Aan ANBI geschonken periodieke uitkering is een periodieke gift

Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 24 december 2019 (publicatie: 28 februari 2020) uitspraak gedaan of er sprake is van een periodieke gift indien is bepaald dat een geschonken periodieke uitkering aan een ANBI eindigt bij het overlijden van de langstlevende echtgenoot.

In 2004 heeft belanghebbende een stichting opgericht. Belanghebbende is voorzitter van de stichting. De stichting heeft met ingang van 1 januari 2008 de ANBI-status. Bij notariële akte hebben belanghebbende en zijn echtgenote ingaande per 2011 een periodieke uitkering aan de stichting geschonken gedurende een periode van vijf jaar. In de notariële akte is bepaald dat de schenking eindigt bij het overlijden van de langstlevende echtgenoot. 

In geschil is of de periodieke uitkering kwalificeert als een periodieke gift. Belanghebbende en de inspecteur zijn verdeeld over de vraag of met de bewoordingen ‘die eindigen bij overlijden’ is bedoeld het overlijden van één persoon of het overlijden van de langstlevende van meerdere personen. Volgens de inspecteur moet bij afhankelijkheid van meerdere levens de wezenlijke onzekerheid van ten minste 1% getoetst te worden.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant concludeert uit de wettekst en de wetsgeschiedenis dat een periodieke gift gedurende minimaal vijf jaar moet worden uitgekeerd en dat de verplichting tot uitkering moet vervallen bij het overlijden. Aan beide voorwaarden is hier voldaan. De wettekst noch de wetsgeschiedenis dwingen ertoe onder het overlijden enkel te verstaan het overlijden van belastingplichtige. Er is dus volgens de rechtbank sprake van een periodieke gift. Het gelijk is aan belanghebbende.

 

Informatie

  • Fiscaal: Wet IB
  • Dinsdag 3 maart 2020