Artikel LoonZaken: Pensioen en de beëindigingsovereenkomst

Het sluiten van beëindigingsovereenkomsten met de werknemers is op dit moment binnen veel bedrijven aan de orde van de dag.

De meeste werknemers letten er dan vaak wel goed op, dat opzegtermijnen in acht worden genomen, dat vakantiedagen en opgebouwd vakantiegeld volledig worden uitbetaald en dat ze ook nog een ontslagvergoeding van een of meerdere maandsalarissen (inclusief vakantiegeld!) meekrijgen.

Maar wat vaak over het hoofd wordt gezien is het pensioen. Niet alleen de financiering daarvan, maar ook de keuzes die bij de beëindigingsovereenkomst al worden gemaakt worden vaak niet goed onderzocht of doorgerekend op alle consequenties.

Finale kwijting
In de beëindigingsovereenkomst wordt aan het slot altijd de paragraaf opgenomen, dat er over en weer finale kwijting wordt verleend. Dat is mooi, denkt de werkgever, dan ben ik tenminste meteen over vanaf. Mis !

De werknemer kan namelijk voor wat het pensioen en de financiering betreft daar gewoon op terug komen. Niet gehinderd door de verleende finale kwijting.

Het Hof in Amsterdam bepaalde dat al bij arrest van 11 november 1993. Nadien is het vaak in de rechtspraak bevestigd. Maar er zijn ook uitzonderingen.

Werkgevers komen met werknemers overeen dat hen een ontslagvergoeding zal worden betaald. Over pensioen wordt niets opgenomen in de overeenkomst en dan blijkt, enige tijd nadat het dienstverband al is geëindigd, dat het pensioen niet is afgefinancierd, of dat niet alle premies zijn betaald, kortom, dat er minder geld in de pensioenpot zit, dan er op grond van de pensioentoezegging of pensioenovereenkomst in had moeten zitten. (Ik laat hier de tegenvallende beleggingsresultaten binnen een beschikbare premieregeling uitdrukkelijk buiten beschouwing).

De werknemer constateert het tekort en klopt bij de werkgever aan. Die beroept zich op de finale kwijting. Maar helaas, die vlieger gaat veelal niet op. Immers is in de Pensioenwet opgenomen, dat het pensioen moet zijn afgefinancierd bij het einde van de dienstbetrekking.

Wie betaalt de rekening ?
Tijdens de duur van de dienstbetrekking betalen werkgever en werknemer vaak ieder een deel van de premie. Maar na het einde van de dienstbetrekking moet de werkgever alle premie alleen betalen. En dat is ook nog eens dwingend recht ! Als er in de beëindigingsovereenkomst niets geregeld wordt over het pensioen, dan loopt de werkgever dus in dit soort gevallen de kans alsnog met extra kosten te komen zitten (voor de werknemer waar hij toch al vanaf wilde…). Regelen dus, als werkgever.

Voor de werknemer echter is het vanuit dat perspectief soms gunstiger om het in het midden te laten en niets te regelen over dit element van het pensioen; dan kan hij of zij er later nog op terug komen. Maar dat geldt niet in alle gevallen.

Zo heeft een werknemer geen rechten op dit punt als hij het pensioen en de financiering daarvan uitgebreid ter sprake heeft gebracht en onderzocht in de onderhandelingen, maar het vervolgens niet in de overeenkomst laat opnemen. Die werknemer heeft dan zijn kans verkeken. Hij wist immers wat er aan de hand was.

De werknemer dus…..
Onlangs had de rechtbank Maastricht (sector kanton, 4 februari 2009) ook weinig compassie met een werknemer die een beëindigingsovereenkomst sloot waarin werd afgesproken, dat hij eerst met prepensioen zou gaan en daarna met ouderdomspensioen. Doordat deze werknemer dus al vroegtijdig het arbeidsproces verliet en geen verder ouderdomspensioen meer opbouwde kwam zijn ouderdomspensioen lager uit, dan hij in eerste instantie had gedacht.

Dat had hij zich bij het sluiten van de overeenkomst niet gerealiseerd en probeerde nu via een procedure bij de rechter alsnog te bewerkstelligen, dat zijn werkgever het verschil bij betaalde.

De kantonrechter zei daarover, dat deze werknemer altijd een leidinggevende positie in het bedrijf had gehad en over relevante pensioenkennis beschikte. Bovendien was hij bij het sluiten van de overeenkomst bijgestaan door een rechtsbijstandverlener.
Dusdoende concludeerde de rechter dat er geen sprake was van een onmiskenbaar misverstand en wees de vordering af. Deze werknemer werd geacht op de hoogte te zijn geweest van wat hij had getekend en de consequenties daarvan te overzien.

Conclusie
Het is dus toch ook als werknemer zaak om zorgvuldig met een en ander om te gaan en zich tijdig en goed te laten adviseren. Laat het zeker niet op zijn beloop, want steeds meer werknemers komen dan bedrogen uit bij de rechter…..

Mw. mr. Henny van den Hurk, advocaat/partner
Gommer & Partners Pensioen Advocaten te Tilburg

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Donderdag 26 maart 2015