Artikel FD Selections: De reële ambitieovereenkomst; wie snapt ?m niet? Deel II, wat nu?

Mijn column van 24 juli ging over de nieuwe reële ambitieovereenkomst. Echter, hij komt er niet. Staatssecretaris Klijnsma heeft besloten n.a.v. de consultaties dat twee FTK’s toch teveel van het goede is. Ik vertrouw er blind op dat mijn kritische noten hieraan hebben bijgedragen.

De vraag die nu rest is, wat nu? ‘Iets’ tussen de huidige nominale uitkeringsovereenkomst en de beoogde reële ambitieovereenkomst in lijkt het te worden. Met als ultieme redmiddel wel degelijk het ‘afstempelen’. Als dat dan gespreid mag worden in 10 jaar, dan rest alleen nog de hoogte van de rekenrente, de Ultimate Forward Rate. Invaren is/schijnt namelijk ook geen probleem meer te zijn. Immers of ik nu € 10.000 op 65 krijg of € 11.500 op 67, dat is actuarieel gelijkwaardig – los van wat snijverlies – en in combinatie met de mogelijkheid om het pensioen vervroegd te laten ingaan, maakt dat niet zoveel uit dus.

Wel hoor ik regelmatig dat er nog pensioenfondsen zijn waar geen gebruik gemaakt kan worden van flexibiliseringsmogelijkheden zoals vervroeging, uitstel (uiteraard alleen bij langer doorwerken, de fiscus kijkt namelijk ook mee), deeltijdpensioen, uitruil of hoog/laag. Raar, het is toch immers ‘mijn’ pensioen? Mijn advies aan deelnemers is dan altijd makkelijk: niet accepteren!

Over die UFR is inmiddels ook geadviseerd door de Cie daartoe. Met een rapport van 86 pagina’s. Best veel. Er mag worden uitgegaan van een 10-jaar gemiddelde, waardoor de UFR nu uitkomt op 3,9%. Dat levert – inclusief middeling etc. - dan een 1% hogere dekkingsgraad op dan nu. Dat mag de pret niet drukken.

De vraag of 3,9% (netto) rendement acceptabel is blijf de vraag. Op zich, gezien de behaalde rendementen door pensioenfondsen kan het. Gezien de noodzaak van indexatie, de ongetwijfelt toenemende kosten van vermogensbeheer en de buffer die gecreëerd moet worden voor de zeker toenemende levensverwachting moet het zeker niet – nog - hoger. Als er maar niet weer gesjoemeld wordt met het afstempelen als dat nodig is, kan ik er mee leven (tot nader order uiteraard).

Alles overwegende gaat er dus niet zoveel gebeuren. Lijkt het. Enerzijds goed, want het ‘opportunistische en complexe’ van het reële ambitiekader vond ik niet goed, anderzijds, de zekerheid van het huidige nominale kader is volgens mij ook niet wat het blijven moet. Mede gezien de huidige verplichtstelling. Want, als er regelmatig wordt gekort, dan moet ik verplicht meedoen en maar afwachten wat ik krijg. Zonder dat ik zelf invloed kan uitoefenen en keuzes kan maken.

Al met al zal toch de echt de stap naar de intelligente variant van de premieovereenkomst gemaakt moeten worden. Nu de Wet Versterking Bestuur Pensioenfondsen er is, zal die wijsheid overigens vanzelf komen.

Laten we er dus maar op vertrouwen dat deze tussenfase even moet, alvorens we echt naar de nieuwe pensioenwereld gaan.

Tot slot. Het is natuurlijk wel zonde van alle tijd geweest – van iedereen – die heeft gewerkt aan de reële ambitieovereenkomst, van ambtenaren, advies- en praatgroepen en alle consultaties die gedaan zijn. Laat staan de ‘pusherigheid’ van de toezichthouder.

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Donderdag 26 maart 2015