Aansprakelijkheid tussenpersoon na verzwijging?

Rechtbank Noord-Holland oordeelt over de aansprakelijkheid van een assurantietussenpersoon na een verzwijging bij de aanvraag van een arbeidsongeschiktheidsdekking.

Een werkgever sluit een arbeidsongeschiktheidsdekking voor een werkneemster via een assurantietussenpersoon. Na een arbeidsongeschiktheidsmelding staakt de verzekeraar de uitkeringen nadat blijkt dat de werkneemster de partner is van de directeur-grootaandeelhouder.

Een rechter geeft de verzekeraar daar in gelijk. De werkgever wil nu dat de assurantietussenpersoon de schade vergoedt. De assurantietussenpersoon zou een van de slotvragen of de werkneemster partner of familie is van de DGA of eigenaar op eigen initiatief met 'nee' hebben beantwoordt zonder overleg met de werkgever.

De assurantietussenpersoon stelt dat sprake is van een gefingeerd dienstverband en dat de vraag sowieso ook door de werkgever met nee zou zijn beantwoord. Het is ook niet logisch dat er maar voor 1 werknemer een dekking werd gesloten terwijl er meer werknemers waren.

Volgens de kantonrechter onderbouwt de werkgever in de procedure niet dat ze schade heeft geleden, vooral niet omdat ze het bestaan van het dienstverband niet onderbouwt noch de gestelde arbeidsongeschiktheid.

Toch merkwaardig dat dit laatste dan niet gebeurd als de procedure wordt aangegaan. De procedure laat wel een bestaand knelpunt zien tussen de Wet op de medische keuringen en het voorkomen van antiselectie bij arbeidsongeschiktheidsdekkingen. 

 

 

Informatie

  • Inkomen
  • Dinsdag 5 januari 2021