Shoprecht en de deelnemer

Het ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid (SZW) bereidt een wetswijziging voor die - als alles goed gaat -  deelnemers vanaf 1 juli 2016 de mogelijkheid biedt om vanuit een 'vaststaande' beschikbare premieregeling te kiezen voor een variabele en risicodragende uitkering. Een deelnemer kan er bovendien voor kiezen om op pensioendatum een andere uitvoerder te kiezen (het shoprecht). Een potentieel interessante ontwikkeling voor de deelnemer die bereid en in staat is om een zekere mate van risico te nemen. Op 1 februari berichtte het aan het FD gelieerde 'pensioenpro' echter dat het kabinet het shoprecht wil beperken. Bouw je pensioen bij een bepaald pensioenfonds op, dan kan de deelnemer niet voor een andere uitvoerder kiezen. Los van feit dat dit weinig vertrouwen wekt in pensioenfondsen, is in onze ogen deze wijziging niet in het belang van de deelnemer, en haalt het de kwintessens van de wetswijziging onderuit.

Twee redenen liggen aan onze stelling ten grondslag.

In de eerste plaats de kosten. In de afgelopen jaren is aangetoond dat juist de prikkels van de marktwerking hebben geleid tot extreme verlagingen in kosten. Zo liggen administratiekosten bij traditionele pensioenfondsen (zonder marktwerking) gemiddeld op €395 en bij premiepensioeninstellingen (PPI's, mét marktwerking) op €50. Verdere marktwerking kan leiden tot verdere efficiëntieverhoging, blijkt uit deze cijfers.

In de tweede plaats betekent het beperken van het shoprecht de deelnemer de mogelijkheid om een pensioen te kiezen dat past bij de deelnemer. De mate en de vorm van het risico in de uitkeringsfase is erg afhankelijk van de wensen en kenmerken van de deelnemer. Het aanbod van de bestaande aanbieder zal niet per definitie de best mogelijke aanbieding zijn. En bovendien kan dit leiden tot hoge extra uitvoeringskosten als je bij een 'duur' pensioenfonds moet blijven. Zouden deelnemers niet zelf moeten kunnen beslissen over de rol van hun pensioengeld in de maatschappij? Steeds vaker willen mensen zelf keuzes maken ten aanzien van bijvoorbeeld groen beleggen, lokaal beleggen of anderszins.

Het beperken van het shoprecht leidt dus mogelijk tot hogere kosten en een suboptimale pensioenuitvoerder. Waarom deze keuze van de wetgever? Is dit een gevolg van een onnodig complexe wetgeving, met opties van 'collectieve risicodeling'? Of gaat het hier om het belang van de sector waar €1200 miljard in omgaat, boven het belang van de deelnemer?

Ons alternatief? Biedt deelnemers een keuze voor een collectieve uitvoerder in de 2e pijler: een PPI, pensioenfonds of een verzekeraar. De deelnemer kan prima zelf beslissen wat beter bij hem past, niet de sector of de wetgever.

Tjitsger Hulshoff, Hans van Meerten, Falco Valkenburg

 

Informatie

  • Ik ga met pensioen, Verzekeringstechniek, De gewone werknemer, Pensioen Algemeen
  • Woensdag 17 februari 2016

KennisHub

KennisHub Pensioen- &
Life Event Advisering

  • Inspirerende Masterclasses
  • Praktijkgerichte Workshops
  • PE Artikelen & Casuistiek
  • Artikelen & Blogs
  • Stel je vraag
  • PE-geaccrediteerd
  • Mix & Match
  • Jaarlijks PE-certificaat
  • 21 dagen op proef

€ 35 p/m

Volgende licenties: 20% korting Meer Informatie

Eerst aankijken? Word Free Member

  • Wekelijkse nieuwsbrief
  • Artikelen & Blogs
  • 5+ gratis vaktechniek artikelen p/m
  • Schrijf je in voor Masterclasses & Workshops
  • Toegang tot FinSourceOne

Gratis

Volgende Free Members: 100% korting Meer Informatie