Artikel De Accountants: Glad ijs of kansen?

Bij veel accountants bestaat sinds de komst van de Wta en Wft (Wet op het financieel toezicht) onduidelijkheid in hoeverre het toelaatbaar is te adviseren op pensioengebied. Dit leidt tot terughoudendheid is onze ervaring. Dit is naar onze mening onnodig, zeker aangezien de accountant voor de ondernemer (en/of directeur grootaandeelhouder) de eerste persoon is die om assistentie wordt gevraagd op pensioengebied. Alle reden dus om stil te staan bij belemmeringen en kansen voor accountants in de Wta en Wft.

Pensioenadvisering
De vragen van cliënten op het terrein van pensioen kunnen tweeledig zijn. Allereerst de ondernemer die als directeur grootaandeelhouder opereert. Ten tweede de pensioenregeling voor de werknemers binnen de onderneming. Op beide terreinen fungeert de accountant veelal als eerste aanspreekpunt. Werd de directeur grootaandeelhouder met betrekking tot pensioenadvies altijd al bediend door zijn accountant, in toenemende mate wordt de accountant gevraagd mee te denken over de pensioenregeling voor de werknemers. Een interessante groeimarkt omdat de vraag vanuit bedrijven groot is terwijl het aantal kwalitatieve aanbieders beperkt is.

Wta
Binnen de Wta wordt een viertal domeinen onderscheiden. Naast de wettelijke controles, het verstrekken van door de wet voorgeschreven verklaringen, beoordelingen en vrijwillige controles zijn als domein D de overige werkzaamheden afgebakend. De beroepsorganisaties (NIVRA en NOvAA) hebben hun verantwoordelijkheid gehouden met betrekking tot het vaststellen van regels en verordeningen voor (onder andere) domein D. Zowel binnen de Wta als binnen de verordeningen van de beroepsorganisaties wordt niet specifiek ingegaan op het pensioenadvies. Dit betekent uiteraard niet dat op dit terrein geen regelgeving van toepassing is. Met name op het terrein van kwaliteitsbeleid en het stelsel van kwaliteitsbeheersing moeten voldoende waarborgen zijn ingebouwd om de accountant actief te laten zijn op het terrein van pensioenadvisering. Er is, mits voldaan wordt aan kwaliteitsbeheersing, geen belemmering binnen de regelgeving van de Wta om op het terrein van pensioenen actief te adviseren.

Wft
Met de komst van de Wft (en diens voorloper de Wfd) per 1 januari 2007 zijn de regels voor pensioenadviseurs aanzienlijk aangescherpt. Onder meer provisiegedreven advisering door (een groep) assurantietussenpersonen hebben hiertoe geleid. Binnen de Wft word onder advisering verstaan: “het in de uitoefening van het beroep of bedrijf aanbevelen van een of meer specifieke financiële producten aan een bepaalde consument of, indien het een financieel instrument of verzekering betreft, cliënt”. In deze definitie zijn drie elementen te onderscheiden. Het moet gaan om een aanbeveling met betrekking tot een specifiek financieel product, die is gericht aan een bepaalde consument (cliënt). Indien een cliënt aan zijn accountant de vraag voorlegt welke keuze gemaakt dient te worden zal al snel sprake zijn van advisering. Hoewel de cliënt uiteindelijk zelf een beslissing neemt is in de dagelijkse praktijk de mening van de accountant al snel doorslaggevend bij het maken van dien keuze. Op grond hiervan zou daarom geconcludeerd moeten worden dat de accountant in het kader van de Wft wordt gekwalificeerd als adviseur.

Op grond van de Vrijstellingsregeling Wft zijn accountants echter uitgezonderd van de Wft. Aan deze uitzondering zijn wel verschillende voorwaarden verbonden. Allereerst mag geen provisie worden ontvangen van de aanbieder. Een tweede voorwaarde is dat het advies moet liggen in het verlengde van de hoofdwerkzaamheid. Tenslotte geldt de voorwaarde dat de advieswerkzaamheden slechts marginaal onderdeel mogen uitmaken van de totale werkzaamheden. Bij deze drie punten zullen wij ik hierna stilstaan.

Allereerst de provisie. In feite is dit een open deur: accountantswerkzaamheden worden vergoed op basis van tijdsbesteding of specifieke prijsafspraken. Het is nimmer zo dat door de accountant financiële contacten worden onderhouden met aanbieders. Voor het tweede punt, advisering in het verlengde van de hoofdwerkzaamheid, geldt hetzelfde. De hoofdwerkzaamheden van de accountant liggen op een ander terrein. In het verlengde van deze hoofdwerkzaamheid liggen een groot aantal zaken. Te denken valt aan advisering over balansverhoudingen, financieringsconstructies, markontwikkelingen, personele zaken etc. In dit traject is het begeleiden bij het maken van pensioenkeuzes één van de vele terreinen waarop de accountant om advies wordt gevraagd. Het derde onderdeel hoeft naar onze mening eveneens niet snel tot discussies te leiden. Het pensioenadvies (de advieswerkzaamheden) mag slechts een marginaal onderdeel uitmaken van de totale werkzaamheden. Hoewel advisering op het terrein van pensioenen, mede gezien de voortdurende wijzigingen van (fiscale) wetgeving, een terugkerend adviesonderdeel is, zal dit altijd een gering deel vormen van de totale werkzaamheden voor de betreffende cliënt. Dit geldt ook als binnen de organisatie een (of meerdere) accountants (of belastingadviseurs) zich voor de gehele organisatie grotendeels (gezien de werkzame uren) met pensioenadvies bezighouden. Het gaat immers om de werkzaamheden als onderdeel van de totale werkzaamheden.

In de parlementaire behandeling zijn hierover vragen gesteld. De minister stelde: “het hoort in eerste instantie tot de eigen verantwoordelijkheid van een dienstverlener om te beoordelen of aan deze voorwaarden wordt voldaan en zo nodig een vergunning aan te vragen”. Naar onze overtuiging belemmert dit de accountant niet bij het geven van pensioenadvies. Hiervoor hebben wij immers al aangegeven dat de accountant zijn hoofdwerkzaamheden heeft op een ander terrein en dat het pensioenadvies altijd slechts een beperkt onderdeel zal zijn van de totale advisering c.q. werkzaamheden.

Dit betekent niet dat de overige regels van de Wft niet meer van belang zijn. Zorgvuldige dienstverlening en het ‘ken uw klant’- principe blijven de rode draad in de advisering. Een accountant is echter als geen ander in staat deze principes op een juiste wijze in te vullen. Wel is het goed om te bewerkstelligen dat pensioenadvisering onder de beroepsaansprakelijkheidsdekking valt.

Conclusie
De onduidelijkheid in hoeverre de accountant zich mag begeven op het terrein van pensioenadvisering is onterecht. Vanuit zowel de Wta als de Wft zijn er geen belemmeringen die aan pensioenadvisering in de weg staan. Wel dient de dienstverlening op een zorgvuldige wijze te worden ingericht en ingevuld. Is de accountant hiertoe in staat dan biedt dit goede mogelijkheden zijn werkzaamheden uit te breiden en zich zo tevens als pensioenadviseur voor de ondernemer en zijn onderneming te profileren.

Mr. Frank Reuling is advocaat bij Gommer & Partners Pensioen Advocaten en gespecialiseerd in Wft-vraagstukken. Mr. Theo Gommer MPLA is partner bij Akkermans & Partners Legal & Advice te Tilburg, waar hij tevens directeur van het Wetenschappelijk Bureau is. Daarnaast is hij advocaat bij Gommer & Partners Pensioen Advocaten.

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Donderdag 26 maart 2015