Artikel Het Financieele Dagblad: Zal ik het maar zelf regelen?

Zelf uw pensioen regelen via een lijfrente vergroot uw flexibiliteit. De fiscus heeft er geen problemen mee

Nu er steeds meer discussie komt over — al dan niet verplichte — pensioenregelingen is het goed om eens te kijken wat de mogelijkheden van de fiscale lijfrentefaciliteiten zijn. ZZP-ers hebben overigens weinig keus. Zij zijn geen werknemers en moeten hun pensioen dus regelen via lijfrente (of de FOR).
Bij het op een rij zetten van de mogelijkheden moet u twee dingen van te voren weten. Normaal gesproken kunt u als werknemer afstand doen van deelname aan een pensioenregeling. Dat kan natuurlijk niet van verplichte regelingen via de cao en/of de bedrijfstak. Als u afstand doet is het goed om dat zorgvuldig vast te leggen. Ten tweede is het een feit dat de fiscale fasciliering van lijfrente dezelfde is als die van pensioen. Ook premie die u betaalt voor een lijfrentevoorziening is fiscaal aftrekbaar in box I, en de uitkeringen zijn te zijner tijd belast bij u, of ingeval van een nabestaandenlijfrente bij uw partner.
De maximale fiscale aftrek is 17% van uw inkomen, waarbij wel rekening gehouden moet worden met de AOW die u krijgt en eventuele pensioenopbouw. De maximale aftrek is ¤17.817 per jaar (dat dus correspondeert met een inkomen van ¤115.961). Bij het inkomen dat u mag meenemen voor lijfrenteaftrek horen ook bonussen, tantièmes etc., én — niet onbelangrijk — de bijtelling auto van de zaak. Deze 17% mag u ook nog eens over de afgelopen 7 jaar toepassen, gemaximeerd op ¤6.590 (en voor 55-plusser, ¤13.016) per jaar. Kortom, ook bij lijfrente zal nagenoeg altijd blijken dat de fiscale ruimte groter is dan nodig.
Dan de twee grote voordelen van lijfrente ten opzichte van pensioen. Het is úw voorziening, dus ú bepaalt, uiteraard binnen fiscale mogelijkheden, wat ú er mee doet. En, heel belangrijk, lijfrente is eigenlijk altijd flexibeler aan te wenden dan pensioen. Zo kunt u ook een tijdelijke uitkering van minimaal 5 jaar, maar dus ook 10 of 12 jaar, aankopen. Waarom immers een levenslange voorziening als u ook nog overig vermogen hebt (of een deel in een levenslange pensioenvoorziening)?
Nu we dus weten dat de fiscale mogelijkheden van lijfrente hetzelfde zijn als die van pensioen, behoudens de hoogte van de premies, resteren twee aandachtspunten: kosten en rendement. Een van de vorige keren heb ik al geschreven over de bancaire lijfrente. Kosten zult u altijd maken, maar deze moet altijd in perspectief staan tot de oplossing voor uw pensioenvraagstuk en in relatie tot de omvang van de jaarlijkse premie. Blijf hier dus kritisch op. Qua rendement volstaat het oude adagium, risico moet meer rendement opleveren en zekerheid mag rendement kosten, maak u keus.
De conclusie kan dus zijn dat het eigenlijk niet uitmaakt of u nu via pensioen of via lijfrente spaart voor uw inkomen voor later.
Overigens kunt u natuurlijk op dezelfde manier uw nabestaandenvoorziening en/of uw arbeidsongeschiktheidsvoorziening via een lijfrentevoorziening regelen (ook al is deze laatste geen ‘lijf’-rente maar een periodieke uitkering bij ziekte, invaliditeit of ongeval).
Tot slot nog even aandacht voor alle lijfrentevoorzieningen die u al in het verleden hebt afgesloten. Deze kapitalen — met name de zogenaamde koopsompolissen van voor 1992, de Brede Herwaardering — komen de komende jaren in groten aantallen vrij. Let u hierbij goed op alle mogelijkheden: uitstellen (met behoud van het oude regime), schenken aan de (klein)kinderen die nauwelijks belasting zullen betalen of gewoon afkopen, dus het geld in een keer laten uitkeren. Als u de voorziening ingeval van (opnieuw) uitstel overhevelt naar een bancaire lijfrente, dan verliest u het oude regime. Dit is een wettelijke misser geweest, maar wel de wet anno nu. Denkt u daar dus goed over na voordat u dat definitief doet. Ook lijfrentepolissen van na 1992 maar voor 2001 hebben nog de vrijheid van uitstel tot na 70 jaar, en polissen van na 2001 maar voor 2006 nog de mogelijkheid van een overbruggingslijfrente (dus bijvoorbeeld van 60 tot 65 jaar).
Dat is het leuke van lijfrente, al die overgangsregimes bieden vele mogelijkheden, maar ook vele valkuilen. Onderzoekt u dus goed uw mogelijkheden of laat u adviseren hierin.
Mr. Theo Gommer is pensioenadvocaat. Tevens is hij partner bij Akkermans & Partners Legal & Advice te Tilburg

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Donderdag 26 maart 2015