Artikel PensioenMagazine: Pensioen-EHBO werkt!

Pensioen-EHBO werkt!

Theo Gommer en Berry Croonen
Mr. J.T. Gommer MPLA is partner bij en directeur Wetenschappelijk Bureau van
Akkermans & Partners Legal & Advice te Tilburg. Daarnaast is hij, net als mr. H.J. Croonen, advocaat bij Gommer & Partners Pensioen Advocaten

Op zaterdag 27 februari jl. opende de ‘Foodplaza’ van de Universiteit van Tilburg haar deuren voor voornamelijk lezers van het Brabants Dagblad, die afkwamen op een aanbod voor een ‘kosteloos, onafhankelijk en vooral deskundig advies’ over hun pensioen. Ze behoorden tot de 88 gelukkigen voor wie er plaats was, want er hadden zich maar liefst 300 personen gemeld. Nederlanders blijken dus wel degelijk te zijn geïnteresseerd in hun pensioen. Een verslag van de eerste Pensioen Eerste Hulp Bij Ouderdomspensioen.

De pensioen-EHBO was een initiatief van de Universiteit van Tilburg en enkele professionele pensioenpartijen. De hulp werd geboden door studenten van prof. Gerry Dietvorst, die op die manier praktijkervaring konden opdoen. Ze waren in vier extra colleges klaargestoomd en dus goed voorbereid. De deskundigheid werd verder gewaarborgd doordat iedere student een ‘professional’ achter zich had staan. Van tevoren was de deelnemers op het hart gebonden om alle pensioenbescheiden mee te nemen, en dan met name het UPO. Degenen die zich hadden ingeschreven maar voor wie helaas geen plek was, worden nog uitgenodigd voor een algemene pensioenvoorlichting. Ook dan zullen de studenten en professionals overigens weer van de partij zijn.

Wat wilde men weten?
Globaal werden er drie soorten vragen gesteld, zo bleek ook uit de gesprekken die de andere studenten hadden gevoerd. De allesoverheersende vraag was uiteraard: wat krijg ik precies? Waarbij men vooral was geïnteresseerd in de nettobedragen. Met name degenen die nog onder het VPL-overgangsregime vielen, worstelden met die vraag. Goede tweede was de vraag: wanneer kan ik stoppen met werken? Vervolgens wilde men weten welke keuzemogelijkheden konden worden benut, zoals uitruil, hoog-laag en bijsparen. Verder waren er nogal wat vragen over de pensioengevolgen van echtscheiding. Uiteraard was er ook een in echtscheidingsvraagstukken gespecialiseerde professional aanwezig.

Pensioen, WIA en prepensioen
De eerste ‘klanten’ waren een man en vrouw die wilden weten op welk moment mevrouw kon stoppen met werken. Gezien de combinatie van pensioen, WIA (of eigenlijk nog WAO) en prepensioen – beiden waren geboren vóór 1950 en vielen dus onder het VPL-overgangsregime – was een directe beantwoording nog niet zo makkelijk. Toch werd al snel duidelijk dat het gezien de overgangsregeling het slimst was om in ieder geval tot 63 jaar door te werken. Tot 65 jaar was natuurlijk nog beter, maar dat zat er echt niet in, want zelfs twee jaar ‘extra’ vond mevrouw nog erg veel. Maar wat zou het haar netto per maand schelen als ze nu eerder stopte met werken? Gelukkig had ze zelf al heel wat info verzameld, met name via de website van haar pensioenfonds. De conclusie was dat ze eigenlijk op ieder gewenst moment kon stoppen, maar dat het vooral de vraag was hoeveel ze daarvoor over had. ‘Zo over de duim’ kwamen we tot de conclusie dat er ongeveer rond de € 150,- à € 200,- netto per maand minder zou overblijven als mevrouw per 1 juli a.s. zou stoppen. Of ze dan daadwerkelijk kon stoppen, konden wij haar uiteraard niet vertellen. Maar, zo zei ze zelf: dat lijkt me toch wel te doen, niet? Dat durfden wij wel te beamen.

Basisregeling en bijsparen
De volgende klant was een man van ruim 50 jaar die zijn hele leven al bij dezelfde baas werkte. Hij had daarnaast tevens een ‘keurige’ levenslooprekening. Wat dat precies inhield, kon hij eigenlijk niet vertellen, maar sparen zat hem kennelijk in het bloed. Naast een prima pensioenregeling had hij namelijk ook nog een leuke spaarloonrekening en een bijspaarregeling. Al met al kwam hij op de pensioendatum op ongeveer 60% van zijn inkomen uit. Wel moest hij even slikken toen hij vernam dat zijn AOW waarschijnlijk pas vanaf 66 jaar zal worden uitgekeerd. Hij was namelijk geboren in februari 1955 en dus ‘net te laat’ voor een AOW op 65 jaar. Toch vroeg ook hij of hij eerder kon stoppen met werken. We antwoordden met een tegenvraag: wat hebt u ervoor over? Met name zijn hypotheeksituatie was van belang, maar daarover had hij te weinig informatie bij zich. Dat zou hij dan thuis nog wel nakijken. En hij ging nadenken over de vraag of hij nog meer wilde sparen om zodoende eerder te kunnen stoppen of toch gewoon lekker te leven en dan maar wat langer door te werken. Daar kon hij gerust de hele zomer nog over nadenken, hielden we hem voor.
Grappig was dat hij zijn zoon van 22 jaar, die net bij een accountantskantoor was begonnen, had meegenomen. Pa en zoon stelden eensgezind dat dit goed was voor later. Jong geleerd is dus inderdaad oud gedaan.

Wel of geen nabestaandenpensioen?
Ons laatste gesprek hadden we met een relatief jong stel van eind 30. Beiden werkten nagenoeg fulltime, waarbij zij het hoogste inkomen had. Hun kernvraag was of het ‘wel goed zat’ met hun pensioen. Ze woonden namelijk nog niet zo lang samen en de kinderen waren van haar en haar vroegere partner. Ze woonden echter niet ‘officieel’ samen, en dus was er geen nabestaandenpensioen over en weer. Om te beginnen wilden ze dan ook weten of er nog wel voldoende inkomen zou overblijven als een van beiden kwam te overlijden. Oftewel, zou er wellicht wat ouderdomspensioen in nabestaandenpensioen kunnen worden omgezet? Nu was het jongste kind al bijna 14, zodat over een aantal jaren misschien geen verzorging meer nodig zou zijn. Hier was duidelijk te merken dat vooral mevrouw zich al enigszins in de pensioenproblematiek had verdiept. Terecht merkte ze op dat iedere euro voor een nabestaandenpensioen wel ten koste van haar ouderdomspensioen ging. Zelf nam ze deel aan een beschikbarepremieregeling, en nadat we even hadden gestoeid over bruto, netto en historisch rendement leek ze zowel de regeling als het rendementsverhaal te begrijpen.
Hun vraag of hun gezamenlijk pensioen goed genoeg of in ieder geval voldoende was, konden we bevestigend beantwoorden. Of ze elkaar toch maar een nabestaandenpensioen zouden toekennen, daar moesten ze nog even goed met elkaar over praten. Een mogelijkheid is natuurlijk ook om officieel te gaan samenwonen en elkaar bij de pensioenuitvoerder aan te melden.

Ten slotte
De allereerste pensioen-EHBO-dag heeft ons geleerd dat Nederlanders wel degelijk zijn geïnteresseerd in hun pensioen. Maar dan bij voorkeur in een gesprek over de eigen situatie, van man tot man, zoals het spreekwoord luidt. Niet de dekkingsgraad, maar hoe het met de eigen indexatie zit, daar gaat het hen om. Uiteindelijk willen ze maar één ding weten: wat krijg ik, vanaf welk moment en hoeveel is dat netto? En zo moeilijk hoeft dat nu toch ook weer niet te zijn?

Bij de evaluatie ontstond al snel het idee om volgend jaar weer zo’n pensioen-EHBO-dag te houden en dan ook studenten van andere studierichtingen erbij te betrekken. In elk geval hebben alle betrokken pensioenprofessionals hun medewerking alweer toegezegd.

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Donderdag 26 maart 2015