Oprenting van de ODV deel 3: Bij overlijden

Hierbij het derde deel van het vierluik over de oprenting van de ODV.

Regelmatig ontvangen wij vragen over het vaststellen van het saldo van de Oudedagsverplichting (ODV) aan het einde van het boekjaar, de rentelast en de hoogte van de ODV-uitkering. Daarbij kwamen ook misverstanden en fouten naar boven. Vandaar dat wij hebben besloten om in een viertal blogs kort stil te staan bij de berekeningssystematiek van de ODV. Deel 1 behandelde de oprenting van de ODV in de uitstelfase, in deel 2 kwam de oprenting van de ODV in de uitkeringsfase aan bod, in deel 3 wordt stilgestaan bij de gevolgen voor het oprenten van de ODV bij overlijden van de DGA in de uitstelfase dan wel in de uitkeringsfase en tenslotte wordt in deel 4 aandacht besteed aan de ODV bij scheiding.

Deel 1 en/of 2 gemist klik dan op het deel nummer

Als de pensioenverplichting is omgezet in een ODV, wat zijn dan de gevolgen als de DGA overlijdt?

Voor de beantwoording van deze vraag moet met verschillende aspecten rekening worden gehouden.

Voor de ODV-berekeningen bij overlijden van de DGA moet in eerste instantie onderscheid worden gemaakt tussen de periode waarin het overlijden van de DGA plaatsvindt:

  • Tijdens de uitstelfase of
  • Tijdens de uitkeringsfase

Overlijden tijdens de uitstelfase

Als de DGA tijdens de uitstelfase, dus als de ODV-uitkeringen nog niet zijn ingegaan, overlijdt, dan moeten de ODV-uitkeringen binnen 12 maanden na het overlijden ingaan, toekomen aan de erfgenamen, voor zover dit natuurlijke personen zijn en gedurende 20 jaar worden uitgekeerd (artikel 38p, lid 2, onderdeel b Wet LB 1964). Men heeft dus vanaf het overlijden van de DGA 12 maanden de tijd om te bepalen wanneer de ODV-uitkeringen ingaan. Er moet dus een nieuwe ingangsdatum vastgesteld, die voor alle erfgenamen hetzelfde is. De ingang van de ODV-uitkeringen kan eventueel worden opgeschort als de in een testament genoemde erfgenamen niet traceerbaar zijn of nog niet duidelijk is welke erfgenamen de erfenis zullen aanvaarden. Ook de uitkeringsduur is voor alle erfgenamen hetzelfde (20 jaar). Een kortere uitkeringsperiode is alleen mogelijk als de ODV-uitkering door de gerechtigde wordt omgezet in een tijdelijke oudedagslijfrente die aan de fiscale eisen voldoet. Omzetting in een tijdelijke nabestaandenlijfrente die direct uitkeert aan de erfgenaam zelf, is niet mogelijk. Een dergelijke nabestaandenlijfrente voldoet niet aan de wettelijke eisen. 

Overlijden tijdens de uitkeringsfase

Als de DGA (of een andere genieter) tijdens de uitkeringsfase van de ODV-uitkeringen overlijdt, dan gaat het recht op de nog uit te keren ODV-uitkeringen over op diens erfgenamen, voor zover dit natuurlijke personen zijn (artikel 38p, lid 3 Wet LB 1964). Hierdoor verandert de oorspronkelijke opeenvolging van uitkeringsverjaardagen, de oprenting en de berekening van de ODV-uitkering dus niet. Ook hier is het mogelijk dat de ingang van de ODV-uitkeringen, om dezelfde reden als hiervoor, wordt opgeschort. De opschorting ziet echter niet op een wijziging van de opeenvolgende  uitkeringsdata, maar op de nog niet uitgekeerde ODV-termijnen na het overlijden.

(On)zuivere ODV

De belastingdienst maakt onderscheid tussen een zuivere dan wel een onzuivere ODV.

Van een zuivere ODV is sprake als de ODV-termijnen worden uitgekeerd aan de erfgenamen voor zover dit natuurlijke personen zijn. Deze termijnen zijn belast als loon uit vroegere dienstbetrekking.

Komen de (resterende) ODV-termijnen niet toe aan de erfgenamen, natuurlijke personen, dan is sprake van een onzuivere ODV. In dat geval is de volledige waarde van de ODV op het moment onmiddellijk voorafgaand aan het ontstaan van die onzuiverheid belast bij de overleden gerechtigde DGA en is tevens revisierente verschuldigd (artikel 38p, lid 4 jo artikel 19b Wet LB 1964 jo artikel 30i AWR). Afhankelijk van de relatie van de erfgenaam met het uitkerende lichaam kan vervolgens sprake zijn van een recht dat valt onder box 1 (Resultaat overige werkzaamheden) dan wel box 3.

Erfrechtelijke aspecten

De ODV is een vermogensrecht van de gerechtigde, dat vererft bij zijn of haar overlijden. In dat kader is van belang of de gerechtigde DGA een testament heeft laten opstellen. Is dat niet het geval dan geldt het wettelijk erfrecht of erfrecht bij versterf.

Erfrecht bij versterf

Bij overlijden van de DGA gelden In eerste instantie de wettelijke regels van het erfrecht bij versterf en is de wettelijke verdeling van toepassing.

Als erfgenamen bij versterf geldt de volgende groepsindeling (artikel 4:10 BW):

  1. De niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot (of geregistreerde partner) van de erflater tezamen met diens kinderen
  2. De ouders van de erflater tezamen met diens broers en zusters
  3. De grootouders van de erflater
  4. De overgrootouders van de erflater

Op grond van artikel 4:11 BW hebben ouders, als hun erfdeel als gevolg van aanwezigheid van broers en zussen lager is dan een kwart, recht op een kwart en worden de erfdelen van de overige erfgenamen naar evenredigheid verminderd.

Uit bovenstaande opsomming blijkt dat een niet geregistreerde samenlevingspartner dus geen erfgenaam is volgens het erfrecht bij versterf.

Indien sprake is van een langstlevende echtgenoot met een of meer kinderen wordt de nalatenschap gelijkelijk verdeeld, met dien verstande dat alle goederen van de nalatenschap van rechtswege aan de langstlevende echtgenoot worden toegedeeld en de kinderen en niet opeisbare vordering op de partner verkrijgen ter hoogte van hun erfdeel (artikel 4:13 BW).

Testamentair erfrecht

Desgewenst kan de DGA afwijken van de wettelijke verdeling van het erfrecht bij versterf door het opstellen van een testament. 

Een andere mogelijkheid is om in het testament een legaat op te nemen. Hiermee verkrijgt de legataris het recht een bepaald specifiek goed of dienst behorende tot de nalatenschap op te eisen.

Dat kan dus bijvoorbeeld de ODV betreffen.

Worden de ODV-termijnen op grond van een overeenkomst met het eigenbeheerlichaam toegewezen aan de echtgenoot van de DGA, terwijl bij testament is bepaald dat de wettelijke verdeling niet van toepassing is en de echtgenoot en de kinderen voor gelijke delen als erfgenaam zijn aangewezen, is sprake van een onzuivere ODV.

Nalatenschap en huwelijksvermogensrecht

Als de DGA is gehuwd in gemeenschap van goederen, behoort de ODV tot de huwelijksgoederengemeenschap. Bij overlijden van de DGA wordt de huwelijksgemeenschap ontbonden. Daarbij is bepaald dat de gehele ODV in de nalatenschap van de DGA valt. De waarde van het op grond van het huwelijksvermogensrecht aan de echtgenoot toekomende deel van de ODV (50%) dient dan te worden verrekend. De echtgenoot krijgt dan een vordering op de nalatenschap van de DGA ter hoogte van de helft van de waarde van de ODV-aanspraak. De ODV-aanspraak gaat dus niet op grond van het huwelijksvermogensrecht en de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap vanzelf over op de echtgenoot van de DGA.

Overlijdt vervolgens ook de echtgenoot van de DGA dan bestaat de nalatenschap van de overleden echtgenoot van de DGA voor een deel uit de hiervoor genoemde vordering op de nalatenschap van de DGA ter hoogte van de helft van de waarde van de ODV-aanspraak.  

Als de DGA is gehuwd in koude uitsluiting en er geen finaal verrekenbeding is opgesteld, valt de gehele ODV-aanspraak bij overlijden van de DGA in de nalatenschap, maar heeft de echtgenoot van de DGA geen vordering op de nalatenschap. Overlijdt de echtgenoot van de DGA als eerste, dan komen de ODV-uitkeringen nog steeds toe aan de DGA.

Om de ODV zelf te verkrijgen, zal de echtgenoot moeten erven van de DGA. In geval de erflater/DGA een echtgenoot en een of meer kinderen achterlaat en geen testament heeft gemaakt, is de wettelijke verdeling van toepassing. In dat geval betekent het overlijden dat het huwelijk eindigt, de huwelijksgoederengemeenschap ontbonden is en erflaters nalatenschap (waar diens aandeel in de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap deel van uitmaakt) wordt verdeeld. Alles van rechtswege en op een en hetzelfde moment. Door de werking van de wettelijke verdeling wordt de ODV van rechtswege in haar geheel toebedeeld aan de echtgenoot. De ODV wordt dus verkregen op basis van het erfrecht.

Overlijdt een erfgenaam van de DGA die (een deel van de) ODV-uitkeringen ontvangt, dan vererven deze aan zijn erfgenamen.

Onderlinge verdeling ODV-aanspraak door erfgenamen

Erfgenamen die gerechtigd zijn tot de ODV-termijnen, kunnen niet onderling afspraken maken over een verdere verdeling daarvan, tenzij een verdelingsbevoegdheid door de DGA in het testament is opgenomen.

Wettelijke/quasi wettelijke verdeling/ keuze-legaat

Als in een testament is vastgelegd dat de langstlevende echtgenoot de bevoegdheid heeft om alle vermogensbestanddelen, waaronder de ODV-aanspraak, aan zichzelf toe delen overeenkomstig de wettelijke verdeling, is sprake van een quasi wettelijke verdeling. In het testament is dan een verdelingsbevoegdheid opgenomen, waardoor de ODV-aanspraak niet onzuiver wordt.

Hetzelfde geldt als in het testament een keuze-legaat is opgenomen, op grond waarvan de langstlevende de keuze heeft de ODV-aanspraak aan zichzelf te legateren. Voorwaarde is wel dat de langstlevende ook erfgenaam moet zijn.

Vruchtgebruiktestament

Als in een vruchtgebruiktestament is vastgelegd dat de kinderen de erfgenamen zijn en aan de langstlevende het vruchtgebruik van de nalatenschap is gelegateerd, is niet voldaan aan de eisen voor een zuivere ODV. De ODV-termijnen moeten immers toekomen aan de erfgenamen. Is de langstlevende geen erfgenaam, dan is niet aan die eis voldaan.

Omzetting van de ODV in een lijfrenteproduct door de erfgenamen

Zolang de aan de erfgenamen toekomende ODV-uitkeringen nog niet zijn ingegaan, kan de ODV geheel of gedeeltelijk worden aangewend voor een lijfrenteproduct overeenkomstig de eisen van artikel 3.125 of 3.126a Wet IB 2001. In het Verzamelbesluit Pensioenen van 11 december 2018 onderdeel 5.4 en V&A 17-008 van het Centraal Aanspreekpunt pensioen is aangegeven dat deze omzetting ook mogelijk is in de uitkeringsfase. Voorwaarde is wel dat de volledige waarde van de ODV hiervoor wordt aangewend en daaraan voorafgaand bij de inspecteur een verzoek hiertoe is ingediend.

ODV en erfbelasting

Als de ODV-termijnen bij overlijden van de DGA toekomen aan de echtgenoot van de DGA, zijn deze belast als loon uit vroegere dienstbetrekking. De waarde van de ODV is vrijgesteld voor de erfbelasting. Wel moet de helft van de waarde van de ODV in mindering gebracht worden op de partnervrijstelling. Bij de bepaling van die waarde mag rekening worden gehouden met 30% belastinglatentie.

Conclusie

Bij overlijden van de DGA wordt de ODV-berekening nog complexer dan in de uitstelfase of in de uitkeringsfase, omdat met meerdere aspecten rekening gehouden moet worden. Zijn de ODV-uitkeringen nog niet ingegaan, dan moet een nieuwe ingangsdatum worden vastgesteld. Daarnaast krijgt men te maken met diverse erfrechtelijke aspecten, die de afwikkeling van de ODV extra complex maken.

ODV-robot

Wat is dan mooier dan het vaststellen van de ODV-uitkering en de oprenting van de ODV correct en volledig automatisch uit te (laten) voeren.

De ODV-robot neemt hierbij veel werk uit handen en zorgt voor een correcte berekening van de uitkering voor de verloning, de juiste waarde van het ODV-saldo aan het begin en aan het einde van het boekjaar en de op het desbetreffende boekjaar drukkende rentelast. Daarnaast voorziet de ODV-robot ook in een belangrijke signaalfunctie. De ODV-robot attendeert je er niet alleen automatisch op dat de vroegst mogelijke ingangsdatum dan wel de uiterste ingangsdatum van de ODV-uitkeringen aanstaande is, zodat hiervoor adequate maatregelen getroffen kunnen worden. De ODV-robot zorgt er ook voor dat je vloeiend overgaat van de uitstelfase naar de uitkeringsfase. Je hebt er geen omkijken naar. Last but not least exporteer je met een druk op de knop alle relevante berekeningsresultaten van elk dossier naar een totaaloverzicht voor een efficiënte verwerking ten behoeve van de jaarrekening en in de uitkeringsfase ten behoeve van de verloning.

Meer weten over de ODV-robot? Klik op bijgaande link. Wij helpen u graag verder!

Informatie

  • ODV Fiscaal
  • Dinsdag 6 april 2021

KennisHub

KennisHub Pensioen- &
Life Event Advisering

  • Inspirerende Masterclasses
  • Praktijkgerichte Workshops
  • PE Artikelen & Casuistiek
  • Artikelen & Blogs
  • Stel je vraag
  • PE-geaccrediteerd
  • Mix & Match
  • Jaarlijks PE-certificaat
  • 21 dagen op proef

€ 35 p/m

Volgende licenties: 20% korting Meer Informatie

Eerst aankijken? Word Free Member

  • Wekelijkse nieuwsbrief
  • Artikelen & Blogs
  • 5+ gratis vaktechniek artikelen p/m
  • Schrijf je in voor Masterclasses & Workshops
  • Toegang tot FinSourceOne

Gratis

Volgende Free Members: 100% korting Meer Informatie