Vrijstelling op grond van artikel 6 Vrijstellingsbesluit mag beperkt worden tot de duur van de verzekeringsovereenkomst, ondanks de door de Rechtbank opgelegde verplichting tot toekenning van de vrijstelling

Wat was er aan de hand? De werkgever viel onder de werkingssfeer van de groothandel in textielgoederen. Tot 2006 kende deze branche alleen een verplicht gestelde vroegpensioenregeling. In het kader van de afschaffing van de fiscale faciliering van de vroegpensioenregelingen is per 1 januari 2006 Bpf Tex opgericht. Dit pensioenfonds kende een beperkte pensioenopbouw tot maximaal 0,75% middelloon. Dit betekende dat de werkgevers hun eigen pensioenregeling in de meeste gevallen konden continueren. Vanaf 1 januari 2010 is de pensioenregeling van Bpf Tex gewijzigd in een volwaardige middelloonregeling. Vanaf dat moment werden werkgevers en werknemers derhalve geconfronteerd met een dubbele pensioenopbouw. Dat gold ook voor de werkgever in de onderhavige kwestie. Nadat de werkgever had geconstateerd dat vanaf 1 januari 2010 de premies voor het pensioenfonds aanzienlijk waren gestegen en was achterhaald wat de reden hiervoor was, werd een verzoek tot vrijstelling op grond van een tijdige eigen regeling ingediend. De eigen pensioenregeling dateerde van 2002, derhalve ruimschoots voordat de verplichtstelling van 2006 was aangevraagd. Rechtbank Rotterdam oordeelde in een eerdere procedure dat het pensioenfonds niet verplicht was om een vrijstelling op grond van artikel 2 Vrijstellingsbesluit te verlenen, nu in 2010 slechts sprake was van een wijziging van de pensioenregeling en niet van de verplichtstelling. Wel oordeelde de Rechtbank dat het pensioenfonds gezien haar bijzondere positie in 2010 een verzoek tot vrijstelling ook had moeten beoordelen op grond van artikel 6 van het Vrijstellingsbesluit en had moeten toekennen als de werkgever aan kon tonen dat de eigen regeling gelijkwaardig was. De werkgever toonde vervolgens de gelijkwaardigheid aan, waarna het pensioenfonds een vrijstelling toekende voor de duur van de uitvoeringsovereenkomst tussen de werkgever en de verzekeraar. De werkgever heeft tegen deze beslissing wederom beroep tegen ingesteld bij de Rechtbank Rotterdam. Rechtbank Rotterdam is van mening dat het pensioenfonds bevoegd is om én op grond van de eerdere uitspraak van de Rechtbank én het Vrijstellingsbesluit een beperking qua duur te verbinden aan de vrijstelling. Artikel 6 is een discretionaire bevoegdheid van het pensioenfonds en de rechter hanteert daarbij een voorzichtige toets. Het belang van het pensioenfonds tot een tijdelijke vrijstelling weegt zwaarder dan de belangen van de werkgever bij een doorlopende vrijstelling. Rechtbank Rotterdam, 12 maart 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:1615

Informatie

  • Verzekeringstechniek, De gewone werknemer, Civieljuridische Aspecten, Pensioen Algemeen
  • Dinsdag 5 april 2016

KennisHub

KennisHub Pensioen- &
Life Event Advisering

  • Inspirerende Masterclasses
  • Praktijkgerichte Workshops
  • PE Artikelen & Casuistiek
  • Artikelen & Blogs
  • Stel je vraag
  • PE-geaccrediteerd
  • Mix & Match
  • Jaarlijks PE-certificaat
  • 21 dagen op proef

€ 35 p/m

Volgende licenties: 20% korting Meer Informatie

Eerst aankijken? Word Free Member

  • Wekelijkse nieuwsbrief
  • Artikelen & Blogs
  • 5+ gratis vaktechniek artikelen p/m
  • Schrijf je in voor Masterclasses & Workshops
  • Toegang tot FinSourceOne

Gratis

Volgende Free Members: 100% korting Meer Informatie