Artikel InFinance: Realisme kenmerkt Pensioen 2.0

Realisme kenmerkt Pensioen 2.0

De UPO van 2007 zag er nog redelijk uit. Dit jaar komt de UPO met de stand van zaken ultimo 2008 bij de klant in de bus. Dit en meer vraagt actie van de pensioenadviseur.

Theo Gommer, partner bij Akkermans & Partners Legal & Advice en pensioenadvocaat bij Gommer & Partners geeft in zijn bijdrage op PensioenVak een overzicht van de actuele ontwikkelingen en hoe de adviseur daar op kan anticiperen. Of het nu de komende UPO betreft, woekerpensioenen of de herstelplannen van de pensioenfondsen, de adviseur kan problemen volgens Gommer het beste tackelen met een objectieve blik, deskundigheid en transparantie. Tussen al het bedenkelijke nieuws vormt het toenemende pensioenbewustzijn het goede nieuws. ‘Vorig jaar sprak ik de verwachting uit dat onder andere door demografische ontwikkelingen de consumenten binnen een paar jaar echt gaan voelen wat hun middelloonpensioen zou opbrengen. Dat zou waarschijnlijk tegenvallen en dan ontwikkelt zich vanzelf een hogere belangstelling voor pensioen. Door de problemen bij de pensioenfondsen en de publiciteit daar omheen gaan mensen zich nu ineens wel in hun pensioen verdiepen. Van pensioenfondsen dachten de deelnemers en bestuurders altijd dat de opgebouwde pensioenrechten gegarandeerd waren. We hebben nu al te maken met het schrappen van de indexering. De kans dat pensioenen worden verlaagd is reëel aanwezig als de pensioenfondsen moeten ‘afstempelen’ bij Donner.’

Vanaf medio 2010 worden de herstelplannen van de pensioenfondsen getoetst. Afstempelen behoort dan alsnog tot de consequenties, hoezeer ook de officiële hersteltermijn van 3 jaar is opgerekt tot 5 jaar.Het Kabinet heeft eind maart het eigen herstelplan voor de crisis bekend gemaakt. Daarin is ook rekening gehouden met de problemen bij pensioenfondsen.
Het is duidelijk dat de maatschappij een omslag gaat maken in het denken over pensioen. Zekerheid veranderde in onzekerheid. Het uitzicht op een voorspelbaar pensioen maakt plaats voor onvoorspelbare uitkomsten. Op PensioenVak laten we sprekers aan het woord die een visie op de toekomst hebben en de bezoeker wat houvast in het ongewisse kunnen bieden. Zonder zijn bijdrage te hollen (?) geven we hier de visie van Theo Gommer weer op een aantal actuele zaken.

Wat is de kern van Pensioen 2.0?
‘Realisme. Wat is mijn pensioen echt waard? Wat zijn de kosten? Dat realisme is gebaseerd op de eigen verantwoordelijkheid van alle partijen in het speelveld.’

Wanneer gaat realisme landen in de markt?
‘Dat proces is al volop in gang gezet. Niet alleen de werknemers en werkgevers die hun oudedagsvoorziening bij een fonds hebben ondergebracht hebben te maken met een verlaging van hun pensioenrechten. In 2008 hebben de werknemers de UPO over ultimo 2007 ontvangen. Die zag er waarschijnlijk nog redelijk uit, maar in de UPO die de werknemers dit jaar gaan krijgen, zullen de werknemers de effecten van de kredietcrisis gaan terug zien.’

Wat adviseer je de pensioenadviseur?
‘Steek in elk geval niet de kop in het zand, maar onderneem actie. Het komt nu aan op de objectieve deskundigheid van de adviseur. Ga de klanten er vast op voorbereiden. Zorg er voor dat ze voordat de UPO in de bus komt al weten wat hen te wachten staat. Leg uit wat de lagere beleggingsopbrengsten betekenen. Ga met de werknemer om tafel. Bekijk samen met de klant wat de uitkomst voor hem betekent. Dat is natuurlijk per klant verschillend. Leeftijd en beleggingskeuze spelen een belangrijke rol. Wees transparant en leg precies uit wat er aan de hand is. De UPO over 2008 zal zeker tot vragen leiden bij de klanten. Die vragen zul je als adviseur eens moeten beantwoorden. Je hebt een beter gesprek als je proactief handelt en het initiatief neemt.’

Ieder adviesgesprek zal nu een ‘slechtnieuwsgesprek’ zijn?
‘Ja. De klant zal echter niet verrast zijn als je hem de feiten voorlegt. Je hoeft je niet te verontschuldigen voor de keuze van een specifieke maatschappij die ineens slecht uitpakt. Alle pensioenfondsen en alle pensioenverzekeraars zitten met dezelfde problemen.’

Wat is het doel van het gesprek?
‘Het doel moet in elk geval niet zijn om werknemers die nog lang niet met pensioen gaan te laten vluchten naar garantie. Dan fixeer je het verlies en maak je het onherstelbaar. Als je nu gewoon blijft beleggen, dan koop je in elk geval in voor een lage prijs. Wanneer de economie herstelt, dan groeit je pensioen mee. Het doel van het gesprek moet wel zijn dat de klant gaat snappen dat hij zelf keuzes maakt. We zitten precies in het overgangstijdperk waarin de burger niet meer van de wieg tot het graf verzorgd wordt, maar op basis van zijn eigen verantwoordelijkheid zijn eigen keuzes maakt. De rol van de adviseur is de klant inzicht te geven in zijn pensioen en precies die gegevens aan te dragen op basis waarvan hij dan weer zijn keuzes kan maken. Je zet je deskundigheid niet in om de klant in een bepaalde richting te sturen, maar je helpt hem kiezen. Je koppelt deskundigheid aan objectiviteit.’

Adviseur van de werkgever of juist van de werknemer?
‘Als je deskundigheid en je objectiviteit niet ter discussie staan, dan ben je vanzelf adviseur van zowel de werkgever als de werknemer. De belangen van beide partijen zijn wel verschillend. De werkgever wil zijn investering in pensioen beperken, de werknemer wil een zo hoog mogelijk pensioen met een zo hoog mogelijke bijdrage van de werkgever. Ook hier geldt realisme als uitgangspunt. Werkgevers zoeken een oplossing om de kosten van pensioen te beperken en wil vooral die kosten voorspelbaar en beheersbaar maken.’

De crisis blijft met verassingen komen.
‘Inderdaad. Bijvoorbeeld bij waardeoverdracht. Dat is een onderwerp waar de adviseur met de werkgever over moet praten. Voor pensioenfondsen die onder de dekkingsgraad zitten, geldt dat ze nu geen waardeoverdracht mogen toe te passen. Wel blijft een opgeschort recht op waardeoverdracht bestaan. Dat recht herleeft als het pensioenfonds weer op niveau zit. Maar wat uiteindelijk wordt overgemaakt, is nog de vraag. De adviseur kan daar nu natuurlijk geen zekerheid over geven, maar doet er wel verstandig aan het probleem bij de werkgever kenbaar te maken.’

Is BPR het pensioen van de toekomst?
‘Rationeel gesproken wel. Veel werkgevers en werknemers hechten ondanks de kosten aan de zekerheid van een pensioen gebaseerd op een salaris-dienstjarenmodel. Door het vervangen van eindloon door middelloon zijn de kosten daarvan al flink verlaagd. BPR is niet de enige weg om op korte termijn te besparen op pensioen. Nu hebben veel deelnemers een overbodig nabestaandenpensioen. Veel twee verdieners hebben zowel een OP als een NP verzekerd. Je moet je dan toch afvragen of de kosten voor het NP wel goed besteed zijn. De adviseur kan samen met werkgever en werknemer een flinke besparing op de kosten realiseren door het beperken of zelfs schrappen van (een deel van) het nabestaandenpensioen.’

Welke bedreigingen zijn er voor het traditioneel pensioen?
‘Een heroverweging van de rol en het nut van bedrijfspensioenfondsen kan een gevolg zijn van de crisis. De verplichting om deel te nemen aan het pensioenfonds kunnen veel werkgevers nu tegen de fondsen gaan gebruiken. ‘Ik moest toch meedoen? Ik had toch geen keus? Regel het dan nu ook maar, want ik ga geen megahoge inhaalpremie betalen.’ Je kunt dus verwachten dat bedrijven uit de verplichte pensioenen willen. Als de pensioenfondsen gaan afstempelen en er grote veranderingen komen in premies of uitkeringen, dan komt de solidariteit tussen zowel bedrijven als de medewerkers onder druk te staan. De bedrijven willen uit de fondsen en de deelnemers (de generatie X) willen nu niet extra betalen voor de uitkeringen van de huidige generatie (de babyboomers) die nu met pensioen gaat. Hoe grimmiger de maatregelen bij het afstempelen zullen uitpakken, hoe meer de grenzen van de solidariteit in beeld komen. Je kunt dus rekenen op een maatschappelijke discussie over de traditionele pensioenen.’

Pensioenknip
De pensioenknip is een nieuw fenomeen dat een rechtstreeks gevolg is van de crisis. Door de lage rentestand moeten consumenten die voor de expiratie van hun pensioenpolis staan hun pensioenkapitalen tegen ongunstige tarieven op de lijfrentemarkt verzilveren. Op voorstel van Herman Kappelle staat minister Donner het toe dat het kapitaal in twee fases in een uitkering wordt omgezet. De pensioenconsument kan dan het voordeel hebben van een mogelijk herstel van zijn beleggingen en heeft eveneens de kans op een hogere rentestand. Echter garanties geeft de pensioenknip niet.

Adviseer je de adviseurs om de pensioenknip te promoten?
‘De pensioenknip kan in sommige gevallen een oplossing bieden. Maar voor wie? We hebben onderzoek gedaan naar het aantal mensen dat nu in een ‘schrijnende situatie’ verkeert, doordat hun beleggingsverzekering onderpresteert. We zijn op zoek gegaan naar mensen van 64 jaar die nu hun verlaagde pensioenkapitaal moeten aanspreken, maar we hebben ze niet gevonden. Dat is maar goed ook, want waren er wel veel probleemgevallen, dan hadden adviseurs hun werk niet goed gedaan en mensen te lang in risicovolle producten laten zitten. En wilden de mensen zelf een te offensieve mix, dan hebben ze een probleem doordat ze zelf gegokt hebben. Even terug naar het eerder genoemde realisme en de eigen verantwoordelijkheid van de consument. Kies je voor risico’s dan moet je de consequenties ook maar dragen. De volgende vraag is of de rentestand nu wel zo laag is. Je kunt vier procent krijgen. Historisch is dat niet zo laag. Wat ik vooral wil zeggen is dat de pensioenknip misschien een deel van de oplossing is, maar je moet ook naar andere oplossingen willen kijken. Dat kan heel goed zijn dat meneer of mevrouw langer door moet werken. Dit plaatje kun je gerust neerleggen bij een klant. Het is de realiteit.’

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Donderdag 26 maart 2015