Artikel FD Selections: Nog een rapport erbij!

Wij hebben de afgelopen tijd 4 rapporten en een belangwekkende brief gekregen. De commissies Don, Frijns, Goudswaard, AFM hebben immers gerapporteerd en we hebben een brief van Minister Donner gezien met een eerste evaluatie inzake de Pensioenwet. In alle rapporten en in de brief staan wijze dingen (en vooruit, hier en daar wat open deuren).

Toch wil ik nog een rapport aanstippen en dat is het rapport van de commissie Witteveen uit 1995. Inmiddels dus 15 jaar oud, maar juist daarom is het goed om dat nog eens hernieuwd te lezen. Van belang is daarbij dat het rapport van de Cie Witteveen de geschiedenis is ingegaan als een fiscaal rapport. Dat is echter niet helemaal niet terecht. De opdracht was ook ruimer geformuleerd. Leest u het nog maar eens na.

De titel van het rapport is Fiscale behandeling van pensioen. Maar het gaat veel meer ook over individualisering en flexibilisering van pensioen. En het gaat dan even niet om de inmiddels ‘achterhaalde’ gedachte dat we het toen logisch vonden om in een jaar of 35 pensioen op te bouwen en wellicht al op 60 jaar met pensioen te gaan. Met 70% als norm. Nee, het gaat mij om de insteek die de Cie Witteveen uiteindelijk heeft genomen, dat niet langer de outcome maar de input centraal moet staan. Dus niet focussen op b.v. 70, of 50% (dat is immers wat de Cie Goudswaard voorstelt) als outcome, maar 2% per dienstjaar als input. Of 2,25% nu alles middelloon is geworden. Of een ander percentage. Afhankelijk van de hoogte en de duur van de input komt er dan namelijk een pensioen uit. De hoogte is dus afhankelijk van met name het aantal dienstjaren. 35 Dienstjaren betekent een ‘vol’ pensioen, meer dienstjaren betekent of een hoger pensioen (dan de norm) of de mogelijkheid om eerder met pensioen te gaan! Dan het flexibiliseringsdeel. De ene werknemer wil later met meer pensioen stoppen, de ander eerder met minder. De derde gaat de hoogte variëren en de 4e ruilt OP en NP uit (de fiscale mogelijkheid van uitruil was er dus allang voor de verplichte vanuit de Pensioenwet!).

Ik heb wel vaker gezegd dat er meer gebruik gemaakt moet worden in ons (nieuwe) pensioensysteem van individualisering en flexibilisering. Als iets dan een zwaar beroep is en als iemand dan al vroeg begint met werken dan is het gevolg van de ‘input’-systematiek juist dat hij of zij dus (aanzienlijk) meer pensioen opbouwt dan volgende norm en dus eerder met pensioen kan. En ook nog eens kan uitruilen, variabiliseringen en vrijwillig bijsparen.

Tot slot, en dat is pas na, de Cie Witteveen mogelijk geworden wil ik nog even de indexatieproblematiek aanstippen. In alle rapporten wordt daar veel aandacht aan geschonken, nominaal of reëel denken is het toverwoord. In het kader van het rapport van de Cie Witteveen wil ik in ieder geval aangeven dat de mogelijk om indexatie om te ruilen tegen een hoger nominaal pensioen fiscaal mogelijk is. Met bij de beroepspensioenfondsen is deze optie een logische.

Ook mijn praktijkervaring leert dat veel mensen liever beginnen met meer pensioen dat door de inflatie wordt uitgehold, dan een geïndexeerd pensioen dat naarmate de leeftijd vordert steeds meer koopkracht betekent (nu de consumptiebehoefte afneemt).

Ik hoor graag wat u vindt van het rapport van de Cie Witteveen, 15 jaar na dato. Laat u het weten?

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Donderdag 26 maart 2015