Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Actuele rechtspraak inzake artikel 1:88 en 1:89 BW

Een echtgenoot moet op grond van artikel 1:88 BW voor bepaalde rechtshandelingen aan de andere echtgenoot vooraf toestemming vragen. Wanneer een dergelijke rechtshandeling toch zonder deze toestemming wordt verricht, kan de andere echtgenoot gezien artikel 1:89 BW deze rechtshandeling terugdraaien.

Recent is een uitspraak van Hof Amsterdam en een uitspraak van Hof Den Bosch gepubliceerd waarin het geschil is of een bepaalde rechtshandeling door de andere echtgenoot kan worden teruggedraaid.

De toestemmingseis van artikel 1:88 BW en artikel 1:89 BW

In artikel 1:88 en 1:89 BW is de zogenoemde ‘toestemmingseis’ geregeld. Dit houdt in dat bij een huwelijk de ene echtgenoot aan de andere echtgenoot voor bepaalde rechtshandelingen vooraf toestemming moet vragen.

In artikel 1:88 BW is bepaald voor welke rechtshandelingen de toestemmingseis geldt. Toestemming is bijvoorbeeld nodig voor de verkoop van de echtelijke woning, bovenmatige giften (die niet in een testament worden geregeld), borgstellingen en koopovereenkomsten op afbetaling die niet onder de normale uitoefening van een beroep of bedrijf vallen. Het gaat om rechtshandelingen die van een behoorlijk gewicht zijn.

Op grond van artikel 1:89 BW kan de andere echtgenoot, wanneer een voornoemde rechtshandeling zonder toestemming wordt verricht, deze rechtshandeling vernietigen. Daarmee kan de rechtshandeling dus worden teruggedraaid.

Toestemming echtgenote ontbreekt: vernietiging van borgstelling

De casus

Belanghebbende is enig bestuurder van een bv. De bv is een overeenkomst van geldlening van € 100.000 aangegaan ter financiering van het werkkapitaal. De lening heeft een looptijd van 36 maanden tegen een rentepercentage van 7,62%.

Belanghebbende heeft zich tot een maximumbedrag van € 100.000 borg gesteld. In de daartoe opgemaakte en door belanghebbende ondertekende akte is bepaald:

‘Indien de borg is getrouwd of een geregistreerd partnerschap is aangegaan moet zijn/haar echtgenoot of geregistreerd partner deze borgtocht medeondertekenen. Deze eis geldt niet indien de Borg een bestuurder is van de Hoofdschuldenaar en alleen of met zijn/haar medebestuurder de meerderheid van de aandelen heeft.’

De akte van borgtocht is niet door de echtgenote van belanghebbende ondertekend.

De bv is in 2016 in staat van faillissement verklaard. De geldverstrekker heeft belanghebbende aangesproken op zijn verplichtingen uit hoofde van de borgstelling. De echtgenote van belanghebbende heeft de borgstelling buitengerechtelijk vernietigd.

De geldverstrekker vordert vervolgens in een juridische procedure dat belanghebbende wordt veroordeeld om te voldoen aan zijn verplichtingen. Rechtbank Amsterdam wijst de vorderingen van de geldverstrekker echter af. Volgens de rechtbank is het door de bv aangaan van de geldleenovereenkomst niet aan te merken als een rechtshandeling, die is gepleegd ten behoeve van de normale uitoefening van het bedrijf als bedoeld in artikel 1:88 lid 5 BW. Het betreft hier een additioneel krediet - in aanvulling op een regulier bankkrediet - bedoeld als tijdelijke overbrugging voor een nijpend cashflowtekort. Om deze reden is de uitzondering van artikel 1:88 lid 5 BW niet van toepassing en was voor de borgstelling de toestemming van de echtgenote van belanghebbende vereist. Nu deze toestemming niet is gegeven, slaagt de buitengerechtelijke vernietiging van de borgstelling op grond van artikel 1:89 BW.

Overwegingen en oordeel Hof Amsterdam

Hof Amsterdam acht in deze zaak onder andere van belang dat de bv ten tijde van de financieringsaanvraag bij de geldverstrekker - en de beslissing daarop - beschikte over een krediet van € 1.000.000 bij een bank. In deze periode heeft de bv ook de bank om vernieuwing/uitbreiding van het krediet tot een bedrag van € 1.200.000 gevraagd en dit ook verkregen. Uit e-mailcorrespondentie onmiddellijk voorafgaand aan de kredietuitbreiding door de bank valt af te leiden dat de bv op dat moment dringend behoefte had aan aanvullende liquiditeiten. Verder acht het hof het van belang dat de bv eerder betalingsonmacht bij de belastingdienst had gemeld en dat zij eerder al een betalingsregeling heeft getroffen.

Onder deze omstandigheden kan niet worden geoordeeld dat de geldleenovereenkomst door de bv is aangegaan in de normale uitoefening van haar bedrijf. Uit de door de bv gegeven toelichting op de aanvraag voor de lening blijkt een zeker overbruggingskarakter. Ook wijken belangrijke voorwaarden van het krediet zoals het rentepercentage en de hoge provisie voor de geldverstrekker af van de gebruikelijke voorwaarden in het bancaire verkeer en zijn deze voor de bv nadeliger. Het hof bekrachtigt derhalve het vonnis van rechtbank Amsterdam.

Toestemming echtgenote ontbreekt: vernietiging van koopovereenkomst

De casus

Belanghebbende heeft alle aandelen in een bv gekocht. Belanghebbende is de koopsom schuldig gebleven. Een jaar later gaat de bv failliet.

De verkoper van de aandelen vordert van belanghebbende de schuldig gebleven koopsom. De verkoper stelt dat er een geldleningsovereenkomst is gesloten en dat belanghebbende de lening in 20 maandelijkse betalingen zal aflossen. Belanghebbende is volgens de verkoper met de betaling echter in gebreke gebleven.

Volgens belanghebbende en zijn echtgenote is er sprake van een koop op afbetaling. Voor een dergelijke overeenkomst is op grond van artikel 1:88 lid 1 sub d BW toestemming van de echtgenote vereist. Aangezien de echtgenote van belanghebbende deze toestemming niet heeft gegeven, beroept zij zich op artikel 1:89 lid 1 BW en vernietigt de koopovereenkomst.

Volgens de verkoper van de aandelen is er geen sprake van een koop op afbetaling, maar is er sprake van een zakelijke overeenkomst, waarbij in de akte van aandelenoverdracht al is opgenomen dat belanghebbende de verschuldigde koopsom via termijnen zou voldoen (in de vorm van een geldlening) en heeft de betalingsovereenkomst geen enkele relatie meer met de in de akte van aandelenoverdracht opgenomen koopsom. Onder verwijzing naar de jurisprudentie concludeert de verkoper dat het beroep op vernietiging van de overeenkomst op grond van artikel 1:88 lid 1 onder d BW niet mogelijk is.

Overwegingen en oordeel Hof Den Bosch

Hof Den Bosch oordeelt dat - mede gelet op het door de verkoper gestelde dat de koopsom is omgezet in een lening en dat de koopsom dan wel lening via 20 maandelijkse betalingen zou worden afgelost - aan alle elementen van een koop op afbetaling is voldaan: er is sprake van een overeenkomst van koop en verkoop van aandelen, partijen hebben afgesproken dat de koopprijs wordt betaald in termijnen, en twee of meer van die termijnen zijn betaald nadat het aandelenpakket aan belanghebbende is geleverd. Dat voor de betalingen een afzonderlijke overeenkomst zou zijn opgesteld (wat belanghebbende overigens betwist en die ook niet is overlegd) leidt niet tot een ander oordeel, omdat in de notariële akte al aan die separate overeenkomst wordt gerefereerd, waaruit de samenhang al voldoende blijkt.

Gezien artikel 1:88 lid 1 onder d BW was volgens het hof voor het aangaan van de overeenkomst derhalve de toestemming van de echtgenote van belanghebbende vereist. Omdat vaststaat dat die toestemming ontbreekt, slaagt het beroep op vernietiging van de overeenkomst.

Informatie

  • VTVaktechniek
  • Recht: Huwelijksvermogens- en erfrecht
  • EQF 7
  • Dinsdag 19 januari 2021
Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships