Artikel De Financiële Telegraaf: Pensioenregelingen voelen hete adem van kredietcrisis

Crisis mogelijk de start van pensioenbeleggen op eigen risico

Verlaging van pensioenen
allerlaatste redmiddel
Gaat het slecht op de beurs, dan begint men al snel de noodklok te luiden over pensioenen. Houden crises aan, dan heerst het schrikbeeld dat zelfs ons pensioen niet veilig is. De geruststellende boodschap is dat het allemaal zo’n vaart niet loopt. Wil een pensioenfonds omvallen, moet er écht wel wat gebeuren. Maar ook zonder dat angstbeeld staan pensioenregelingen voor forse ingrepen, waarbij uiteindelijk ook de hoogte van de pensioenen ter discussie kan komen te staan. Hoe werkt dit en ongerust moeten we ons hierover maken?
Manno van den Berg
AMSTERDAM – Een bank kan snel omvallen als spaarders hun rekeningen leeghalen. Dat is de theorie en zien we nu ook in de praktijk gebeuren. Verzekeraars en pensioenfondsen die onze pensioenvermogens beheren, hebben dat liquiditeitsrisico niet. ,,Je kunt je pensioen niet weghalen, afkoop is per wet verboden”, bevestigt Theo Gommer van pensioenadviesbureau Akkermans & Partners. Precies dat biedt deze pensioenuitvoerders een stevig fundament. Toch dwingen toezichtsregels deze partijen tot steeds ingrijpender maatregelen als hun belegde vermogens op de beurs onder druk staan.
Pensioenfondsen moeten in staat zijn om met hun belegde vermogen niet alleen de huidige pensioenuitkeringen te doen, maar ook die in de toekomst. Om dat snel te kunnen meten is de dekkingsgraad bedacht: het belegde vermogen als percentage ten opzichte van de verplichtingen.
Vroeger was het geen probleem als het vermogen minder was dan die verplichtingen, dat wil zeggen als de dekkingsgraad onder de 100% lag. Pensioenuitvoerders hebben immers alleen geld nodig voor de huidige uitkeringen, voor de uitkeringen in de (verre) toekomst vertrouwde men erop dat de beurs zich wel weer zou herstellen. En dat gebeurde eigenlijk ook altijd.
Sinds de pensioencrisis begin deze eeuw schrijft echter de toezichthouder, De Nederlandsche Bank, buffers voor. Daalt de dekkingsgraad onder de 105% moet een fonds vertellen hoe ze binnen drie jaar weer in de veilige zone denken te komen. ,,In feite komt dat erop neer dat ze risicovolle aandelen verkopen en inruilen voor veiliger obligaties. Dat is best raar want als lange termijnbelegger zou je op dieptepunten het lef moeten hebben om aandelen bij te kopen”, stelt Gommer. Een fonds mist dus rendement én moet tegen lage koersen verkopen. Een oplossing is dit dus niet echt.
Om wel weer financieel fit te worden, heeft een pensioenfonds de keuze uit twee zaken: zorgen dat er meer geld het fonds binnenkomt of zorgen dat er minder wordt uitgekeerd.
Meer geld het fonds in krijgen kan eigenlijk alleen door de pensioenpremies die werknemers en werkgevers samen betalen te verhogen. Populair is dat niet, er zal stevig tussen sociale partners moeten worden gesproken, omdat hierdoor in feite de loonkosten omhoog gaan. Daarbij komt volgens Gerard Riemen, directeur van de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen, dat premieverhoging slecht een beperkt effect heeft. ,,Wil je iets bereiken met de premie dan moet die echt fors omhoog. Het schrappen van de indexatie heeft een effect op het vermogen dat vele malen groter is dan een premieverhoging. ”
Daarbij zijn we bij het tweede instrument dat het pensioenfonds heeft om in de veilige bufferzone te komen: het schrappen van de inflatiecorrectie van pensioenen. Bij de vorige pensioencrisis in 2001/2002 werd onder meer dit middel toegepast om de dekkingsgraad weer in de groene zone te krijgen. Gepensioneerden gingen de barricaden op. Vreemd genoeg waren er nauwelijks protesten van werkende deelnemers. Dit terwijl ook hun pensioenrechten in zo’n geval niet meegroeien met de inflatie. Doordat deze actieve deelnemers bovendien gemiddeld veel jonger zijn dan gepensioneerden, groeit de pensioenachterstand elk jaar een beetje groter. Wordt de achterstand niet achteraf gerepareerd – en pensioenfondsen doen dit pas als ze echt grote buffers hebben – kan dat leiden tot een pensioenuitkering die tientallen procenten lager is. Wel of niet een jaar indexeren gaat dus niet om slechts eenmalig 3 of 4% inflatiecorrectie erbij.
Als beide instrumenten niet werken of onvoldoende ingezet kunnen worden, ligt er echter nóg een weg open: het verlagen van de pensioenen zelf. ,,Een pensioenfonds heeft de juridische ruimte om de pensioenen te verlagen. Daartoe zal pas op het allerlaatste moment worden besloten”’, meent Gommer. Tegelijkertijd geeft de pensioenexpert toe dat een versobering niet geheel ondenkbeeldig is. Pensioenfondsen grepen al eerder naar dit middel.
Zo werd na de aandelencrisis begin deze eeuw, de pensioenen versoberd door van een eindloonstelsel naar een middenloon over te stappen. Daarbij mikt de regeling niet langer op een pensioen van 70% van het laatstverdiende inkomen, maar op 70% van het gemiddeld verdiende inkomen. Vrijwel altijd is dat lager. Pensioenrechten van voor die overstap vallen nog wel in het eindloonstelsel. ,,Bijna niemand komt nu meer uit op 70% van het laatst verdiende inkomen”, stelt Gommer.
Ook bij een nieuwe versobering zal dit waarschijnlijk vooral toekomstige opbouw treffen, en daarmee alleen de werkenden treffen. Er is volgens Gommer grote kans dat de versobering zijn weerslag zal vinden in de gedeeltelijke invoering van pensioen op eigen risico (zie kader Zoek het zelf maar uit).
Welke drie de instrumenten pensioenfondsen ook inzetten, fijner voor de deelnemers zal het niet worden. Dat ál het pensioen weg is en het pensioenbedrijf omvalt, is in Nederland nog nooit gebeurt. ,,Al moesten de deelnemers van het pensioenfonds van het omgevallen Daf wel genoegen menen met lagere uitkeringen”, aldus Gommer.
Voor pensioenregelingen die bij een verzekeraar lopen is de kans lager dat uitkeringen verlaagd worden, meent Gommer. ,,De verzekeraar moet gewoon blijven uitbetalen wat hij in het contract is overeengekomen.” Kan de maatschappij dat echt niet meer is het gevolg hetzelfde: de uitkeringen gaan omlaag. ,,Óf de verzekeraar keert net zolang uit tot de kas leeg is, óf er wordt een faillissement uitgesproken en alle polishouders krijgen naar rato van wat er aan middelen over is.”
Reddingsboeien verlaging of schappen van in de indexatie premieverhoging versobering van het pensioen
Voor eigen risico
Het pensioenstelsel in Nederland is een zogeheten defined benifits systeem. We betalen premie en krijgen daar een gegarandeerd pensioen voor terug. Die garantie kan het pensioenfonds (of de werkgever) opbreken, omdat er bij tekorten geld bijgestort zal moeten worden. Het is ook vanwege die garanties dat pensioenfondsen gehouden zijn om enorme buffers aan te houden. Bij een ander pensioenstelsel, defined contribution of beschikbare premieregeling, hoeft dat niet. De deelnemer weet daar welke premie hij of zij stort, maar niet welk pensioen daar tegenover staat. Dat hangt van het rendement op de beurs af. Ieder bouwt in feite zijn eigen pensioenpotje op. Pensioendeskundige Gommer: ,,De last van die garantie wordt dan in feite afgewenteld op de werknemer”. Met name enkele pensioenfondsen die aan één ondernemeing zijn gelieerd hebben dit ’eigen risico’ al deels ingevoerd. Gommer verwacht dat er meer zullen volgen, de crisis geeft hiertoe het laatste zetje. ,,Hoe je het ook wendt of keert, uiteindelijk zullen delen van ons pensioen onder eigen risico vallen. daar ontkom je volgens mij niet aan.” In de praktijk zal dat waarschijnlijk met een inkomensgrens geregeld worden, alles onder die grens valt binnen het oude systeem, pensioen wat boven die grens wordt opgebouwd zal op risico van de werknemer worden belegd. Een beurscrisis als deze leidt dan automatisch tot een lagere uitkering.
Gerard Riemen van de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen laat daarentegen weten nog ,,geen enkel signaal te hebben gekregen” dat veel pensioenfonden gedeeltelijk naar pensioen op eigen risico zouden willen overstappen.

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Donderdag 26 maart 2015