Artikel FD Selections: Het Regeerakkoord

Ik twijfelde over welke van de 3 onderwerpen die op mijn lijst stonden, ik zou schrijven. Aansprakelijkheid pensioenfondsbestuurders, www.mijnpensioenoverzicht.nl of toch eerst het Regeerakkoord. De laatste is het dus geworden, de eerste 2 houdt u natuurlijk tegoed.

Wel, het Regeer- en Gedoogakkoord. Twee zaken die opvallen, de AOW gaat naar 66 jaar per 2020. Dat is een prachtige gedoogoplossing. De VVD wilde immers veel sneller de AOW verhogen, de PVV wil de AOW helemaal niet verhogen en het CDA conformeerde zich uiteraard aan het PensioenAkkoord van 4 juni. Dát de AOW-leeftijd omhoog gaat mag duidelijk zijn, hoe precies nog niet. Overeind blijft dat verhoging ‘pats boem’ per 2020 wel makkelijk is, maar ook nog heel ver weg – wat eerder/sneller mag dus wel – en nauwelijks vanuit solidariteit is te verdedigen. U zult maar op 1 januari 1955 geboren zijn, toch sneu.

Vervolgens wordt het kader voor de werknemerspensioenen per 2013 al aangepast. Dat betekent dus een nieuwe spil-pensioenleeftijd van 66 jaar, met een verlaagd opbouwpercentage (en beschikbare premiestaffels). Persoonlijk is 2012 volgens mij ook nog wel haalbaar maar goed.
Twee vervolgvragen doemen dan op. Wat gebeurt er met de opgebouwde rechten. Er wordt in ‘het land’ op basis van de – inderdaad onduidelijke – tekst in het Pensioenakkoord gedacht dat ook de opgebouwde pensioenrechten ‘onzeker’ worden. Dat ze dus én pas vanaf 66 jaar worden uitgekeerd bij pensionering na 2020 én ook nog eens een keer verder uitgesteld worden als de pensioenleeftijd na 2025 naar 67 jaar gaat. Dat dat het geval is voor rechten op te bouwen na 2013 is niet onlogisch, als dat immers de afspraak/toezegging is. Op grond van de huidige Pensioenwet kan dat echter niet ten aanzien van de opgebouwde rechten. Wel kunnen de opgebouwde rechten die vanaf 65 uitgekeerd zouden worden, omgezet worden naar hogere rechten maar dan pas vanaf 66 jaar.

Of het overigens zo heel veel uitmaakt vraag ik mij af. Uiteindelijk is toch bepalend hoeveel geld er in de pensioenfondsspaarpot zit. Nu werkgevers deze niet meer willen bijvullen en de premie op grond van datzelfde PensioenAkkoord niet omhoog mag, zal het uit het rendement moeten komen. En of dat lukt is natuurlijk hoogst twijfelachtig. Zie weer een mooi voorbeeld van het verschil tussen de juridische en de echte werkelijkheid!

De andere vraag is hoe hoog (of laag ) het nieuwe opbouwpercentage wordt. Als ‘ze’ niet veel verder komen dan de voorgestelde 1,89% (die overigens hoort bij een pensioenleeftijd van 67 jaar, immers 70%/37 jaar) dan schieten we niet veel op. Zoals ik al eerder betoogde op deze plaats is er ook nog een rapport van de Cie Goudswaard. Als we de pensioenkosten stevig in de hand willen houden, moeten we snijden. Dat betekent én een hogere pensioenleeftijd én een fors lager opbouwpercentage én ook nog eens onzekere rechten afhankelijk van de levensverwachting. Een opbouwpercentage van 1,5% ligt dan meer voor de hand. Hoewel het op zich wellicht niet onverstandig is om ook dat gefaseerd te doen, immers de ‘harde’ hand is tot nu toe in pensioen(neder)land nog niet zo succesvol geweest, ben ik toch bang dat we nu moeten ingrijpen.

Dus bereidt u zich maar voor: vanaf 2013 wordt het opbouwpercentage 1,5%.

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Donderdag 26 maart 2015