Artikel FD Selections: Pensioen: Sociaal ?pensioen? Akkoord: polderen ten top?

Na enige aarzeling toch een column over het Sociaal Akkoord. Waarom enige aarzeling? Daar heb ik 3 redenen voor. Allereerst omdat het wat mij betreft nog onvoldoende duidelijk is hoe een en ander precies uitwerkt. Ten tweede omdat de – waarschijnlijk – grootste regeringspartij, de VVD, al gezegd heeft zich niet zonder meer achter het akkoord te scharen.
En dus ten derde: er ligt nog gewoon een wetsvoorstel, dat weliswaar controversieel is verklaard, maar door het nieuwe Kabinet toch weer opgepakt moet worden. In mijn
– inmiddels 20-jarige - carrière in pensioenland, heb ik overigens nog maar 1 keer meegemaakt dat een wetsvoorstel niet – redelijk gelijkluidend – is aangenomen. Dat was het wetsvoorstel om het vermogensoverschot van pensioenfondsen af te romen (ja, ja, dat dachten we nog in 1992, overschotten…!).

Maar goed, dus toch maar het sociaal akkoord beoordeeld. Op basis van het nu bekende heb ik 3 aandachtspunten.

Allereerst zijn ‘we’ het er dus over eens dat de AOW en pensioenleeftijd naar 66 en vervolgens verder omhoog gaan naar 67 en verder.

Dan eerst even een paar globale kengetallen:
• we hebben nu zo’n kleine 1.000 miljard pensioenvermogen (dat bij verzekeraars meetellend);
• per jaar wordt er ‘maar’ zo’n 20 miljard uitgekeerd, zowel aan AOW als aan pensioen, samen dus 40 miljard;
• de jaarlijkse premie-inleg voor pensioen (dus 2e pijler) is ook ruim 20 miljard;
• in 2020 zal het pensioenvermogen minstens stijgen naar 1.500 miljard;
• de jaarlijkse AOW-uitkeringen bedragen dan zo’n 40 miljard;
• de jaarlijkse pensioenuitkeringen bedragen dan zo’n 100 miljard.

De conclusie kan dus zijn dat de impact van pensioen binnen 10 jaar veel groter is dan de impact van AOW, 2,5 x zoveel namelijk. En daar zat mijn aarzeling; wat is nu precies de bedoeling met pensioen.

Ik ga ervan uit dat de opgebouwde rechten tot 2011 (dat zal wel 2012 worden schat ik in), zonder meer behouden blijven en hooguit actuarieel neutraal worden omgezet in een hoger pensioen vanaf 66 (of later 67) jaar.

Dan de vraag of er een overgangsregime komt voor 55-plussers voor de opbouw na 2011? Zij krijgen immers gewoon AOW vanaf 65 jaar? En dan (een deel) pensioen vanaf 66 jaar? Dat ze actuarieel kunnen vervroegen?

Vervolgens de vraag of de opbouw voor 55-minners tot 2015 (als de AOW/pensioenleeftijd naar waarschijnlijk 67 gaat) ‘hard’ op 66 jaar is, of ‘soft’. In dat laatste geval zullen de opgebouwde rechten tussen 2011 en 2015, per 2015 dus worden omgezet in ‘maar’ rechten vanaf 67 jaar?! En vervolgens in 2020 naar 68 jaar?
En als de opbouw dan ‘minder’ wordt, is dat alleen de pensioenleeftijd of – zoals het huidige wetsvoorstel aangeeft - ook het opbouwpercentage? Dat zou bij een pensioenleeftijd van 67 jaar naar 1,9% gaan (in plaats van nu 2%). Dat moet dan naar 1,95%, toch?

Is gezien de impact van pensioen, ten opzichte van de AOW, het nu allemaal überhaupt wel duidelijk en overzien?

Zal ik dus maar gewoon eerlijk zijn? We hebben wel een Sociaal Akkoord, maar waarmee we nu precies akkoord zijn gegaan is volgens mij nog maar de vraag. Dat gaat pas blijken bij de uitwerking. En dat zal dus wel veel discussie opleveren. En dan zal, de dan MP, Rutte zeggen: “ik doe het zelf wel (over). Tenslotte was ik vroeger staatssecretaris van Sociale Zaken en heb er ook verstand van!”

Gelukkig is dan pensioen eindelijk onderdeel van het Ministerie van Algemene Zaken. En daarvoor is het belangrijk genoeg, toch?!

Begrijpt u nu mijn aarzeling? En, zoals elke ‘commissie’ in haar rapport (Frijns, Goudswaard, maar trouwens ook de AFM) voor mij al tot slot opmerkte: hoe gaan we dit allemaal communiceren???

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Donderdag 26 maart 2015