Artikel BD:Of ?Langer doorwerken gezond is?,is niet de vraag, maar flexibilisering is de oplossing!

Braam stelt dat langer doorwerken helemaal niet – bewezen – gezond is. In hetzelfde BD (1 dec.) staat een artikel: ‘Oudere werknemer is juist heel flexibel’ (Moniek Husken). Braam vergelijkt een professor (hijzelf), een verpleegkundige en een stratenmaker. Een rare vergelijking. Er zijn noch (heel) veel professoren, noch heel veel stratenmakers (meer). Over de groep stratenmakers gaat vervolgens de anekdote dat ze eigenlijk 2 banen hebben. Van 7 tot 4 en van 4 tot 7. Tja, dan zou ik ook ‘op’ zijn ruim voor pensioendatum. Volgens mij hebben we gewoon twee soorten beroepen in Nederland. De ‘geestelijke’, waarbij veel denkwerk komt kijken. En de meer fysieke. De eerste zijn net zo zwaar als de tweede. Immers op late leeftijd nog nieuwe dingen leren is net zo ‘zwaar’ als op latere leeftijd nog fysiek werk moeten doen. De oplossing zit in twee dingen. Allereerst innovatie. Met alle respect, in de gezondheidszorg wordt als het gaat om organisatie, planning en het innoveren van het zware werk, weinig gedaan. Althans dat is mijn ervaring én hoor ik van vele anderen. Plezier in het werk doet ook hier wonderen. Maar wachten tot het ‘plezier’ op een presenteerblaadje wordt aangeboden, nee, zo werkt het niet. Daar zul je wel wat voor moeten doen. Dat geldt overigens ook volgens mij ook voor vele andere (zware) beroepen. Werkgevers en vakbonden zouden daar meer aandacht aan moeten besteden. In plaats van ‘zo vroeg mogelijk stoppen met werken’ moet de geest worden, ‘zo lang mogelijk (deels) doorgaan’. De tweede oplossing is voorbereiding. Als je weet dat zaken op latere leeftijd zwaar worden, moet je je daar op voorbereiden. Wetende dat iets komt en niets doen vind ik niet meer van deze tijd. De transitie van verzorgingsstaat naar beloningsstaat en dus (meer) eigen verantwoordelijkheid is allang ingezet. De pessimistisch kijk van Braam ruil ik dus graag in voor de flexibele instelling van Husken. Daarnaast, áls je dan echt denkt dat je gelukkig wordt als je op je 60-ste niets meer hebt/hoeft te doen, prima, dan spaar je gewoon wat extra om tóch op 60 met pensioen te kunnen gaan, of je neemt genoegen met wat minder pensioen. Pensioen mag immers nog op ieder gewenst moment ingaan! Maar ‘teren’ op de maatschappij is er anno 2009 niet meer bij. Als je een mening hebt, dan kun je ook díe verantwoordelijkheid nemen lijkt mij. De verhoging van de (AOW)pensioenleeftijd gaat overigens ook pas in in 2020. Tijd genoeg om te anticiperen dus.

mr Theo Gommer MPLA is partner bij Akkermans & Partners Legal & Advice te Tilburg, waar hij tevens directeur van het Wetenschappelijk Bureau is. Daarnaast is hij advocaat bij Gommer & Partners Pensioen Advocaten en voorzitter van de Nederlandse Orde van PensioenDeskundigen. Verder is hij ‘vaste pensioencolumnist’ voor het Brabants Dagblad.

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Donderdag 26 maart 2015