Tijdelijke nihilstelling alimentatie wegens ‘AOW-gat’

Het in 1976 gesloten huwelijk van partijen is op 7 juni 2011 ontbonden door echtscheiding. In het echtscheidingsconvenant hebben partijen afspraken gemaakt over de door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie. Op verzoek van de man heeft de rechtbank een beschikking gegeven, waarbij de partneralimentatie met ingang van 1 augustus 2015 is verlaagd. De man komt in hoger beroep tegen de beschikking. In zijn grieven stelt hij de behoefte van de vrouw, zijn draagkracht en de ingangsdatum aan de orde.

Ten aanzien van de ingangsdatum van de wijziging voert de man aan dat in zijn arbeidsovereenkomst is opgenomen, dat zijn dienstverband per de eerste van de maand waarin hij 65 jaar zou worden, derhalve per 1 mei 2015, zou eindigen. Nadien is de pensioenleeftijd wettelijk verhoogd. De man heeft zijn werkgever verzocht de arbeidsovereenkomst met drie maanden te verlengen, maar dat verzoek is afgewezen. De man heeft vervolgens de vrouw tijdig, te weten eind 2014 toen dit hem bekend werd, ervan op de hoogte gesteld, dat hij vanaf 1 mei 2015 niet meer aan zijn alimentatieverplichting zou kunnen voldoen. De man stelt dat de rechtbank, door de ingangsdatum van de wijziging eerst op 1 augustus 2015 te bepalen, het kwartaal dat hij geen inkomsten had volledig op de man afwentelt, terwijl evenzeer van de vrouw had kunnen worden verlangd dat zij voorzieningen had getroffen voor die maanden, door het uitbreiden van haar werkzaamheden dan wel het beperken van haar uitgaven. De ingangsdatum van de wijziging dient volgens de man dan ook op 1 mei 2015 gesteld te worden.

Hof
Het hof overweegt dat partijen beiden al vóór 1 mei 2015 wisten dat de man vanaf die datum gedurende drie maanden geen inkomsten zou hebben. Van beide partijen had dan ook volgens het hof mogen worden verwacht, dat zij maatregelen zouden treffen om een periode zonder inkomsten te overbruggen. Tevens neemt het hof in aanmerking dat het op de weg van de man had gelegen om eerder dan 18 november 2015 zijn inleidend verzoek tot wijziging in te dienen.

Gelet hierop, alsmede gelet op de duur van de te overbruggen periode, is het hof, anders dan de rechtbank, van oordeel dat het nadeel van deze periode zonder inkomen niet geheel op de man dient te worden afgewenteld, maar in redelijkheid door beide partijen gedragen dient te worden. Nu de man over genoemde periode geen inkomsten heeft genoten (geen pensioen, AOW uitkering en/of salaris) en de vrouw in de genoemde periode in ieder geval inkomsten uit haar oppaswerkzaamheden heeft ontvangen, stelt het hof de door de man aan de vrouw te betalen uitkering op nihil over de periode van 1 juni 2015 tot 1 augustus 2015.

Het hof is van oordeel dat van de vrouw in redelijkheid kan worden gevergd dat zij de ontvangen partneralimentatie over de periode 1 juni 2015 tot 1 augustus 2015 aan de man terug betaald. De vrouw kan het eventueel door haar verschuldigde aan de man terug te betalen bedrag verrekenen met de achterstallige partneralimentatie. Gerechtshof Amsterdam, 23 mei 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:1937

 

 

Informatie

  • Civieljuridische Aspecten, De gewone werknemer, Uit elkaar gaan, Pensioen Algemeen
  • Maandag 3 juli 2017

KennisHub

KennisHub Pensioen- &
Life Event Advisering

  • Inspirerende Masterclasses
  • Praktijkgerichte Workshops
  • PE Artikelen & Casuistiek
  • Artikelen & Blogs
  • Stel je vraag
  • PE-geaccrediteerd
  • Mix & Match
  • Jaarlijks PE-certificaat
  • 21 dagen op proef

€ 35 p/m

Volgende licenties: 20% korting Meer Informatie

Eerst aankijken? Word Free Member

  • Wekelijkse nieuwsbrief
  • Artikelen & Blogs
  • 5+ gratis vaktechniek artikelen p/m
  • Schrijf je in voor Masterclasses & Workshops
  • Toegang tot FinSourceOne

Gratis

Volgende Free Members: 100% korting Meer Informatie