Parket bij Hoge Raad d.d. 17 december 2015; ECLI NL PHR 2015_2514, objectieve doel van de regeling bepaalt of sprake is van een RVU of niet

Werkgever heeft op 6 maart 2012 een Non-activiteitsregeling 2013 ingevoerd. De regeling is van toepassing op werknemers die voor onbepaalde tijd in dienst zijn en op de peildatum 1 januari 2013 57 jaar of ouder zijn en hebben aangegeven dat zij gebruik wensen te maken van de regeling, met uitzondering van degenen die gedetacheerd zijn bij een bepaalde Stichting. In de regeling is opgenomen dat de werknemer, die aan de vereisten voldoet, vrijwillig van de regeling gebruik kan maken met behoud van dienstverband en in het genot van non-activiteitsverlof tot het moment waarop de AOW-leeftijd wordt bereikt. De inspecteur heeft geoordeeld dat sprake is van een RVU, op grond waarvan de werkgever een bedrag van € 273.022,- aan eindheffing moet betalen. Werkgever heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Nu ligt de vraag voor aan de Hoge Raad. Werkgever heeft een aantal argumenten aangedragen waarom het oordeel van de Inspecteur foutief is. Allereerst is de werkgever van mening dat de Rechtbank op grond van het besluit d.d. 8 december 2005 niet tot het oordeel had kunnen komen dat sprake is van een RVU. Het Besluit bepaalt o.a.: ‘Het gaat erom dat de reorganisatie plaatsvindt met het oog op de vermindering van het personeelsbestand op basis van objectieve criteria (…) waarbij niet de intentie bestaat ouderen met het oog op vervroegd uittreden te ontslaan.’

Met objectieve criteria worden in dit verband naar de A-G meent bedoeld ‘niet-leeftijdgerelateerde criteria’ of ‘criteria in overeenstemming met arbeidsrechtelijk aanvaardbare beginselen’. Of de Regeling aan die objectieve criteria voldoet, dient zijns inziens vastgesteld te worden aan de hand van de waarneembare eigenschappen van de Regeling en niet, zoals de werkgever aangeeft, uit de vaststelling dat de werkgever genoodzaakt was onderhavige Regeling in te voeren. Uit de waarneembare eigenschappen van de Regeling blijkt dat deze alleen openstaat voor 57+-ers. Van een reorganisatie op basis van objectieve criteria in de zin van ‘niet-leeftijdgerelateerde criteria’ of ‘criteria in overeenstemming met arbeidsrechtelijk aanvaardbare beginselen’ is dan geen sprake. Het beroep van belanghebbende op het Besluit kan hem dus niet baten. Daarnaast maakt de werkgever bezwaar tegen het oordeel van de Rechtbank dat niet ‘het doel en de intentie van de belanghebbende bij invoering van de regeling’ van belang zijn, maar dat bepalend is wat de uitwerking van de regeling is. Vast is komen te staan dat werkgever in 2010 geconfronteerd werd met het gegeven dat zij in de toekomst aanzienlijk lagere uitkeringen uit het Provinciefonds zou ontvangen. Derhalve moest drastisch worden bezuinigd. Werkgever heeft gesteld dat het op grond van een met de vakbonden en ondernemingsraad gesloten sociaal statuut niet mogelijk was om bij de reorganisatie het zogenoemde afspiegelingsbeginsel te hanteren. Ook vanuit organisatorisch oogpunt was het het beste om voor de onderhavige regeling te kiezen. De werkgever doet verder een beroep op het standpunt dat uit de in artikel 32ba, zesde lid, van de Wet opgenomen woorden “ten doel heeft” zou blijken dat voor de kwalificatie van een regeling als zijnde een regeling voor vervroegde uittreding van belang is het doel van de regeling en de intentie van de werkgever en niet de uitkomst van de regeling. Het doel van de onderhavige regeling is het bewerkstelligen van bezuinigingen, het gekozen middel daarvoor is de hiervoor vermelde regeling. De A-G volgt hierin de werkgever niet.
De vraagt komt op of de zinsnede uit het besluit ‘ten doel heeft’ betrekking heeft op het geobjectiveerde doel, af te leiden uit de waarneembare eigenschappen van een regeling of op het subjectieve doel, zijnde het oogmerk dat de inhoudingsplichtige heeft met een regeling. Het grammaticale onderwerp en de toetssteen impliceren volgens de A-G een geobjectiveerde toets, die ook wordt genoemd in de wetsgeschiedenis. Het besluit is bedoeld om te voorkomen dat oudere werknemers stoppen met werken voor hun pensioendatum. De regeling van de werkgever is juist bedoeld om oudere werknemers te laten stoppen met werken. De uitkomst van de regeling is derhalve bepalend.

Informatie

  • De gewone werknemer, Pensioen Algemeen
  • Maandag 1 februari 2016

KennisHub

KennisHub Pensioen- &
Life Event Advisering

  • Inspirerende Masterclasses
  • Praktijkgerichte Workshops
  • PE Artikelen & Casuistiek
  • Artikelen & Blogs
  • Stel je vraag
  • PE-geaccrediteerd
  • Mix & Match
  • Jaarlijks PE-certificaat
  • 21 dagen op proef

€ 35 p/m

Volgende licenties: 20% korting Meer Informatie

Eerst aankijken? Word Free Member

  • Wekelijkse nieuwsbrief
  • Artikelen & Blogs
  • 5+ gratis vaktechniek artikelen p/m
  • Schrijf je in voor Masterclasses & Workshops
  • Toegang tot FinSourceOne

Gratis

Volgende Free Members: 100% korting Meer Informatie