Rijnvarende premieplichtig

Een Rijnvarende is premieplichtig in Nederland, omdat de door Luxemburg afgegeven E101 verklaring niet verbindend  is. Deze verklaring heeft in het kader van de Rijnvarendenovereenkomst geen betekenis en bindt daarom de Belastingdienst niet.

X heeft de Nederlandse nationaliteit en woonde in 2011-2014 in Nederland. In de periode 1 januari 2011 tot en met 31 augustus 2014 was X in loondienst bij een bedrijf in Luxemburg en werkzaam op een binnenschip. In 2007 is een Rijnvaartverklaring afgegeven, die in 2009 is ingetrokken. Op 10 maart 2006 is door de bevoegde sociale zekerheidsautoriteit in Luxemburg een E101 verklaring afgegeven, die op 10 maart 2017 is ingetrokken met terugwerkende kracht tot 1 januari 2011. X heeft in zijn aangifte voor de jaren 2011-2014 verzocht om vrijstelling voor de premies volksverzekeringen. Bij de aanslagregeling voor de verschillende jaren is X aangemerkt als verplicht verzekerde voor de Nederlandse volksverzekeringen. In het jaar 2013 is wel rekening gehouden met de 50%-aftrekbaarheid van de premie Cotisations sociales; in 2014 niet. In geschil is of de aanslagen tot de juiste bedragen zijn vastgesteld. Het uitgangspunt is dat een ingezetene van Nederland van rechtswege in Nederland is verzekerd en premieplichtig is voor de volksverzekeringen. Gelet op de Rijnvarendenovereenkomst is, omdat de exploitant van het binnenvaartschip in Nederland is gevestigd, X naar het oordeel van de Rechtbank in Nederland premieplichtig. De stelling van X, dat de Belastingdienst gebonden is aan de E101 verklaring, waarin is vermeld dat X in Luxemburg premieplichtig is, kan niet worden gevolgd. De E101 verklaring, die overigens ook is ingetrokken, betreft een communautair formulier en heeft in het kader van de Rijnvarendenovereenkomst geen gelding (zie ook HR 11 oktober 2013 onder de EU Vo. 1408/71). De betaling of inhouding van premies ten behoeve van de Luxemburgse sociale verzekeringen creëert als zodanig geen verzekeringsplicht in Luxemburg en staat de verschuldigdheid van premies volksverzekeringen in Nederland dus niet in de weg. Ook niet in het geval, zoals bij X, hij de in Luxemburg betaalde verzekeringspremies niet zal kunnen terugkrijgen, omdat de werkgever failliet is gegaan. Dit regardeert Nederland niet en kan de Rijnvarendenovereenkomst niet terzijde stellen. Stelling van X is dat zijn belastbare loon over 2013 en 2014 te hoog is vastgesteld, omdat ten onrechte geen aftrek is toegepast van de betaling in Luxemburg van sociale verzekeringspremies, treft geen doel gelet op de Mededeling van 5 januari 2016, DGB 2016/20. Het beroep van X op het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel kan niet slagen. De door een andere staat afgegeven E101 verklaring onder werking van een niet jegens X toepasselijke verordening, bindt de andere staten niet. Voor 2013 wordt aan X een immateriële schadevergoeding van € 500 toegekend (Rechtbank Den Haag 12 juni 2018, nrs. 18/439 t/m 18/442).

Informatie

  • Internationaal, Sociale zekerheid
  • Vrijdag 30 november 2018

KennisHub

KennisHub Pensioen- &
Life Event Advisering

  • Inspirerende Masterclasses
  • Praktijkgerichte Workshops
  • PE Artikelen & Casuistiek
  • Artikelen & Blogs
  • Stel je vraag
  • PE-geaccrediteerd
  • Mix & Match
  • Jaarlijks PE-certificaat
  • 21 dagen op proef

€ 35 p/m

Volgende licenties: 20% korting Meer Informatie

Eerst aankijken? Word Free Member

  • Wekelijkse nieuwsbrief
  • Artikelen & Blogs
  • 5+ gratis vaktechniek artikelen p/m
  • Schrijf je in voor Masterclasses & Workshops
  • Toegang tot FinSourceOne

Gratis

Volgende Free Members: 100% korting Meer Informatie