Artikel FD Selections: Bestuur & Toezicht

Vorige week was er weer een bijeenkomst bij DNB met Intern Toezichthouders – leden van Raden van Toezicht en Visitatiecommissies – en ook pensioenfondsbestuurders.

De bijeenkomst blonk vooral uit in ‘goede wil en polderen’. De vraag is of dat voldoende is om het tij in pensioen(fondsen)land te keren. Ik denk van niet. Er moet maar eens doorgepakt worden. Eigenlijk is het niet eens zo moeilijk.

Waarom én RvT’s én VC’s? Ieder pensioenfonds moet gewoon een RvT, die minimaal 1x per jaar schriftelijk rapporteert (a la een VC), minimaal 2x per jaar overleg heeft met het bestuur, alle bestuursnotulen krijgt en gevraagd en ongevraagd haar commentaar mag leveren. En, vooral uit onafhankelijke, deskundige (of binnenkort ‘geschikte’) leden bestaat.
Het is dan aan DNB om te bewaken dat het toezicht voldoende goed gebeurt.

Kortom, alleen nog RvT’s, leg de regelgeving van het BW inzake commissarissen er naast en kom (SZW) met een aangepast wetsvoorstel. En laat dus dat polderen/consulteren maar eens achterwege. Er is nu toch even geen echt Kabinet, grijp je kans!

Het bestuur stelt de RvT-leden voor, het BelanghebbendenOrgaan (BO, vervanger van verantwoordingsorgaan en deelnemersraad) benoemt en ontslaat. Ook het BO mag dan best onderhevig zijn aan toezicht van de RvT, uiteindelijk is het BO wél het hoogste orgaan. DNB grijpt maar in als zij daartoe aanleiding – mede gezien rapportage van de RvT - ziet in het BO (en/of bestuur).

Een RvT is verder standvastig, houdt vast aan haar rol en is vooral niet te aardig……maar streng doch rechtvaardig.

Dan discussiëren we nog steeds, 6 jaar na dato, wat de rol nu is van Toezicht. Ook dat lijkt mij evident duidelijk: dat is toezichthouden/controleren, dus níet adviseren. Wat een bestuur doet is haar taak, de RvT stelt ‘gewoon kritische vragen’ naar het waarom, geeft op die besluitvorming haar commentaar en het BO doet wat ze moet doen.

Tot slot misschien wel de echte hamvraag. Een pensioenfonds beheert het geld (uitgesteld salaris) van de deelnemers (dus van iemand anders). De vraag is dus niet of (intern) Toezichthouders hun taak serieus en goed uitoefenen. De vraag is veeleer of pensioenfondsbestuurders – ik bedoel niet de goede, die zijn er ook veel – voldoende goed geëquipeerd zijn - kennis, ervaring, deskundigheid hebben én ruimte/tijd/geld krijgen om hun taak goed te doen? Anders gezegd: een goed intern toezicht is nog geen garantie voor goed besturen: als de zwakste schakel – en dat geldt dus ook voor het BO – niet wordt versterkt, wordt de hele keten nooit sterker. Echter ook daar geldt anno 2012 ook: do it right of pass!

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Donderdag 26 maart 2015