A-G adviseert prejudiciële vragen te stellen inzake werkzaamheden elders tijdens verlofperiode

De dienstbetrekking is tijdens het onbetaald verlof blijven bestaan. De vrouw is in loondienst gebleven. Volgens het Hof pleegde de vrouw tijdens haar verlof voor de toepassing van art. 14(2)(b)(i) Vo. 1408/71 zowel in Nederland als in Oostenrijk in loondienst te werken voor twee werkgevers die hun zetel in respectievelijk Nederland en Oostenrijk hebben. Volgens die bepaling bleef zij premieplichtig in Nederland. A-G Wattel concludeert . Onduidelijk is (i) of sprake is van volgtijdige werkzaamheden in twee lidstaten of van gelijktijdige werkzaamheden naast elkaar in twee lidstaten, en (ii) of de eenmalige uitstap naar Oostenrijk het ‘plegen uit te oefenen van werkzaamheden’ (ook) in Oostenrijk opleverde. De A-G adviseert de Hoge Raad hierover prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie EU.

Informatie

  • De gewone werknemer, Pensioen Algemeen
  • Woensdag 6 mei 2015