Artikel FD Optiek: Nieuwe kijk op PensioenAkkoord: integratie 2e en 3e pijler pensioen biedt vele oplossingen

De pensioenvraagstukken zijn inmiddels tot in detail van vele kanten bekeken. Gesloten akkoorden zijn al niet meer akkoord voordat ze uitgewerkt zijn. Tot op de millimeter, 1,75% of 1,85% wordt er gediscussieerd en Kamerdebatten op afgebroken. Een meer integrale kijk biedt volgens mij echter pas echte kansen. De betreft dan de combinatie van verplicht/vrijwillig, de positie van ZZP-ers, de grotere behoefte aan keuzevrijheid en wellicht ook marktwerking en uiteraard de communicatie van pensioen. Ook zorgt het voor minder druk op solidariteit. De oplossing ligt dan in de combinatie tussen pensioen (2e pijler) en lijfrente (3e pijler). Daar waar de AOW een basisvoorziening moet blijven, mag pensioen een aanvullende beloning zijn van de werkgever, binnen arbeidsvoorwaarden, om ‘voldoende goed’ van te kunnen leven vanaf het moment dat ‘we’ maatschappelijk met pensioen mogen gaan. De aanvullende vrijwillige lijfrente is dan voor iedereen ‘on top’ persoonlijk. Deze moet dan uiteraard onderdeel zijn van de totale fiscale mogelijkheden. Gezien de huidige afstemming pensioen/lijfrente en ook de doelstelling bij lijfrente sec om tot 70% te komen is dat eigenlijk grotendeels al geregeld. Het direct voordeel is groot. Ook lijfrente moet dan onderdeel worden van www.mijnpensioenoverzicht.nl. Diverse partijen hebben dit al eerder geopperd. Goed, zelfs essentieel voor communicatie en past op het beoogde pensioendashbord van staatssecr. Klijnsma. ZZP-ers kunnen dan hun pensioen gewoon overdragen naar hun nieuwe (bancaire) lijfrentevoorziening. Als lijfrente wordt gemengd met pensioen, gelden voor de lijfrente ook gelijk alle pensioenregels. Met de voor- en de nadelen.

Omdat lijfrente feitelijk de systematiek is van een premieovereenkomst (beschikbare premieregeling/DC) hoeft dit nauwelijks problemen op te leveren bij waardeoverdracht, echtscheiding of anders. Indirect krijgen ZZP-ers dan toegang tot pensioen en kunnen ook langer dan 10 jaar blijven deelnemen - of niet, dat is de eigen keus.

Tot slot kan juist de lijfrenteruimte dan ‘on top’ van pensioen worden afgesproken. Zowel fiscaal als vanuit cao’s. Werknemers die liever loon hebben dan ‘extra lijfrente’ mogen die keus maken. Ook die eigen verantwoordelijkheid moeten we in durven te bouwen. In het lijfrenteregime kennen we al – sinds 1992 overigens – een maximaal ‘pensioengevend’ inkomen van zo’n € 175.000. Als de voorgestelde € 100.000 dan te weinig wordt geacht, is dat een mooie nieuwe grens – die echt voldoende is. Door direct meer fiscale spaarfaciliteit te verschuiven naar de 3e pijler, wordt de druk op de solidariteit in de 2e pijler automatisch verkleind. Natuurlijk moeten een aantal lijfrente-regels ontdaan van detail. Een eerst is dat er weer een niet getoetste basisaftrekruimte moet c.q. kan komen. De hoogte is uiteraard arbitrair en wordt mede vanuit budget politiek bepaald, maar € 1 a 2.000 per persoon lijkt in eerste instantie voldoende. Als deze integratie ook nog eens aangevuld wordt met een flexibele AOW - van 65-72, per jaar in 10% te verhogen – dan zijn we al een heel eind met ons nieuwe stelsel.

Elke Nederlander kan dan zelf middels het geroemde 3 pijlersysteem zijn eigen oudedagsvoorziening vormgeven. Met echte reclame voor www.mijnpensioenoverzicht.nl en rekentools daar omheen, hebben we dan al bijna het gewenste pensioendashbord. Als we dan ook nog het lef hebben om een kleur (rood, oranje of groen) te koppelen aan ieders voorziening, hetzij vanuit de algemene norm of vanuit de eigen opgegeven norm dan komen we er echt. De beoogde vrijval van pensioenpremies vindt dan plaats. De sociale partners kunnen onderhandelen welk werkgeversvoordeel alsnog (deels) naar de werknemers gaat. De werknemers/burgers kunnen zelf beslissen wat ze extra in lijfrente stoppen, sparen of toch consumeren. Dus ook een prachtige stap naar meer eigen verantwoordelijkheid. Precies wat jongeren willen, ZZP-ers toch moeten en middelbaren moeten leren. Voor ouderen veranderd er niet veel, zij hebben hun pensioen immers grotendeels opgebouwd. Voor de berekening van de dekkingsgraad en de doorsneepremieproblematiek moet dan nog een passende oplossing worden gevonden. Wel vereist dit allemaal een meer integrale kijk op en kennis van pensioen en lijfrente, alsmede ontvankelijkheid voor de wensen van diverse deelnemers als stakeholders.

Mr. Theo Gommer MPLA, Akkermans & Partners, voorzitter Nederlandse Orde van PensioenDeskundigen.

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Donderdag 26 maart 2015