Oud en afgeschreven en weggestuurd met een fooi

Anticumulatiebepaling in een sociaal plan kan toch geldig zijn en geen verboden onderscheid naar leeftijd in de zin van de WGBL opleveren, nu het onderscheid objectief gerechtvaardigd is.

Een anticumulatiebepaling houdt globaal in, dat er bij de bepaling van de hoogte van een uitkering uit het Sociaal Plan rekening wordt gehouden met andere bronnen van inkomen, zoals bijvoorbeeld pensioen of AOW.

Een aantal jaren geleden oordeelde onder meer de rechtbank Zwolle dat een anticumulatiebepaling in een Sociaal Plan niet per definitie geldig is. Dat lag destijds met name aan de wijze waarop het sociaal plan tot stand was gekomen. De kantonrechter heeft zich nu weer opnieuw over een anticumulatiebepaling uitgelaten. Wat speelde er in deze kwestie?

Philips

Werknemer is in 1977 in dienst getreden bij een Philips-onderdeel. Als in 2012 de zoveelste reorganisatie wordt gepland, is Philips ten behoeve daarvan een sociaal plan overeengekomen. In het sociaal plan is geregeld dat aan de werknemer bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst een ontslagvergoeding wordt uitgekeerd. In de anticumulatiebepaling van het sociaal plan staat dat de ontslagvergoeding nooit meer zal bedragen dan de inkomstenderving voor de medewerker, berekend over de periode tussen het ontslag en de pensioendatum. Werknemer stelt dat het sociaal plan een verboden onderscheid naar leeftijd maakt.

De kantonrechter oordeelt dat dat niet per definitie het geval is. De toetsing van het anticumulatiebeding gebeurt op twee punten: maakt het beding onderscheid naar leeftijd en, zo ja, of dit onderscheid objectief gerechtvaardigd kan worden.

Maximeren ontslagvergoeding

Philips erkent het onderscheid naar leeftijd, maar stelt dat dit objectief gerechtvaardigd is. Philips stelt dat het legitieme doel van het maximeren van de ontslagvergoeding is gelegen in het mogelijk maken van een (royaal) sociaal plan voor hen die dat het hardst nodig hebben. Omdat de financiële middelen beperkt zijn, is het noodzakelijk om de beschikbare middelen rechtvaardig te verdelen.

Voorts voorkomt het maximeren van de ontslagvergoeding een optelling van de ontslagvergoeding en het pensioen. De kantonrechter volgt deze redenering. Uit eerdere rechtspraak blijkt immers dat deze doelen als legitiem worden aangemerkt. Vervolgens is de vraag of er sprake is van een excessieve inbreuk aan de kant van de werknemer, aangezien enkel in dat geval het belang van de werknemer prevaleert.

Vervangend (pensioen)inkomen

De kantonrechter volgt ook hier de werkgever dat het anticumulatiebeding een passend en noodzakelijk middel is om haar doelen te bereiken. Want, zo blijkt uit het eerder genoemde uitspraak, indien in het sociaal plan is gekozen voor een regeling die het meest recht doet aan de arbeidsmarktpositie van de werknemers in de verschillende leeftijdscategorieën, die niet is gebaseerd op uitsluitend financiële argumenten en waarbij de leeftijdsgrens is gekozen in samenspraak met representatieve sociale partners, is er sprake van objectief gerechtvaardigd leeftijdsonderscheid. Nu er een vervangend (pensioen)inkomen is, is de evenredigheid van de middelen aangenomen.

Ook de Kring van Kantonrechters heeft in artikel 3.5 van haar Aanbevelingen een soortgelijke aftopbepaling opgenomen. Een andere aanwijzing dat het door Philips gehanteerde anticumulatiebeding objectief gerechtvaardigd is, is het feit dat de vakbonden en de ondernemingsraad hebben ingestemd met het sociaal plan. De vorderingen worden dan ook afgewezen.

De toelaatbaarheid van het pensioenplafond zit dus in de zeer specifieke omstandigheden. Philips had een en ander met veel waarborgen omkleed en voldeed aan de aangelegde criteria. Zeer zeker niet ieder sociaal plan waarin een pensioenplafond voorkomt, voldoet hier aan. Zo wordt lang niet elk sociaal plan met representatieve sociale partners overeen gekomen of hebben vakbonden en ondernemingsraad er niet meer ingestemd. Het is zaak dit goed te laten toetsen.

Onder druk

Daarnaast heeft het Hof van Justitie EU recent (opnieuw) geoordeeld dat de wettelijke uitsluiting van een ontslagvergoeding bij het bereiken van een bepaalde pensioenleeftijd, overigens in strijd is met het Unierecht (naar Nederlands recht vertaald: in strijd met de WGBL). De nationale rechter dient in zo’n geval de met het Unierecht strijdige bepaling buiten toepassing te laten, ook in een geschil tussen de werkgever en werknemer als een van hen zich op het rechtszekerheidsbeginsel beroept. De uitspraak van de kantonrechter staat dus onder druk. Wordt vervolgd!

 

Informatie

  • De gewone werknemer, Pensioen Algemeen
  • Donderdag 19 mei 2016

KennisHub

KennisHub Pensioen- &
Life Event Advisering

  • Inspirerende Masterclasses
  • Praktijkgerichte Workshops
  • PE Artikelen & Casuistiek
  • Artikelen & Blogs
  • Stel je vraag
  • PE-geaccrediteerd
  • Mix & Match
  • Jaarlijks PE-certificaat
  • 21 dagen op proef

€ 35 p/m

Volgende licenties: 20% korting Meer Informatie

Eerst aankijken? Word Free Member

  • Wekelijkse nieuwsbrief
  • Artikelen & Blogs
  • 5+ gratis vaktechniek artikelen p/m
  • Schrijf je in voor Masterclasses & Workshops
  • Toegang tot FinSourceOne

Gratis

Volgende Free Members: 100% korting Meer Informatie