Stelsel van verplichte bedrijfstakpensioenfondsen is niet langer houdbaar

Dit artikel is afkomstig uit het Financieele Dagblad.

De discussie over het nieuwe pensioenstelsel is groot. Houden we het collectief en solidair of stappen we over naar een meer individueel systeem? Afgezien van deze vragen is de eigenlijke kwestie of we nog langer het systeem van verplichte bedrijfstakpensioenfondsen (bpf’s) moeten houden. Dit heet de grote verplichtstelling.

Op basis van een verzoek van representatieve sociale partners kan de minister van Sociale Zaken opleggen dat alle werkgevers in een bepaalde branche én de verplichte pensioenregeling moeten toezeggen én deze moeten onderbrengen bij een bepaald Bpf.

Uit onderzoek blijkt niet alleen dat de grote verplichtstelling juridisch zeer twijfelachtig is, maar ook dat deze praktisch onuitvoerbaar is geworden. Bpf’s vechten elkaar onderling ‘de tent uit’. Dit gaat zover dat werkgevers die al jaren bij een bpf zitten, aangeschreven worden door een ander bpf, inclusief met jaren terugwerkende kracht, en ambtshalve premienota’s opleggen. Bedragen tot miljoenen. Zelfs werd in een lopende procedure gesteld dat een werkgever maar bij twee bpf’s aangesloten moest worden.

De vraag is dus hoe ‘sociaal’ bpf’s echt zijn en wat überhaupt het nut nog is. Uit de dekkingsgraden van enkele grote bpf’s blijkt duidelijk dat deze onderpresteren. Daarnaast mag het helder zijn dat de ‘zekerheid’ die bpf’s altijd leken te geven, een wassen neus is. Jarenlang geen indexatie, torenhoge premies (tot wel 1,5 dag van het pensioengevend loon), vergrijsd deelnemersbestand en mede daardoor weinig kans op reëel herstel.

Zelfs het grootste pensioenfonds in Nederland, het ABP, geeft toe dat de pensioenregeling ‘onbeheersbaar is en ‘niet langer uit te leggen aan de deelnemers’.

Verder kunnen serieuze vraagtekens worden gezet bij de representativiteit van vooral de werknemers die de bestuurders van bpf’s leveren. Hoeveel mensen zijn nog lid van een vakbond? De FNV bijvoorbeeld, kent een ledenbestand met een gemiddelde leeftijd van tegen de zestig jaar.

Ook is het evident dat werknemers niet meer veertig jaar in dezelfde branche werken én dat werkgevers/bedrijven steeds vaker en sneller van ‘branche’ wisselen en het spel van ‘welke bpf’ opnieuw begint.

Wij zijn voorstander van een (minimale) pensioenplicht. Maar waarom mag men niet zelf kiezen waar de pensioenregeling ondergebracht wordt? Indien de zorgplicht goed geregeld wordt, werkt dat echt prima. Bovendien, we sluiten toch ook gewoon zelf een hypotheek af?

En als we dan overstappen naar een individueel systeem, dan komen ook de PPI’s als echt nieuwe innovatieve aanbieder aan bod. In de vrije markt worden alleen nog premieovereenkomsten gesloten en dan is het aandeel van de PPI’s bijna 100%. Met andere woorden: ook in de verplichtgestelde markt kan een PPI voor een premieovereenkomst een prima, zelfs beter, alternatief zijn.

Dat bpf’s in de jaren 50 van de vorige eeuw in de wederopbouw van Nederland hun goede rol hebben vervuld en hebben bewerkstelligd dat er én goede pensioenregelingen kamen én dat er op de arbeidsvoorwaarde pensioen niet geconcurreerd kon worden, is goed geweest. Dat dit niet meer bij de huidige tijd past, lijkt ook een feit. Als dan ook nog bekend is dat het ABP gewoon het pensioengeld van longartsen blijft beleggen in de tabaksindustrie met als argument dat ‘dat internationaal niet verboden’ is, is het duidelijk dat we in een bijna pervers systeem zitten.

Tot slot halen sommige bpf’s inmiddels alle trucs uit om werkgevers die wél aangesloten hadden moeten worden, toch vrijstelling te geven. Dat doen ze ongezien de bestaande pensioenregeling waarbij de verklaring van de werkgever (!) dát hij een vergelijkbare regeling had als voldoende werd beschouwd.

Wij vragen ons af in wiens belang de grote verplichtstelling nog is. In ieder geval niet die van de werknemer.

De grote verplichtstelling lijkt al met al in strijd met het Europese recht. De destijds geaccepteerde uitzondering kwam voort uit het ‘sociale karakter’ en de ‘zekerheid’ van een goede, waardevaste pensioenuitkering. Dit geldt niet meer. De conclusie kan dus een abc-tje zijn.

Prof. dr. mr. Hans van Meerten en mr. Theo Gommer MPLA/CCFP zijn beiden advocaat. Van Meerten is eveneens hoogleraar Internationaal- en Europees recht aan de UU. Gommer is o.a. ook voorzitter van de NOPD.

Informatie

  • De gewone werknemer, Pensioen Algemeen
  • Zondag 20 augustus 2017

KennisHub

KennisHub Pensioen- &
Life Event Advisering

  • Inspirerende Masterclasses
  • Praktijkgerichte Workshops
  • PE Artikelen & Casuistiek
  • Artikelen & Blogs
  • Stel je vraag
  • PE-geaccrediteerd
  • Mix & Match
  • Jaarlijks PE-certificaat
  • 21 dagen op proef

€ 35 p/m

Volgende licenties: 20% korting Meer Informatie

Eerst aankijken? Word Free Member

  • Wekelijkse nieuwsbrief
  • Artikelen & Blogs
  • 5+ gratis vaktechniek artikelen p/m
  • Schrijf je in voor Masterclasses & Workshops
  • Toegang tot FinSourceOne

Gratis

Volgende Free Members: 100% korting Meer Informatie