Artikel FD Selections: Pensioen in eigen beheer te ingewikkeld!

Dat is althans het oordeel van de adviescommissies omtrent vereenvoudiging van ons belastingstelsel (zie ook mijn column van 21 april jongstleden).

Dat was ook de primaire reden om voor te stellen pensioen in eigen beheer voor een directeur-(groot)aandeelhouder (‘groot’ betekent meer dan 10% en is dus een relatief begrip) maar af te schaffen. Ik pleit voor behoud, maar wél voor vereenvoudiging van de regels.

De advocaat-generaal bij de Hoge Raad heeft onlangs zijn conclusie ‘getrokken’ in een procedure waar het gaat om de waardering en ‘het nemen van de last’ van pensioen in eigen beheer. Ik neem u even een stukje mee in de problematiek.

Stel de marktrente is 4,5% en de indexatie is (conform een eerdere uitspraak van de Hoge Raad) 2%. Dan is het gevolg dat voor het bepalen van het benodigde kapitaal op de pensioendatum feitelijk met een rekenrente wordt gewerkt van 2,5%. De extra pensioenlast die voorvloeit uit het verschil tussen 4% (dat is het wettelijk minimum) en deze 2,5% mag niet ten laste van de winst worden gebracht. De betalende BV moet dit activeren en mag dat pas te zijner tijd ten laste van de winst brengen als er daadwerkelijk indexaties worden doorgevoerd in de hoogte van de pensioenen. Dat is dus pas vanaf de ingangsdatum van het pensioen.

Hetzelfde geldt eigenlijk voor discussies omtrent de extra lasten als gevolg van leeftijdsterugstellingen. De betalende BV mag deze last wel nemen, maar de ontvangende BV moet de hiermee gemoeide koopsom ten gunste van de winst brengen, want mag er niet voor reserveren! Ergo, de betalende BV móet een koopsom betalen waarbij rekening is gehouden met leeftijdsterugstellingen, immers we worden steeds ouder en de ontvangende BV wil en moet een ‘zakelijk verantwoorde’ koopsom krijgen, zij neemt de verplichting over.

Ook geldt dit feitelijk voor de – al ruim 10 jaar durende! – discussie omtrent ‘inkoop dienstjaren’. Ik mag het wel toezeggen (heb immers dienstjaren), moet het dan waarderen of betalen aan een externe BV (ik moet immers ‘laten zien’ wat de omvang van mijn pensioenschuld is), maar mag het niet ten laste van de winst brengen. Dat staat nergens, dus gooit de fiscus het maar op ‘zakelijkheid van de (totale) beloning’.

De conclusie van de A-G nu is dat de ‘lasten’ niet genomen mogen worden, want dat staat immers in de wet. Hij merkt van ambtswege nog op er sprake lijkt van een ongelijke behandeling, nu deze lasten bij betaling aan verzekeraars/pensioenfondsen wel aftrekbaar zijn. Maar, zo gaat hij verder, dit verschil wordt gerechtvaardigd en lijkt niet onevenredig in het licht van de doelen van pensioenbescherming en misbruikbescherming en van doelmatigheid.

Dat komt op mij over als: ‘hoe praat ik recht wat eigenlijk krom is’!

Met de onnodige gelijke behandeling ben ik het volmondig eens, met de ‘rechtvaardiging’ niet!

Los hier nog van, moet een DGA toch wel degelijk ook de pensioenverplichting commercieel waarderen om een goed beeld te hebben. Ingeval van bijvoorbeeld een echtscheiding moet hij wel het pensioen op basis van zakelijke uitgangspunten verevenen én afstorten bij een verzekeraar als de ex dat eist.

Ik hou van doelmatigheid, eenvoud en efficiency. Dát eigen beheer inmiddels te ingewikkeld is geworden, dat blijkt en daar ben ik het dus mee eens. Dus, of we schaffen eigen beheer af, of we passen de wet aan. Want laten we eerlijk zijn, ook de A-G vindt eigenlijk dat het niet kan, maar ja, hij moet zich – terecht – aan de wet houden.

Nieuwe minister van Financiën: grijpt u snel in?!

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Donderdag 26 maart 2015