Artikel Overgeld.nl: Hoe stellig is een stellig voornemen?

In deze barre tijden van het niet meer kunnen indexeren van pensioenen tot zelfs het recente (dreigende) afstempelen van pensioenaanspraken laait ook de discussie weer op hoe om te gaan met stellige voornemens. Die stellige voornemens in pensioentoezeggingen bergen toch een zekere voorwaardelijkheid in zich. Of is het juist een zekere onvoorwaardelijkheid? Dat is een vraag van het kaliber: ‘is het glas half vol of half leeg?’

Maar daar waar het woord ‘voorwaardelijk’ of ‘onvoorwaardelijk’ evident voor maar één uitleg vatbaar is, is de term ‘stellig voornemen’ in het gewone taalgebruik van iedere dag wat minder helder. In pensioenland is het echter een veel gebruikte term.

In vele pensioentoezeggingen was en (nog steeds) is opgenomen, dat het stellige voornemen bestaat om bijvoorbeeld een additioneel pensioen toe te kennen op de pensioendatum. Vaak zijn er dan wat criteria opgenomen waaraan moet worden voldaan. Of juist waarom een stellig voornemen op het ‘moment suprême’ niet hoeft te worden nagekomen.

Veronderstel dat uw werkgever u als werknemer jaren geleden heeft toegezegd, dat u op pensioendatum een additioneel pensioen zult gaan ontvangen, dus bovenop uw gewone ouderdomspensioen. Uw werkgever heeft dat gedaan met het doel u te prikkelen om langer bij de werkgever in dienst te blijven; bij voorkeur tot uw pensioendatum. Pas dan zal kunt u aanspraak maken op dat extra stukje pensioen. Het additionele pensioen is u dus niet keihard toegezegd en het pensioen is ook niet extern ondergebracht bij een verzekeraar of pensioenfonds, zoals uw werkgever dat op grond van de wet bij een onvoorwaardelijke pensioentoezegging verplicht is. Het is slechts een ‘stellige voornemen’ om de werknemer bij zijn pensionering deze extra gelden te geven.

De werknemer, u dus, blijkt echter wat minder loyaal aan de werkgever dan uw werkgever had gehoopt. Na verloop van een dienstverband van een aantal jaren meent u toch dat het gras groener is bij de concurrent. En u vertrekt, bijvoorbeeld, 10 jaar voor uw pensioendatum al. Als u eenmaal met pensioen bent, telt u uw pensioenbreuken. Dat blijkt toch een aardig gat te veroorzaken. Kunt u dan nog aanspraak maken op dat extra pensioen? Wat kunt u dan nog doen met dat ‘stellige voornemen’?

De rechtbank Amsterdam heeft in een vergelijkbare situatie een tijdje geleden een uitspraak gedaan. De hamvraag was wat er in dat specifieke geval onder ‘stellig voornemen’ moest worden verstaan. De Amsterdamse rechtbank oordeelde dat de bedoelingen van partijen die zij in de omstandigheden van het geval redelijkerwijs aan de bewoordingen van de pensioentoezegging mochten toekennen en datgene wat zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten van doorslaggevende betekenis zijn.
En aldus kwam vast te staan dat de bedoeling van partijen nooit geweest zou kunnen zijn om met een stellig-voornemen-pensioentoezegging de dwingende wetgeving te omzeilen, zodat de liquiditeiten die voor het pensioen gereserveerd moesten worden binnen de onderneming zouden kunnen blijven en niet bij een pensioenfonds hoefden te worden gestort.

Het stellige voornemen omvatte de beperking dat het alleen op de pensioendatum kon worden gerealiseerd, maar dat dat niet persé altijd het geval was. Het stond in dit geval de werkgever vrij om het additionele pensioen alleen uiteindelijk toe te kennen aan degenen die wel tot de pensioendatum in dienst bleven. Gezien de functie van eiser in deze kwestie die bij de rechtbank Amsterdam aan de orde was, lid van de directie, had hij dat moeten begrijpen. En de werkgever had het additionele pensioen tot nu toe ook alleen nog maar toegekend aan inderdaad alléén die werknemers die tot hun pensioendatum in dienst waren gebleven. Die handelswijze was een uitvoering van het stellige voornemen.

Indien uw werkgever uw pensioentoezeggingen heeft voorzien van elementen van stellige voornemens is het zaak daar helder en duidelijk over te communiceren. Zorg dat u bekend bent met de voorwaarden, voor zover dat al niet het geval is, waaronder u uw werkgever kunt houden aan dat stellige voornemen. Of waaronder u geen aanspraak kunt maken op dat voornemen. Dan komt u niet bedrogen uit en loopt u niet het risico zich rijk te rekenen met een pensioen dat alleen als een worst van loyaliteit voor uw neus wordt gehouden.
Bezie ook of er in het verleden een consistent gedrag is vertoond in het stellige voornemen. Pas dan kunt u een gerechtvaardigde conclusie trekken over de stelligheid van het stellige voornemen.

Hebt u vragen over (uw) pensioen? Stelt u ze gerust via www.pensioensos.nl!

Mw. mr. Henny van den Hurk, Gommer & Partners Pensioen Advocaten te Tilburg

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Donderdag 26 maart 2015