Artikel FD Selections: Pensioen moet individueler en flexibeler!

Al eerder ‘roemde’ ik het rapport van de commissie Witteveen als het gaat om pensioen in de uitkeringsfase. Dit rapport uit 1995 zette een prima toon. Er is/wordt echter nog steeds te weinig mee gedaan. Nu pensioenen op grote schaal uitgekeerd gaan worden én we langer moeten doorwerken, is het goed om het rapport ‘door te ontwikkelen’.

Mijn vorige column ging over het pensioen van laagbetaalden. Die een lagere levensverwachting hebben en dus minder lang kunnen genieten van hun pensioen. Ik pleit daarom voor een (groter) aandeel lumpsum.

Ook hebben we gelezen dat er grote sociale onrust in België is (ontstaan) omdat de nieuwe premier de pensioenleeftijd (fors) wil verhogen. Nu betekent dit in België dat men niet 35 maar 40 jaar moet werken en dat de pensioenleeftijd naar (ruim) 60 jaar gaat. Als je dat zo leest en hoort, dan moet je wel constateren dat er in België inderdaad gedurende de kabinetsloze-periode niets is gebeurd en er blijkbaar veel langs onze zuiderburen heen is gegaan, maar dat terzijde.

Daarnaast zie ik om mij heen steeds meer (vroeg)gepensioneerden, die zich ‘doodvervelen’ en na een tijdje van pensionering weer aan de slag gaan/willen(*). Misschien komt daar met ‘het afstempelen van pensioen voor de boeg‘ wel ‘moeten’ bij.

Dat alles heeft mij uiteraard weer aan het denken gezet. De, althans een, oplossing is dan dat iedereen vanaf zijn 55-ste (was dat niet in oorsprong de vroegste pensioendatum volgens de Cie Witteveen? ) zijn pensioengeld mag aanwenden voor een sabbatical van maximaal een jaar. En misschien vanaf 40/45 jaar een mogelijkheid van een sabbatical van een half jaar.

Dit is overigens niet echt nieuw, bij het ‘overdenken’ van de levensloopregeling hebben meerdere deskundigen al gepleit voor verdere integratie tussen levensloop en pensioen.
Maar nu de levensloopregeling feitelijk wordt afgeschaft en vervangen door de vitaliteitsregeling is deze ‘pensioensabbatical’ een welkome aanvulling. Daar waar er voor levensloop (en vitaliteit) actief gespaard moet worden, is deze pensioensabbatical – wetende dat ruim 90% van alle werknemers onder een pensioenregeling valt – wel veel makkelijker. En logischer. Daarmee zal ook het pensioenbewustzijn fors toenemen én wordt de acceptatie van het langer moeten werken aanzienlijk groter.

Als werknemers zich na een paar maanden ‘doodvervelen’ zal de motivatie om weer en langer aan het werk te gaan enorm zijn. Wellicht is het (eerder) consumeren van het pensioengeld ook nog eens bevorderlijk voor de economie. Ook zullen sommigen zich realiseren wat ze nog echt willen doen in/met hun (resterende werkzame) leven.

Dat tot slot dan ook het pensioengeldbeheer geïnnoveerd moet worden is extra meegenomen en een mooie taak voor al die nieuwe professionele pensioenfondsbestuurders die er gaan komen de komende jaren. Als het goed is, zien zij daar een uitdaging in….

Verder mag dan een (volledig) pensioen niet voor 60 jaar ingaan (en vanaf het moment dat de officiële pensioenleeftijd 66 jaar wordt, wordt het dan uiteraard 56/61 jaar). Het lijkt mij logisch inmiddels dat een oudedagsvoorziening er ook echt een moet zijn.

Kortom, hoe mooi kan pensioen zijn vanaf 2012. Laten we dus innovatiever zijn dan tot nu toe. In de nieuwe pensioenwereld hebben we het hard nodig!

(*) Uit de ‘vitaliteitsboeken’ van Gerard van Vliet – interim directeur NCD – blijkt ook dat ‘doorwerken’ de vitaliteit (van ouderen) en (dus) levensduur (fors) doet toenemen.

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Donderdag 26 maart 2015