Artikel Brabants Dagblad: Wet van Vadertje Drees toe aan herziening

Wet van Vadertje Drees toe aan herziening

door Kees Bechtold
TILBURG – Vadertje Drees had het goed voor met zijn onderdanen toen hij in 1957 de Algemene Ouderdoms Wet (AOW) introduceerde. Na jarenlang hard werken had iedere Nederlander vanaf zijn 65-ste recht op een onbekommerde levensavond.
Het oudersdomspensioen zorgde ervoor dat mensen niet meer hoefden aan te kloppen bij de kinderen of afhankelijk waren van de bedeling. Echt riant was de aow allerminst: het was teveel om dood van te gaan en te weinig om een beetje aardig te te leven.
Drees kon destijds niet bevroeden dat de aow vijftig jaar later voor zoveel beroering zou zorgen. Niet alleen in de politiek, maar ook bij de mensen. „De babyboomers, de naoorlogse generatie, hebben zich nooit zorgen gemaakt over hun pensioen. Daar zorgde de overheid voor en de pensioenfondsen”, zegt pensioendeskundige Theo Gommer van het Tilburgse bureau Akkermans & Partners.

Van 70 procent van het laatste verdiende loon viel immers goed te leven. Toen midden jaren’90 het middelloon als uitgangspunt ging tellen voor het pensioen, werd de mensen verteld dat dat nauwelijks invloed had op het pensioen. Maar nu ze massaal met pensioen gaan en ze worden geconfronteerd met het gevolg van de dramatisch ingezakte beurskoersen, zoals geen indexatie en hogere premies en belastingen, zijn er honderden vragen.

„We zitten aan de vooravond van een pensioenhausse. Via websites als die van De Telegraaf, onze eigen site Pensioensos.nl en die van de Consumentenbond stromen de vragen binnen. We hebben de laatste maanden een verdubbeling gezien. Toen Donner een verhoging van de aow-leeftijd aankondigde alleen al kwamen er 600 vragen. Daar zijn er de laatste maanden honderden bij gekomen.”

Toen het kabinet Drees de AOW instelde, kostte dat de werknemer één procent van zijn brutosalaris. Inmiddels is dat opgelopen tot 20 procent, ofwel een dag per week werken voor de oude dag. „Het moet eerder richting de 30 procent als we het systeem willen houden als het nu is. De vraag is of we dat willen betalen”, aldus Gommer.

De mensen zijn in slaap gesust door de jarenlang stijgende beurskoersen, waardoor de pensioenen automatisch konden worden geïndexeerd voor de gestegen prijzen. De overheid zag het probleem van de grijze golf aankomen en reserveerde een aow-potje dat gevuld zou gaan worden met 25 miljard euro. „Dat is een boekhoudkundig trucje, een wassen neus. Minister Bos heeft dat potje opgesnoept om de grootbanken te steunen”, aldus Gommer.

Zoals het vroeger was wordt het niet meer. „Toen Drees de AOW introduceerde vormde de AOW vaak honderd procent van het inkomen voor de ouderen. Nu is de verhouding aow en pensioen fifty-fifty. En het gaat naar 30/70.” Dat heeft zeker ook te maken met het vraagstuk van de solidariteit tussen de generaties. „Jongeren die geboren zijn tussen 1965 en 1980 zijn een stuk egocentrischer ingesteld. Zij worden geacht te betalen voor de generatie van de babyboomers, maar wie betaalt er straks voor hen? Zij zullen voor hun eigen pensioen moeten zorgen. Pensioen is uitgesteld loon. De jongeren eisen waar voor hun geld; die willen zwart op wit weten wat het rendement van hun investering is. Vertrouwen op de blauwe ogen van de werkgever of op garanties van de overheid is een sprookje.”

Het verhogen van de pensioenleeftijd lijkt onomkoombaar. „Of we accepteren dat we langer moeten werken of we krijgen minder pensioen. We zullen meer in ons pensioen moeten investeren. Nu werken we elke vrijdag voor ons pensioen; dat wordt ook de donderdagmiddag. Of ze het leuk vinden of niet, de werknemers zullen steeds meer de eigen verantwoordelijkheid moeten nemen voor hun pensioen. Ze zullen zich erin moeten verdiepen. Nu is bij voorbeeld al bekend dat de vergrijzing in Italië en Spanje gaat leiden tot een hoge inflatie. We zullen ons erin moeten verdiepen wat de consequentie is voor het pensioen.”
En wat is er eigenlijk op tegen om tot je 67ste te werken? „Toen de AOW in 1957 werd bedacht, leek dat een geschikte leeftijd. We leefden toen echter in een veel industriëlere maatschappij. Nu de zakelijke dienstverlening steeds belangrijker is geworden moet de verhoging geen probleem zijn. Commissarissen van bedrijven werken tot hun 70ste. De laatste jaren zie ik veel directeuren-grootaandeelhouders die een pensioenregeling hadden die op hun 60ste inging. Veel van hen willen langer doorgaan.” “Het hoeft niet, je kunt nog steeds op ieder gewenst moment met pensioen gaan. Maar dan krijg je of minder, of je zult tot die datum meer moeten sparen. En daarin heeft dus iedereen een eigen keus én verantwoordelijkheid. De tijd dat er ‘zomaar’ een goed pensioen was is nu echt voorbij!”.

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Donderdag 26 maart 2015