Artikel FD Selections: Bestuur pensioenfondsen

Verbetering
Minster Kamp heeft de consultatie over het Voorontwerp wet versterking bestuur pensioenfondsen uitgezet. Daar doe ik uiteraard graag aan mee.
Iedereen is natuurlijk voorstander van verbetering, daar kun je namelijk niet tegen zijn. Het gaat er dan niet om of de huidige besturen niet goed genoeg zijn, maar het kan en moet altijd beter. Nu de pensioenwereld in alle opzichten snel verandert, is stilstand immers snelle achteruitgang.

Financiële ondernemingen
De eerste vraag is dan hoe je dat doet. Hét grote verschil met ‘vroeger’ is mijns inziens dat pensioenfondsen (die in de Pensioenwet gewoon over een kam worden geschoren met bijvoorbeeld verzekeraars en ook PPI’s) gewoon gezien moeten worden als (financiële) ondernemingen die het geld beheren van anderen (primair werknemers, pensioen is tenslotte uitgesteld loon, maar ook werkgevers als –mede-financiers daarvan).

Niet zo moeilijk
Volgens mij is het dan niet zo moeilijk. Het bestuur bestuurt. Dat is immers hun taak. Dat moeten ze goed doen, dus de bestuurders moeten voldoende deskundig zijn. Of dit dan ‘interne’ bestuurders zijn of externe, dat maakt niet uit. Je bent deskundig – en dat kan en moet getoetst worden, net zo goed als een financieel dienstverlener een Wft-vergunning moet hebben – of je bent het niet. In dat kader moet ook ik opnieuw mijn kennis en kunde bewijzen met de invoering van de nieuwe Wft-module Pensioenverzekeringen, gelijk iedereen die na 2012 nog wil adviseren omtrent pensioen(verzekeringen). Een toets voor alle – ook zittende pensioenfondsbestuurders – lijkt mij daarom een goed plan. Nieuwe bestuurders moeten eerst getoetst en mogen dan pas besturen. Dat het bestuur zaken uitbesteedt (administratie, vermogensbeheer etc.) is niet relevant en is gewoon een (al dan niet goede) keus.

Toezicht
Voor het toezicht is er een – permanente en eveneens deskundige - Raad van Toezicht, deze benoemt het bestuur. Als er geen RvT is, dan is er een Visitatie Commissie, die jaarlijks visiteert en bindende aanbevelingen kan doen. De VC wordt gewoon door het bestuur benoemd, de AVA gehoord.

AVA
Tot slot de ‘AVA’ (of deelnemersraad, verantwoordingsorgaan, hoe je het ook noemt), de echte ‘machtshebber’. Deze is een vertegenwoordiging van (actieve) deelnemers, gepensioneerden en de werkgever, deze laatste indien deze daar zitting in wil nemen. Zo niet, ook goed. Keurig naar rato dus, alle 3 partijen minimaal 1 vertegenwoordiger. De AVA benoemt uiteraard het bestuur, de VC gehoord.

Meerdere modellen
Natuurlijk zijn er vele andere bestuursmodellen mogelijk die – ook- kunnen voldoen. Maar waarom zou je het moeilijk doen als het makkelijk kan. Tenslotte is een pensioenfonds geen bedrijf dat in de vrije markt moet concurreren. Ze hoeven alleen maar het geld van de werknemers goed te beheren, c’est tout!

De vervolgvraag is na de keus voor de structuur, wanneer is een bestuurder, een RvT-er, een VC-er of een AVA-er voldoende deskundig. Daar denk ik nog even een week over na en zal u daarna informeren.

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Donderdag 26 maart 2015