Rentemiddeling

Bij het vervroegd aflossen van een hypothecair krediet, bijvoorbeeld bij het oversluiten ervan, kan een geldverstrekker een vergoeding voor vervroegde aflossing (vanaf nu: boeterente) in rekening brengen. Maar alleen als die boeterente niet hoger is dan het door de geldverstrekker geleden nadeel. Dit is sinds de MCD-richtlijn op 14 juli 2016 wettelijk vastgelegd. De AFM heeft in een leidraad aangegeven hoe dat nadeel berekend moet worden. In plaats van het intern oversluiten van een hypothecair krediet, kan een geldverstrekker ook rentemiddeling aanbieden. Omdat rentemiddeling niet hetzelfde is als een vervroegde aflossing, gelden de MCD-regels over de nieuwe rente daarvoor niet. Vanaf 1 juli 2019 zijn de regels over rentemiddeling zo aangepast, dat hiervoor in grote lijnen hetzelfde geldt als voor het betalen van boeterente.

Als een geldnemer voor het eind van de rentevaste periode al wil profiteren van de lagere rente, kan hij kiezen voor oversluiten of rentemiddeling.

In geval van rentemiddeling, berekenen geldverstrekkers het financiële nadeel dat ze lijden en herrekenen dat naar een renteopslag boven op de basisrente op de lening gedurende de nieuwe rentevaste periode. Dat is niet gewijzigd op 1 juli 2019.

Geen extra opslag meer

Wat veel banken doen, is bovenop de in een renteopslag uitgedrukte boeterente, nog een extra renteopslag rekenen. De motivatie van banken om dit te doen, is dat als de klant kort na een rentemiddeling alsnog zijn hele hypothecaire krediet aflost door verhuizing, er geen boeterente in rekening gebracht wordt. In dat geval heeft de bank nog niet zijn verlies terugverdiend met de renteopslag in het kader van rentemiddeling. Om dat risico af te dekken, werd een extra opslag in rekening gebracht.

Die extra opslag (van meestal niet meer dan 0,2%) is vanaf 1 juli 2019 vervallen. De totale renteopslag als gevolg van rentemiddeling, mag dus vanaf 1 juli 2019 niet hoger zijn dan het geleden nadeel.

Toch een verschil met boeterente

Bij het berekenen van het financiële nadeel dat de bank lijdt, hoeft in het kader van rentemiddeling echter géén rekening gehouden te worden met de boetevrije ruimte (meestal 10% of 20% van de oorspronkelijke leensom). Daarvoor is gekozen, ter compensatie van het risico dat klanten kort na rentemiddeling gaan verhuizen.

Het Besluit is vertaald naar een nieuw artikel 81ca in het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen (BGfo). Daarin staat niet alleen dat de renteopslag niet hoger mag zijn dan het door de geldverstrekker geleden financiële nadeel. Er staan nog twee leden:

  • De klant moet voorafgaand aan de voorgenomen rentemiddeling een gespecificeerde berekening krijgen van de verwachte hoogte van de nieuwe rente (inclusief de opslag) en de hypothesen die de geldverstrekker daarbij hanteert (zoals de vergelijkingsrente) en
  • De AFM kan nadere regels stellen aan de berekeningswijze

Dit laatste houdt in, dat de AFM aansluit bij de leidraad voor de boeterenteberekening, om geldverstrekkers te instrueren hoe hoog de maximale opslag voor rentemiddeling mag zijn. Het grote verschil daarbij is uiteraard wel, dat er dan geen rekening hoeft te worden gehouden met de boetevrije ruimte.

Tot slot is in de toelichting aangegeven dat de eventuele boete bij vervroegde aflossing die moet worden betaald voor iemand die rentemiddeling heeft toegepast op dezelfde wijze berekend moet worden als voor iemand die dit niet heeft gedaan. Dit is een bevestiging van een eerdere uitspraak van de minister van Financiën. Een geldverstrekker mag dus bijvoorbeeld het recht op een boetevrije ruimte niet opzeggen, nadat iemand rentemiddeling heeft toegepast.

Fiscaal

De toenmalig Staatssecretaris heeft op 27 november 2015 in een Besluit geregeld dat de rente die over een eigenwoningschuld in rekening wordt gebracht na rentemiddeling, gewoon aftrekbaar blijft. Dat verandert dus ook niet. Ook is toentertijd aangegeven dat een extra opslag, bijvoorbeeld voor het afdekken van het risico op verhuizing na de rentemiddeling, ook aftrekbaar is, zolang die extra opslag de doelmatigheidsgrens van 0,2% niet overschrijdt. Vandaar dat de meeste banken deze grens hanteren. Dit deel van het besluit heeft na 1 juli 2019 zijn waarde verloren, omdat die extra opslag niet meer in rekening gebracht mag worden. Maar het blijft natuurlijk wel gelden voor mensen die vóór 1 juli 2019 rentemiddeling hebben toegepast.

Externe links

Informatie

  • Hypothecair Krediet
  • Maandag 30 maart 2020

KennisHub

KennisHub Pensioen- &
Life Event Advisering

  • Inspirerende Masterclasses
  • Praktijkgerichte Workshops
  • PE Artikelen & Casuistiek
  • Artikelen & Blogs
  • Stel je vraag
  • PE-geaccrediteerd
  • Mix & Match
  • Jaarlijks PE-certificaat
  • 21 dagen op proef

€ 35 p/m

Volgende licenties: 20% korting Meer Informatie

Eerst aankijken? Word Free Member

  • Wekelijkse nieuwsbrief
  • Artikelen & Blogs
  • 5+ gratis vaktechniek artikelen p/m
  • Schrijf je in voor Masterclasses & Workshops
  • Toegang tot FinSourceOne

Gratis

Volgende Free Members: 100% korting Meer Informatie