Artikel Geld en Werk: Deeltijdpensioen

Nu het duidelijk is dat we langer moeten doorwerken, is het van belang dat u flexibeler met uw pensioen omgaat. Er zijn veel meer mogelijkheden om dat te doen dan menigeen denkt.

Een belangrijk aandachtspunt hierbij is dat alles wat u wilt wel in uw pensioenregeling moet worden opgenomen. Ik ken overigens geen enkele werkgever die niet alles mogelijk wil maken in zijn pensioenregeling. Pensioen is er immers voor u! Als uw werkgever toch niet wil meewerken, zegt u dan maar dat ik heb gezegd (geschreven) dat hij dat wel moet doen!

Dan de mogelijkheden op een rij. Allereerst de AOW. Deze mag u dus uitstellen, en dat mag ook gedeeltelijk. U kunt dus beginnen met b.v. 20% AOW - vanaf 65 jaar, dat blijft zo voor iedereen, ook na 2020 - en dat vervolgens ieder jaar verhogen met 20%, zodat u vanaf 69 jaar een volledige AOW krijgt. Ieder jaar dat u de AOW uitstelt, krijgt u levenslang 6,5% meer.

Binnen uw pensioenregeling zijn een aantal mogelijkheden van belang. U kunt (een deel) van uw nabestaandenpensioen omzetten in meer eigen ouderdomspensioen (zeker van belang bij tweeverdieners). Ook kunt u de eerste jaren meer pensioen opnemen dan daarna, zolang de hoogste uitkering maar niet meer dan 1/3 hoger is dan de laagste. Verder kunt u natuurlijk uw pensioen ook in deeltijd laten ingaan. Het deel dat u niet opneemt stelt u dus uit en levert gemiddeld zo’n 8 à 10% meer op, een jaar later.

Als ik dat uitwerk in een voorbeeld ontstaat het volgende plaatje. Stel u verdient bruto op jaarbasis € 30.000 en u heeft een levenslang ‘standaard’ pensioen vanaf 65 jaar (inclusief € 9.000 AOW) van € 15.000. Als u 3 jaar langer doorwerkt, waarvan het eerste jaar 3 dagen en daarna nog 2 jaar 2 dagen, en vervolgens tot uw 75-ste kiest voor een hogere uitkering zonder nabestaandenpensioen ontstaat het volgende plaatje.

65 jaar: 24.000 (80% van uw salaris, waarvan 18.000 uit werk op basis van 3 dagen);
66/67 jaar: 21.000 (70%, waarvan 12.000 uit werk op basis van 2 dagen);
68 – 75: 21.000 (70%, volledig pensioen en AOW);
75 – levenlang: 18.500 (60%).
Wel heeft u dan geen nabestaandenpensioen meer en ben ik er vanuit gegaan dat u na uw 65ste ook nog extra pensioen opbouwt.
Omdat u na uw 65ste geen AOW-premies meer hoeft te betalen, gaat u er in dit plaatje netto nauwelijks op achteruit.

Zo ziet u maar, ook bij diegenen die een klein aanvullend pensioen hebben, biedt flexibilisering van zowel dat pensioen als de AOW prima mogelijkheden. Maakt er dus gebruik van!

Ook uw eigen (aanvullende) voorzieningen zoals lijfrente (inclusief banksparen) kunt u prima gebruiken als aan-/invulling op uw inkomensplaatje.

Tot slot. Er zijn inmiddels voldoende tools op het internet te vinden waarbij u kunt spelen met uw pensioen. En als u daar niet uitkomt dan kan uw werkgever (via personeelszaken) of uw (pensioen)adviseur u daarbij helpen. Wel is het zo dat ‘financiële planning’ uw eigen verantwoordelijkheid is. 2012 is het jaar waarin de echt ‘grote groep babyboomers’ met pensioen gaat en (dus) de pensioenleeftijd omhoog gaat. Een mooi moment om die eigen verantwoordelijkheid ook echt te nemen! Ik blijft u daarom informeren het komend jaar.

mr Theo Gommer MPLA is partner bij Akkermans & Partners Legal & Advice te Tilburg, waar hij tevens directeur van het Wetenschappelijk Bureau is. Daarnaast is hij advocaat bij Gommer & Partners Pensioen Advocaten en voorzitter van de Nederlandse Orde van PensioenDeskundigen.

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Donderdag 26 maart 2015