 

Voor de oprenting van de ODV kan onderscheid worden gemaakt tussen oprenting in de uitstelfase (deel 1) en oprenting in de uitkeringsfase.

Deel 1 gemist klik dan op het deel nummer

Oprenting in de uitkeringsfase

In deel 1 hebben we de oprenting van de ODV in de uitstelfase behandeld. Op enig moment komt aan die uitstelfase een eind en moeten de ODV-uitkeringen worden uitbetaald. Het tijdstip waarop dat gebeurt, is binnen bepaalde grenzen naar eigen inzicht vast te stellen.

De uitkeringsfase begint op zijn vroegst vijf jaar vóór het bereiken van de AOW-leeftijd en uiterlijk binnen 2 maanden na het bereiken van de AOW-leeftijd. De uitkeringsperiode eindigt bij het bereiken van de AOW-leeftijd + 20 jaar.

In de uitkeringsfase moet het (resterende) ODV-saldo jaarlijks op de uitkeringsverjaardag worden opgerent. Dat betekent dat bij ingang van de ODV eerst de hoogte van de eerste termijn moet worden vastgesteld en afgeboekt. Het daarna resterende ODV-saldo wordt opgerent tot de volgende uitkeringsverjaardag. Ingeval de ODV-uitkeringsverjaardag niet op 1 januari ligt, hetgeen in de regel het geval zal zijn, is voor de oprenting van het ODV-saldo op de uitkeringsverjaardag altijd sprake van het gewogen gemiddelde van de twee rekenkundig gemiddelde u-rendementen uit jaar t-1 en t-2.

Als bijvoorbeeld de eerste ODV-uitkering op 1 mei 2021 ingaat, moet de ODV, volgens de gevolgde oprentingssystematiek in de uitstelfase, worden opgerent tot 1 mei 2021. Vervolgens moet de hoogte van de eerste uitkering worden vastgesteld en afgeboekt. Op 1 mei 2022 wordt dan rente bijgeschreven over het ODV-saldo per 1 mei 2021 (na aftrek van de jaartermijn). Het oprentingspercentage is het gewogen gemiddelde van het voor 2020 (10 maanden) en het voor 2021 (2 maanden) geldende rekenkundig gemiddelde u-rendement. De grondslag voor de oprenting is steeds de stand van de ODV per 1 mei na rentebijschrijving en na afboeking van de jaaruitkering.

Ingang en hoogte ODV-uitkering

De hoogte van de ODV-jaaruitkering is telkens gelijk aan het quotiënt van het ODV-saldo (na rentebijschrijving) op de uitkeringsverjaardag en de resterende uitkeringsperiode.

De uitkeringsperiode is in beginsel 20 jaar gerekend vanaf de AOW-leeftijd. Ook als de ODV-uitkering twee maanden later ingaan, bedraagt de uitkeringsperiode 20 jaar.

Voor zover de ODV-uitkeringen eerder ingaan dan de AOW-leeftijd, wordt de periode van 20 jaar vermeerderd met de periode vanaf het ingangstijdstip van de eerste ODV-uitkering tot de AOW-leeftijd. In dat geval is sprake van de verlengde uitkeringsperiode die maximaal 25 jaar bedraagt.

Als de DGA op het moment dat de pensioenverplichting wordt omgezet in een ODV de AOW-leeftijd al heeft bereikt, moeten de ODV-uitkeringen direct ingaan. De resterende uitkeringsperiode is dan gelijk aan 20 jaar, verminderd met de periode dat de dga ouder is dan zijn AOW-leeftijd. In dat geval is sprake van een verkorte uitkeringsperiode. 

Resterende uitkeringsperiode

Het vaststellen van de looptijd van de verlengde c.q. verkorte ODV-uitkeringsperiode moet in beginsel plaatsvinden tot op de dag nauwkeurig. De belastingdienst heeft zich echter op het standpunt gesteld om de verlengde of verkorte ODV-uitkeringsperiode af te ronden op hele maanden of zelfs hele jaren. Hierbij wordt zoveel als mogelijk aangesloten bij de voor lijfrenterekeningen en lijfrentebeleggingsrechten in de praktijk gehanteerde afronding van de uitkeringsperiode.

Voorbeeld 1 ODV: in de uitkeringsfase via de omzettingsverjaardag

Uitgangspunt is een DGA die zijn pensioenverplichting op 1 augustus 2017 voor een bedrag van € 300.000 heeft omgezet in een ODV. Op 1 mei 2021 bereikt de DGA de AOW-gerechtigde leeftijd. Het ODV-saldo op de laatste omzettingsverjaardag voordat de ODV-uitkeringen ingaan, 1 augustus 2020, bedraagt € 300.874,18 (zie deel 1). Het ODV-saldo op de uitkeringsverjaardag, 1 mei 2021 is dan gelijk aan:

Jaar

Periode 1 augustus t/m 31 december 2020

Periode 1 januari t/m 30 april 2021

Totale rente

2020-2021

5/12 x - 0,107% x
€ 300.874,18 = - € 134,14

4/12 x - 0,382% x
€ 300.874,18 =  - € 383,11

-/- € 514,25

  

Jaar

ODV-saldo uitkeringsverjaardag 1/5 vóór oprenting

Rente 01-08-2020 t/m 30-04-2021

ODV-saldo uitkeringsverjaardag

2021

€ 300.874,18

-/- € 514,25

€ 300.359,93


De eerste ODV-jaaruitkering bedraagt € 300.359,93/20 = € 15.018.
 
Het ODV-saldo op 31-12-2021 bedraagt € 300.359,93 -/- € 15.018 x 8/12 = € 290.347,93.

Voorbeeld 2 ODV: in de uitkeringsfase via balansdatum einde boekjaar

Uitgangspunt is een DGA die zijn pensioenverplichting op 1 augustus 2017 voor een bedrag van € 300.000 heeft omgezet in een ODV. Op 1 mei 2021 bereikt de DGA de AOW-gerechtigde leeftijd. Het ODV-saldo aan het einde van het boekjaar 31-12-2020 bedroeg € 300.739,33 (zie deel 1).

Het ODV-saldo op de uitkeringsverjaardag, 1 mei 2021 is dan gelijk aan:

€ 300.739,33 + (4/12 x – 0,382% x € 300.739,33) = € 300.739,33 – € 382,94
= € 300.356,39

De eerste ODV-jaaruitkering bedraagt € 300.356,39/20 = € 15.017,82.

Het ODV-saldo op 31-12-2021 bedraagt € 300.356,39 -/- € 15.017,82 x 8/12
= € 290.344,51.

Misverstand

Ook bij de oprenting van de ODV in de uitkeringsfase is het een groot misverstand te veronderstellen dat het ODV-saldo aan het einde van het boekjaar gelijk is aan het ODV-saldo aan het begin van het boekjaar vermeerderd met de rente. Deze ‘wetmatigheid’ geldt alleen in de uitstelfase als sprake is van de berekeningssystematiek balansdatum einde boekjaar.

De eerste uitkeringsverjaardag is in beginsel gelijk aan de datum waarop de DGA zijn AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. De rente wordt vervolgens pas op de volgende uitkeringsverjaardag bijgeschreven, zodat deze in de regel niet in het ODV-saldo aan het einde van het boekjaar tot uitdrukking komt.

Fiscale winstbepaling

Voor de fiscale winstbepaling geldt dat alleen de rente die drukt op het desbetreffende boekjaar in aanmerking genomen mag worden. 

ODV in de Jaarrekening

De Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ) heeft in RJ-uiting 2017-8 aangegeven dat een oudedagsverplichting een verplichting jegens de DGA is, die voortvloeit uit de aan de DGA toegekende (afgestempelde) pensioenaanspraken. Dit impliceert volgens de RJ dat een oudedagsverplichting strikt genomen gewaardeerd moet worden gewaardeerd tegen de contante waarde op basis van de marktrente per balansdatum van hoogwaardige ondernemingsobligaties. Die waarde is niet gelijk aan de fiscale boekwaarde. Omwille van de eenvoud en besparing van administratieve lasten heeft de RJ bepaald dat de oudedagsverplichting wordt gewaardeerd tegen de fiscale boekwaarde. Deze is gelijk aan de fiscale boekwaarde van de pensioenverplichting voor de vennootschapsbelasting (op het moment van omzetting in de ODV), opgerent volgens de hiervoor beschreven systematiek.

Het ODV-saldo moet op de balans worden opgenomen onder de schulden.

Op het moment dat de ODV-uitkeringen ingaan, moet de jaaruitkering worden vastgesteld, die vervolgens periodiek (per maand) kan worden uitgekeerd. Met deze vervallen termijnen van de jaaruitkering mag bij de bepaling van het ODV-saldo aan het einde van het boekjaar rekening worden gehouden.

Conclusie

In de uitkeringsfase wordt de ODV-berekening behoorlijk complex, omdat ook nog rekening gehouden moet worden met de berekening en de pro rata afboeking van de ODV-uitkering. Nog meer dan in de uitstelfase is het zeer nauwkeurig werkje. Het gaat immers niet alleen om de oprenting, maar ook om het vaststellen van de uitkeringen voor de verloning.

Bovendien heeft iedere DGA een andere geboortedatum en kiest niet iedere DGA voor de standaard ingang van de uitkeringen bij het bereiken van de AOW-leeftijd. Ook hier geldt dat elke berekening anders is.

ODV-robot

Wat is dan mooier dan het vaststellen van de ODV-uitkering en de oprenting van de ODV correct en volledig automatisch uit te (laten) voeren.

De ODV-robot neemt hierbij veel werk uit handen en zorgt voor een correcte berekening van de uitkering voor de verloning, de juiste waarde van het ODV-saldo aan het begin en aan het einde van het boekjaar en de op het desbetreffende boekjaar drukkende rentelast. Daarnaast voorziet de ODV-robot ook in een belangrijke signaalfunctie. De ODV-robot attendeert je er niet alleen automatisch op dat de vroegst mogelijke ingangsdatum dan wel de uiterste ingangsdatum van de ODV-uitkeringen aanstaande is, zodat hiervoor adequate maatregelen getroffen kunnen worden. De ODV-robot zorgt er ook voor dat je vloeiend overgaat van de uitstelfase naar de uitkeringsfase. Je hebt er geen omkijken naar. Last but not least exporteer je met een druk op de knop alle relevante berekeningsresultaten van elk dossier naar een totaaloverzicht voor een efficiënte verwerking ten behoeve van de jaarrekening en in de uitkeringsfase ten behoeve van de verloning.

Meer weten over de ODV-robot? Klik op bijgaande link. Wij helpen u graag verder!

Informatie

  • ODV Fiscaal
  • Maandag 29 maart 2021

KennisHub

KennisHub Pensioen- &
Life Event Advisering

  • Inspirerende Masterclasses
  • Praktijkgerichte Workshops
  • PE Artikelen & Casuistiek
  • Artikelen & Blogs
  • Stel je vraag
  • PE-geaccrediteerd
  • Mix & Match
  • Jaarlijks PE-certificaat
  • 21 dagen op proef

€ 35 p/m

Volgende licenties: 20% korting Meer Informatie

Eerst aankijken? Word Free Member

  • Wekelijkse nieuwsbrief
  • Artikelen & Blogs
  • 5+ gratis vaktechniek artikelen p/m
  • Schrijf je in voor Masterclasses & Workshops
  • Toegang tot FinSourceOne

Gratis

Volgende Free Members: 100% korting Meer Informatie